Politieke impasse in de Koerdische regio van Irak
Veel Koerden in het Noorden van Irak zagen de door de VS geleide invasie van Irak in 2003 en de autonomie die hen werd toegekend door de Irakese marionettenregering als een mogelijkheid om vrijheid en onafhankelijkheid te bereiken. Het resultaat is het tegenovergestelde van wat een meerderheid van de Koerden had verwacht.
De onafhankelijkheidsbeweging wordt geleid door twee Koerdische nationalistische partijen – de Patriottische Unie van Koerdistand (PUK) en de Democratische Partij van Koerdistan (PDK) – die elk een verleden hebben van geweld en vijandigheden tegenover elkaar, onder meer tijdens de verschrikkelijke Koerdische burgeroorlog van 1993-98.
Nu vormen ze één ‘familie’ die onder elkaar de postjes verdelen en toegang willen tot de middelen van de Koerdische regionale regering (KRG). Sinds de vorming van de KRG moest worden afgerekend met onveiligheid en politieke onstabiliteit. De regio is geschokt door de corruptie en de onderdrukking die dagelijks wordt uitgevoerd door vertegenwoordigers van de regionale regering.
Deze regering is niet in staat om basisbehoeften als elektriciteit, water of olie en gas te voorzien. Nochtans bezit het olieveld van Kirkoek één van de grootste oliereserves ter wereld. Op 9 juli brak een massaal protest uit in de straten van Sulaimani, een Koerdische stad in het noord-oosten van Irak. Duizenden jonge betogers kwamen op straat om water en elektriciteit te eisen.
De protestactie groeide snel uit tot enkele duizenden betogers. Zelfs in de straten die leiden tot nieuwe Westerse shoppingcentra (waar de meerderheid van de bevolking niets kan kopen) sloten mensen aan bij de actie. De belangrijkste slogan van de betogers was: “water en elektriciteit”. De betogers begonnen er ook andere slogans aan toe te voegen, zoals “democratie” of “recht op zelfbeschikking”. De actievoerders trokken naar het stadhuis.
De politie kreeg opdracht om de betogers te stoppen voor ze aan het stadhuis aankwamen. De lokale politie haastte zich om de uniformen en uitrusting die ze kregen van de Amerikaanse en Britse troepen in de regio mee te nemen. Twee betogers werden opgepakt toen de politie iedere actie voor het stadhuis probeerde tegen te houden. Toen kondigde het hoofd van de gemeenteraad plots aan dat hij wou onderhandelen met de actievoerders.
Vertegenwoordigers van de betogers gingen naar binnen om hun eisen duidelijk te maken. Ze kwamen al snel terug naar buiten met de mededeling dat het gemeenteraadslid had beloofd om de eisen over te maken aan het parlement. De betogers trokken naar huis. Eens te meer kwam er een belofte, eens te meer een leugen.
Iedere zomer opnieuw zijn er protestacties zoals op 9 juli. In de zomer van 2006 was er een hele reeks van betogingen in de steden en dorpen van het Koerdische deel van Noord-Irak. Al deze protestacties hebben nog niet tot verandering geleid. Daartoe zal er immers nood zijn aan een onafhankelijke oppositie in de regio.
De meeste traditionele partijen hebben het idee van een onafhankelijk Koerdistan opgegeven. Links is in het algemeen niet goed georganiseerd en de vroegere communistische partijen zijn nog een schaduw van het dogmatisme en opportunisme uit het verleden. Er is dringend nood aan een partij die het idee van een onafhankelijk Koerdistan verbindt met de sociale bevrijding van de arbeiders en armen. Zonder sociale bevrijding, zullen democratie en onafhankelijkheid slechts woorden zijn zonder enige reële betekenis. Dat zijn we nu al in de regionale regering van Koerdistan.