[zomerschool] Midden-Oosten: tegen imperialisme en reactionaire regimes, samen strijden voor een socialistisch alternatief

Zomerschool

Het Midden-Oosten wordt al decennia lang geplunderd door het imperialisme. Dat stelde Shahar van Ma’avak Sozialisti, de Israëlische afdeling van het CWI, in zijn inleiding op de commissie over het Midden Oosten. Het leven in de regio is nog moeilijker geworden voor de arbeiders en armen, terwijl de heersende klassen in luxe leven.

De prijzen voor basisgoederen als voedsel, brandstof en huisvesting zijn snel aan het stijgen. Verschillende regeringen proberen overheidssteun voor de werkenden of armen af te bouwen waar deze steun nog bestaat. Bovendien kan de regio nog verder worden getroffen door het verdwijnen van een aantal petroleum-dollars naarmate het komende decennium een aantal olievelden zullen uitgeput raken. Deze inkomsten zullen worden vervangen door hogere belastingen op de arbeiders en armen.

Jarenlang werd iedere discussie over het Midden-Oosten gedomineerd door oorlogen, religieuze conflicten en neoliberale aanvallen op de levensstandaard. De recente vernieuwde opkomst van arbeidersstrijd – in het bijzonder in Iran, Egypte en Israël – is echter een belangrijke nieuwe ontwikkeling.

Iran bevat twee tijdbommen met de vele jongeren waarvan slechts de helft een job vindt en anderzijds ook met de nationale kwestie waarbij niet-Farsi minderheden worden onderdrukt. Een deel van de heersende klasse wil het isolement van Iran doorbreken om het land een sterkere positie te bezorgen binnen de wereldeconomie, maar dit zou de problemen niet oplossen. Intussen gebruikt de regering van Ahmadinejad het nucleaire thema om de aandacht van de aanvallen op de arbeiders af te leiden en de regionale ambities te versterken.

De Amerikaanse heersende klasse wil al sinds 1979 een regimeverandering in Iran, in dat jaar werd hun marionettenregime onder leiding van de Sjah immers omver geworpen. Ze twijfelen nu echter om tot actie over te gaan. Het VS-imperialisme wil de steun van de Europese bondgenoten en wil geen problemen met Rusland en China. Bovendien wordt gezocht naar een oppositiebeweging in Iran zelf waarmee de VS kan werken. Ook wordt getwijfeld omdat een aanval op Iran erg negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor de olieprijs wat de fragiele wereldeconomie verder zou aantasten. Verder zou een aanval op Iran gevolgen hebben op de positie van de Amerikaanse troepen in Irak en Afghanistan en ook op bevriende regimes zoals in Israël, Saoedi-Arabië, de Golfstaten of Egypte. Anderzijds kan een aanval niet worden uitgesloten, de neo-conservatieven kunnen nog overgaan tot een laatste wanhoopsdaad voor ze het Witte Huis moeten verlaten.

Verschillende kameraden kwamen in de discussie tussen om te wijzen op recente betogingen en stakingsbewegingen in Iran tegen de stijgende prijzen. Deze acties botsten op repressie van het regime. Bij een fabrieksbezetting gebruikten de veiligheidsdiensten zelfs een bulldozer om door een muur te breken arbeiders op te pakken. Toch is er een toename van het aantal stakingen en betogingen. Ook bij de arbeiders die werden opgepakt bij de eerder vermelde fabrieksbezetting werd verder actie gevoerd, onder meer met een betoging van zo’n 1000 arbeiders aan de rechtbank om de vrijlating van de vastgehouden werkmakkers te eisen. Een kameraad van Iraanse afkomst benadrukte de noodzaak om dit verzet politiek te onderbouwen met een socialistisch alternatief waarbij de strijd tegen het imperialisme wordt gekoppeld aan de strijd tegen de reactionaire religieuze bewegingen die vandaag het Iraanse establishment domineren.

In Egypte is het aantal stakingsacties de afgelopen twee jaar sterk toegenomen. Brede lagen van arbeiders waren daarin betrokken. De textielarbeiders in Mahalla eisten een verhoging van het nationale minimumloon. Een aantal politieke activisten probeerden van de Mahalla-staking te gaan naar een algemene staking gedurende één dag. Daarbij waren er een aantal stakingen en studentenbetogingen. Er waren 50.000 betogers in Mahalla tegen de aanvallen van de politie, het traangas en het feit dat met scherp werd geschoten. Het militantisme van deze arbeiders en jongeren vormde het tipje van de ijsberg van de sfeer die ontwikkelt onder de arbeidersklasse.

Jongeren openden een pagina op Facebook om de stakingsdag bekend te maken en 73.000 mensen werden lid van deze groep. Er kwam een nieuwe oproep van activisten en bloggers om op de 80ste verjaardag van Moebarak, 4 mei, een nieuwe stakingsdag te organiseren. Dat was niet echt een succes en we moeten de les trekken dat het opzetten va een dergelijke actie enkel kan op basis van campagnes op de werkvloer waarbij de arbeiders hun eigen organisaties uitbouwen en betrouwbare militante vertegenwoordigers verkiezen. Het is anderzijds wel van groot belang dat een groot aantal van die jongeren die over toegang tot het internet beschikken, vooral jongeren van betere afkomst, naar de arbeidersklasse kijken als de kracht die kan zorgen voor een alternatief.

De grootste politieke oppositiekracht blijft intussen de Moslim Broederschap. De klassensamenstelling van hun leiding heeft hen ertoe gebracht om grotendeels te zwijgen over de opkomende arbeidersbeweging. Naarmate de sociale spanningen toenemen, zal dit leiden tot verdeeldheid binnen deze organisatie waarbij vooral de jonge leden onder druk zullen komen te staan van andere radicaliserende jongeren. Er kunnen nieuwe formaties ontwikkelen uit die tegenstellingen binnen de Moslim Broederschap, mogelijk met een meer populistisch programma maar ook met een religieuze basis.

Activisten moeten discussiëren over welk soort regime de brutale en corrupte dictatuur van Moebarak moet opvolgen. Gelijk welk regime dat aan de macht zal komen, zal wellicht proberen om toegevingen te doen en het kapitalisme te stabiliseren. Als de beweging te sterk wordt, zullen mogelijk toegevingen aan de arbeiders worden gedaan. Maar uiteindelijk zal er nood zijn aan een massale arbeiderspartij met een programma gericht op een socialistische omvorming van de samenleving. Binnen het kapitalisme zal immers geen uitweg worden gevonden.

De complicaties in de regio werden duidelijk gemaakt met een aantal voorbeelden uit Libanon. Er werd een beeld gegeven van de situatie in dat land door een kameraad van de nieuwe CWI-afdeling in Libanon en een Belgisch lid dat recent op bezoek was in Libanon. Hezbollah is de grootste politieke formatie in het land. Er was na de moord op premier Hariri in 2005 een polarisering tussen de “8 maart”-krachten (die Syrië steunden) en de “14 maart” krachten die daar tegen in gingen. Maar geen enkele grote politieke formatie bood een alternatief op de moeilijkheden voor de arbeiders en armen die werden geconfronteerd met stijgende prijzen en een enorme speculatie op de huisvestingsmarkt.

De Communistische Partij is de enige Libanese partij die niet op sectaire (religieuze of etnische) basis is samengesteld. Maar de leiding van deze partij heeft geen initiatieven genomen om actief campagne te voeren voor arbeiderseenheid in de strijd om de levensstandaard te verdedigen. Toen voor 7 mei van dit jaar een algemene staking werd aangekondigd, kon Hezbollah in het vacuüm stappen en kaapte het de beweging om het in een sectair vaarwater te brengen. De leiding van Hezbollah is niet bereid om in te gaan tegen het patronaat of om te breken met het kapitalisme. Net zoals de Egyptische Moslim Broederschap kan dat leiden tot verdeeldheid naarmate de arbeidersklasse meer in actie komt.

In de verdeelde Palestijnse gebieden blijft het leven bijzonder hard. Er zijn duizenden jobs verdwenen, in Gaza blijven nog slechts zo’n 200 van de 4000 bedrijven actief. De meerderheid van de Palestijnen ziet geen echt verschil tussen Hamas en Fatah. Bij het doorbreken van de grensposten tussen Gaza en Egypte bleek de enorme wanhoop van de Palestijnen in hun zoektocht naar goederen. Noch de Egyptische politie, noch Hamas was in staat om dit tegen te houden. Dit toonde de potentiële kracht van een Palestijnse massabeweging. In tegenstelling tot raketaanvallen op Israël, kan een dergelijke actie ook steun krijgen onder de Israëlische arbeiders.

Hun ontgoocheling in het Israëlische regime bereikt nieuwe niveaus. De enorme tegenstelling tussen arm en rijk met het opbreken van de ooit sterk uitgebouwde sociale zekerheid, heeft bij velen het idee van “Eén natie” doorprikt. Er is een groeiend besef dat de militaire sterkte beperkingen kent. Er komen steeds meer acties tegen de regering vanuit verschillende hoeken, van Holocaust-overlevenden tot jonge studenten. Er waren stakingen bij verschillende groepen arbeiders, van horecapersoneel tot treinbestuurders. Een staking van leraars werd ondersteund door een betoging met 100.000 deelnemers. Er zullen meer arbeiders in actie komen, maar zij zien niet automatisch dat de Arabische arbeiders hun bondgenoten zijn. De stakingsbeweging in Egypte en Iran kan daar mee verandering in brengen.

Een wereldwijde recessie zou verschrikkelijke gevolgen hebben voor de arbeiders en armen. Het zou leiden tot moeilijkheden voor heel wat regimes. Onder dit systeem zullen er wellicht bijzonder asociale maatregelen worden genomen – zou bijvoorbeeld het water worden gebruikt voor de landbouwexport of voor de bevolking? Het bevolkingsaantal in de regio is vier keer zo groot als in 1950. Er is een immens aantal werklozen, één op vier is werkloos. Twee derden van de Arabische bevolking is jonger dan 25 jaar. Op kapitalistische basis is er enkel een nachtmerrie scenario. De heersende klassen moeten omver worden geworpen door de arbeidersklasse, omdat deze in staat is om te komen tot een nieuwe – socialistische – samenleving.