Meer koopkracht door meer loon! Interview met Kristof Desmet (ABVV Bekaert)
Kristof Desmet is vakbondsafgevaardigde van Bekaert AC Deinze/Zulte. Gedurende de recente stakingsgolf was Bekaert één van de bedrijven waar in enkele afdelingen gestaakt werd. Arbeiders kwamen reeds op verschillende plaatsen in actie voor meer loon, koopkracht en werkzekerheid. Maar is er sprake van echte verworvenheden of is er meer nodig? Genoeg redenen voor een gesprek met deze vakbondsman.
Hoe ervaar je de recente stakingsgolf die gepaard gaat met de strijd voor meer koopkracht?
“Bij ons was er bereidheid om te staken, maar toch zijn we er niet tot overgegaan. We hebben ons ongenoegen geuit op de werkvloer en de druk opgevoerd o.a. door aan een lager tempo te werken. Van staken werden we weerhouden door een aantal factoren. Zo hebben we heel wat jonge werknemers met een gezin en een huis dat afbetaald moet worden. Ook de financiële situatie van het bedrijf was een nefaste factor. Nadien moet tevens de schade ingehaald worden door overuren te kloppen. De belangrijkste reden ligt echter in het feit dat we hiermee maar beperkte resultaten halen. Zo werd wat Bekaert betreft een éénmalige premie van 600 euro en 4,8% in de plaats van 4,5% van de bedrijfswinsten bekomen. Vanaf 2009 zal ook telkens 350 euro premie volgen vanaf winst van 1 euro.”
In welke zin was dit resultaat beperkt?
“Dit resultaat van de acties kan op het eerste zicht positief lijken en elke verworvenheid valt toe te juichen, maar de realiteit wijst uit dat de bedrijfsleiding deze ‘toegevingen’ naar zijn wil kan zetten. Zo kan de winst beperkt worden door afschrijvingen en andere boekhoudkundige bespelingen. Meer dan losse stakingen die verdeeldheid creëren, is er een nood aan algemene, goedgeorganiseerde stakingen voor loonsverhoging én BTW-verlagingen. Want wie niet van een bijkomende premie kan genieten, dus ook mensen die geen werk hebben, zien hun koopkracht hierdoor zeker en vast niet stijgen. Verder is de arbeidersstrijd in mijn ogen enkel nuttig wanneer het gaat om echte loonaanpassingen. Zodat er een echt voordeel is dat de koopkracht veilig kan stellen. Maar de bedrijfsleiding geeft enkel toe wat fiscaal voordelig is, zoals groepsverzekeringen die fiscaal aftrekbaar zijn, omzetting van loon in maaltijdcheques die niet geïndexeerd worden of gelijkstelling van loonklassen die benut worden om de flexibiliteit hoog op te drijven. Alles staat in teken van hun winst.”
Wat vind je verder van de standpunten van de patroons over loonsverhoging?
“De standpunten die ze innemen, zijn bijna volledig ingegeven door hun werkgeversorganisaties, zoals Agoria. Alles ligt vooraf vast en wordt gepland. Argumenten die aangehaald worden zijn o.a. de hoge dollar, de concurrentie met andere landen,… De waarde van deze argumenten valt sterk te betwijfelen. Zeker als je weet dat ze al heel wat financiële voordelen van de overheid krijgen. Deze worden dan gespendeerd aan machines en financiële support voor de buitenlandse vestigingen in de plaats van benut te worden voor de creatie van meer en betere jobs.”
Is er ook sprake van delocalisatie?
“Ja. Ook dit is een dreigement dat steeds gehanteerd wordt. Er werd reeds gedelocaliseerd, dus het blijft niet steeds bij een dreigement. Zo zie je dat in Bekaert Zwevegem het personeelsaantal in een tiental jaren tijd ongeveer van 5000 naar 1000 is gebracht. Terwijl het totaal aantal personeelsleden internationaal toegenomen is. We kunnen of denken er niets aan te kunnen doen.”
Bestaat er een internationale werking tussen de vakbonden van Bekaert?
“Nee. Er is wel een Europese ondernemingsraad. Daar zijn wij echter als kleine deelonderneming van Bekaert niet in vertegenwoordigd. Deze ondernemingsraad schept niet veel mogelijkheden.”
Acht je een internationale werking wenselijk?
“Ja. Deze is zeker en vast wenselijk. Echter moet ik al snel opmerken dat het ons onmogelijk gemaakt wordt. We worden immers als concurrenten tegenover elkaar uitgespeeld. Bij Volkswagen werd dit heel duidelijk tussen de Belgische en Duitse sectie. Zo moesten de Belgische vakbonden argumenten formuleren waarom zij het wel ‘verdienden’ om jobs te behouden en de arbeiders uit Duitsland niet. Dit is heel gevaarlijk. De internationale solidariteit tussen arbeiders wordt op deze manier immers gebroken. Dit is tevens op lokaal vlak merkbaar. Zo zijn de genoemde verworvenheden voor de Bekaert-afdelingen, hoe beperkt ook, enkel van toepassing op de bedrijven die onder de noemer van Bekaert nv. vallen. Dat is voor ons dus niet het geval, aangezien wij in Deinze het statuut hebben van een KMO binnen de Bekaert-groep. Wij dienen dus afzonderlijk voor onze verworvenheden te strijden. Dit zorgt dat de solidariteit op een laag pitje komt te staan. Dus er is nood aan meer eenheid en solidariteit tussen de arbeiders!”
Hoe werd gereageerd op de regeringsvorming?
“De mensen zijn er weinig mee bezig. Het geloof in het traditioneel politieke veld is verdwenen. Het imago heeft de ideologie vervangen. Ze zijn bijna uitsluitend met het eerstgenoemde bezig, waardoor er geen deftige voorstellen tot sociale verandering komen. De mensen weten dan ook niet op wie ze moeten stemmen om hun belangen verdedigd te zien.”
Wat vond je van de betoging van 15 december voor meer koopkracht?
“Er was een tekort aan organisatie en misschien had het ook op het verkeerde ogenblik plaats. Ik ben voorstander van een algemene, goedgeorganiseerde betoging op een weekdag. Dan staat men voor de keuze tussen werk en betogen. Dit vergt van de vakbonden ook enige (financiële) inspanningen. De verdeeldheid tussen vakbonden, maar ook tussen heel wat linkse bewegingen, zou omgezet moeten worden in een gezamenlijke strijd op basis van hun gemeenschappelijke standpunten en belangen.”