Steven Spielberg wil niet langer artistiek directeur zijn voor Olympische Spelen in Peking

De gekende regisseur Steven Spielberg nam ontslag als artistiek adviseur voor de Olympische Spelen in Peking. Dit kwam als een schok voor het Chinese regime dat veel belang hecht aan het prestige dat rond deze gebeurtenis hangt. Het regime wil haar imago bijschaven en intern de steun verhogen. Het ontslag van Spielberg leidde tot discussies over een boycot van de Spelen, waarbij zelfs de vergelijking werd gemaakt met de Spelen van 1936 in nazi-Duitsland. Anderen stellen dat de Spelen “meer democratie” zullen brengen in China. Wij zijn het oneens met alle twee deze visies.

Reporters van chinaworker.info

In China zelf heeft de beslissing van Spielberg een hele discussie losgeweekt op internetsites. Nationalisten en maoïstische jongeren verwerpen het standpunt van Spielberg en zien het als een “aanval op China”. Het Chinese regime was terughoudend met haar antwoord en stelde enkel dat het de beslissing van Spielberg betreurt maar dat het politiek en sport gescheiden wil houden.

Spielberg zei dat zijn ontslag gemotiveerd werd door het aanhoudende conflict in de Soedanese regio van Darfoer, waar sinds 2003 minstens 200.000 doden zijn gevallen. De Chinese en Soedenese regimes hebben nauwe economische banden, China staat in voor twee derden van de Soedenese olie-export en is de belangrijkste buitenlandse investeerder in Soedan. In Soedan zelf gaat 70% van de olie-inkomsten naar het leger.

Andere protestgroepen tegen de Olympische Spelen wijzen ook op de schendingen van mensenrechten in China zelf, de kwestie Tibet of China’s steun aan dictators zoals Mugabe in Zimbabwe of de generaals in Birma. Dat zijn belangrijke thema’s voor socialisten, anti-oorlogsactivisten en al wie zich verzet tegen onrechtvaardigheid. De Chinese dictatuur moet op heel wat vragen antwoorden, van de brutale onderdrukking van democratische en vakbondsrechten in eigen land tot de steun aan dubieuze regimes zoals dit in Birma. Maar natuurlijk staat China op dat vlak niet alleen. Ook de VS werkt nauw samen met dictaturen in landen als Saoedi-Arabië of Pakistan, laat staan China zelf. Een opvallend element in het huidige debat, of eerder een uitdrukking van het feit dat de agenda zowat volledig bepaald wordt door kapitalistische belangen, is dat er zo goed als geen aandacht is voor wat er in China zelf gebeurt. Daar zijn zo’n 55.000 Amerikaanse bedrijven erg actief in het uitbuiten van goedkope arbeiders zonder vakbondsrechten. Die bedrijven kunnen rekenen op de steun van de anti-democratische maatregelen en optredens van de politie en het regime. Bovendien moet het buitenlandse beleid van China niet onderdoen voor de misdaden van het Amerikaanse en Europese imperialisme.

Politieke geschiedenis van de Olympische Spelen

Als er al een parallel kan gemaakt worden met de Olympische Spelen van 1936, dan wel deze: andere kapitalistische regeringen hadden ook toen geen probleem met het feit dat de nazi’s de Duitse arbeidersklasse terroriseerden en alle democratische en vakbondsrechten ontkende. Ze zagen Hitler pas als een probleem toen hij internationale ambities begon te krijgen en de belangen van Groot-Brittannië, Frankrijk en andere kapitalistische mogendheden begon te bedreigen. Bij de Spelen van 1936 was er overigens geen boycot door de kapitalistische regimes. De atleten van de Sovjetunie weigerden wel deel te nemen aan de spelen en de internationale arbeidersbeweging organiseerde een alternatieve versie van de Spelen in Barcelona.

Doorheen haar geschiedenis zijn de Spelen vaak een arena voor geopolitieke strijd geweest. De Berlijnse nazi-Spelen van 1936 werden door het regime van Hitler gebruikt om de opkomst van het Duitse Rijk te tonen. Na Wereldoorlog II speelde de Koude Oorlog een rol. Van de jaren 1950 tot de jaren 1970 was het China van Mao tegen deelname aan de Spelen omwille van de erkenning van Taiwan door het Westen. In 1980 vonden de Spelen plaats in Moskou, wat leidde tot een boycot door het VS-imperialisme en haar westerse bondgenoten omwille van de Sovjetinvasie in Afghanistan. Onder Deng Xiaoping werd de Amerikaanse boycot tegen de Spelen in Moskou ook door China overgenomen. Bij de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles was er opnieuw een boycot, nu door de Sovjetunie en haar Oost-Europese satellieten, deze keer omwille van de Amerikaanse invasie in Granada. Het Chinese regime geeft nu een fortuin uit aan de Olympische Spelen om het als symbool te gebruiken voor de beeldvorming van de opkomst van China als wereldmacht en tegelijk wil het de nationalistische steun voor de heersende partij versterken. Die partij is enkel nog in naam “communistisch”.

Olympische Spelen, niet onze spelen

Er zijn heel wat goede redenen om te protesteren tegen de Olympische Spelen, los van het land waar ze worden gehouden. Zoals alle grote sportevenementen in de kapitalistische wereld draaien de Spelen in de eerste plaats rond geld en winsten voor de grote bedrijven. Omkoping en corruptie is daarbij schering en inslag voor de Olympische industrie waarin regeringen, bouwbedrijven en mediabedrijven allemaal hun graantje willen meepikken. Aanhoudende dopingschandalen tonen ook de enorme druk op atleten in de race voor glorie en eer (en dure reclamecontracten).

Toen het Internationaal Olympisch Comité de Spelen van 2008 aan Peking toekenden, ging het over geld en winstkansen voor bedrijven als Coca-Cola, Adidas, McDonalds,… Die hebben traditioneel een monopolie op de gebeurtenis. Het Chinese regime heeft 40 miljard dollar uitgetrokken voor de Spelen, onder meer voor grootschalige infrastructuurprojecten die niet in het belang van de arbeiders of armen zijn. Deze investeringen komen bitter over voor de bevolking die vorige maand nog werd getroffen door grootschalige sneeuwstormen. Daarbij werd de stroomtoevoer beperkt, het transport in centraal en zuidelijk China heeft nog steeds te lijden onder de gevolgen van de sneeuwstormen. Sommige streken zullen mogelijk zonder stroom zitten tot na het begin van de Spelen in augustus. De 40 miljard dollar voor de Spelen is meer dan de 27 miljard dollar die de regering wil uitgeven in 2006-2010 om de schoolkosten voor de 160 miljoen kinderen in landelijke gebieden te beperken. In Peking zelf werden heel wat mensen uit hun huizen gezet om plaats te ruimen voor de constructies voor de Spelen of voor luxe-appartementen. Wellicht werden zo’n 1,5 miljoen mensen uit hun huizen gezet voor de Spelen.

Darfoer en de “Olympische genocide”

Als socialisten hebben we duidelijke kritieken op het Chinese regime en haar repressieve kapitalistische beleid, zowel in eigen land als in het buitenland. Het huidige debat naar aanleiding van de kritieken van Spielberg handelt echter niet daarover. Door zich enkel te richten tegen het buitenlands beleid van China waarin olie centraal staat, ook in de verhoudingen tot Soedan, wordt de kern van het probleem ontweken.

En dat is het kapitalistisch en imperialistisch systeem dat steun geeft aan lokale gangsterregimes of krijgsheren in Afrika, Azië of elders indien het daar voordelen kan uithalen op het vlak van energie of andere grondstoffen of indien het strategische politieke stappen vooruit kan zetten ten koste van andere imperialistische mogendheden. Het Chinese regime maakt zich daar inderdaad schuldig aan, maar het staat niet alleen. China is een relatief nieuwe mogendheid op internationaal vlak en neemt het voorbeeld op van langer gevestigde regimes, zoals de VS of Frankrijk. In Darfoer steunt Sarkozy met Franse troepen de andere kant, de rebellen die gelieerd zijn aan dictator Idriss Déby in buurland Tsjaad. Het regime in Tsjaad maakt zich schuldig aan gelijkaardige misdaden als dat van Soedan. Beide regimes steunen op buitenlandse machten voor hun bewapening en diplomatieke bescherming. Olie is hun belangrijkste wisselmunt. De overgrote meerderheid van de bevolking wordt geterroriseerd door een kleine kliek van kapitalisten en generaals die voordeel halen uit de huidige situatie.

Verenigde Naties bieden geen oplossing

Hetzelfde argument dat nu gebruikt wordt voor de Olympische Spelen in Peking, kan worden gebruikt voor de Olympische Spelen in Londen in 2012 gezien de actieve steun van Groot-Brittannië in de imperialistische oorlogen in Irak en Afghanistan. De oorlog en het vernietigen van Irak onder de Amerikaans-Britse controle heeft totnutoe geleid tot minstens een half miljoen doden en vier miljoen vluchtelingen, wat zelfs de horror van Darfoer overtreft. Amerikaanse en Britse militairen waren rechtstreeks betrokken bij het afslachten van burgers en martelpraktijken. Waarom wordt dan ook niet tegen die Spelen geprotesteerd?

Spielberg en zijn aanhangers beschuldigen het Chinese regime ervan dat het een VN-resolutie voor Darfoer tegenhoudt. Maar zelfs met veiligheidstroepen van de VN zou er geen oplossing komen voor de armen en onderdrukten in de regio. De VN is geen ‘neutrale’ internationale vredesmacht, net zoals de Olympische Spelen geen ‘non-profit’ sportbond vormen. Beiden staan onder de controle van kapitalistische belangen. De VN wordt gedomineerd door een handvol machtige kapitalistische landen, dezelfde landen die mee aan de basis lagen van het conflict in Darfoer met hun “wapens voor olie” politiek. Een overzichtje van de prestaties van de VN de afgelopen jaren, biedt weinig vertrouwen: Afghanistan (waar de controle aan de NAVO werd overgedragen maar de oorlog intenser is geworden), Oost Timor (waar een burgeroorlog dreigt uit te barsten), Congo (waar sinds 1997 5 miljoen doden zijn gevallen), … En dan zwijgen we nog over de rol van de VN in Irak waar de sancties tussen 1990 en 2003 hebben geleid tot een half miljoen dode kinderen. De VN-resoluties gaven een legale schaamlap voor de militaire aanvallen van Bush.

Protest: ja, maar hoe en tegen wat?

Het optreden van Spielberg heeft veel verwarring opgewekt. Een aantal kapitalistische media hebben het ontslag van Spielberg opgenomen als een argument tegen “China”, zonder enig onderscheid te maken tussen het regime en de arbeiders, jongeren en arme boeren die onderdrukt worden door dat regime. Voor deze commentatoren is het Chinese regime geen probleem indien het haar markten opent voor lageloonarbeid voor ‘hun’ kapitalistische bedrijven, maar is er wel een problemen als het haar markten of energievoorraden in het buitenland ‘steelt’. Er zijn ook posities zoals deze van de Britse Olympische delegatie die alle Britse atleten een contract wil laten tekenen waarin ze verklaren geen politieke verklaringen af te leggen als ze in China zijn. Het regime in Peking heeft geen alleenrecht op het beperken van de vrije meningsuiting.

In China zien we een weerspiegeling van deze verschillende foutieve argumenten. De nationalisten hebben snel de verdediging opgenomen van de “Chinese” Olympische Spelen, alsof het gebeuren niet wordt gedomineerd door Coca Cola, McDonalds, General Electric en andere sponsors. Terwijl deze bedrijven grote winsten maken op de kap van de arbeiders in hun thuismarkten in de VS en Europa, leiden de Chinese activiteiten in Afrika en elders ook enkel tot voordelen voor een kleine rijke minderheid in China. Sommige pro-democratie activisten staan op een ander standpunt en verwelkomen het standpunt van Spielberg en hopen dat dit een zware slag zal zijn voor het regime. Dat is niet het geval. Een oproep voor een ander beleid in Soedan is geen doortastende kritiek op het regime in China, laat staan dat het een alternatief aanbiedt voor de arbeiders en armen in China of Afrika.

De internationale aandacht voor China en de Olympische Spelen biedt een uitstekende gelegenheid om te protesteren tegen de armoede, onmenselijke arbeidsomstandigheden, onteigeningen, het gebrek aan democratische rechten, de ecologische verwoesting en tal van andere thema’s in China. De strijd tegen deze onrechtvaardigheid zal niet kunnen rekenen op de steun van buitenlandse kapitalisten en regering, ook niet op de steun van showbiz figuren als Spielberg. We zullen ons moeten baseren op de steun van andere onderdrukten in de wereld. Het debat rond de Olympische Spelen kan een kans bieden om onze steun te betuigen aan de strijd van de Chinese arbeiders en jongeren om democratische organisaties op te zetten, in het bijzonder onafhankelijke vakbonden, als essentieel onderdeel van een internationale strijd tegen kapitalisme, imperialisme en oorlog.