Pakistan. Onstabiliteit blijft duren in aanloop naar verkiezingen
Het uitstel van de Pakistaanse verkiezingen naar 18 februari zorgt niet voor meer stabiliteit. Integendeel, er zijn sociale spanningen die steeds meer toenemen (onder meer omwille van de dure prijzen en het tekort aan bloem) naast de verscherpte regionale spanningen na onder meer het ontslag van de gouverneur van de Noordwestelijke Grensprovincie of de sterke repressie tegen aanhangers van Bhutto in de zuidelijke provincie Sindh.
Vandaag werd Pakistan opnieuw opgeschrikt door een bomaanslag. In Lahore vielen daarbij minstens 22 dodelijke slachtoffers en 60 gewonden. Er vielen vooral slachtoffers onder een groep politie-agenten die zich opmaakten om ingezet te worden tegen een anti-regeringsactie die zou samenkomen voor de rechtbank. Deze nieuwe aanslag maakt duidelijk dat er in de aanloop naar de verkiezingen van 18 februari absoluut geen sprake is van stabiliteit.
Na de moord op Benazir Bhutto op 27 december volgde een golf van protestacties doorheen het hele land. Vooral in de zuidelijke provincie Sindh waren er grootschalige acties. Het is in deze provincie dat de familie Bhutto woont (in de stad Lakara) en waar de PPP (Pakistaanse Volkspartij) haar sterkste basis heeft. In delen van het binnenland van Sindh zijn er nog feodale structuren met een extreme uitbuiting van de armste lagen van de bevolking. De PPP speelt daar op in en probeert haar populariteit te versterken door in te spelen op nationalistische gevoelens die de afgelopen maanden sterker zijn geworden in deze provincie.
De regering probeert het massale protest na de moord op Bhutto te breken door een repressiecampagne in te zetten. De PPP vreest dat 250.000 mensen zullen worden vervolgd voor de rellen na de moord op Bhutto. Het gaat daarbij vooral om mensen uit de provincie Sindh, wat uiteraard de nationalistische gevoelens niet zal afzwakken. Het is waarschijnlijk dat de PPP zal proberen om interne verdeeldheid en het eigen falen om een sociaal beleid aan te bieden, te verbergen achter een opgedreven nationalistische retoriek in Sindh. Dat kan de partij immers heel wat electoraal succes opleveren. Wat er achteraf mee zal gebeuren, is dan natuurlijk een andere kwestie.
Ook in andere delen van Pakistan zijn er nationale spanningen. Dat was reeds langer het geval in de provincie Balochistan (aan de grens met Iran in het Zuidwesten), bij eerdere nationale bewegingen in die provincie speelde de PPP van Bhutto overigens de rol van bloedige onderdrukker. Uiteraard blijft er ook het streven naar meer autonomie en onafhankelijkheid in het noordelijke Kasjmir. Maar het meest woelige gebied is ongetwijfeld de Noordwestelijke Grensprovincie (NWFP).
Die provincie is hard geraakt door de NAVO-operaties in Afghanistan. In deze provincie is een meerderheid van de bevolking Pashtoon (dezelfde bevolkingsgroep maakt de meerderheid van de Afghaanse bevolking uit) en het is hier dat in de jaren 1980 – met de steun van het imperialisme – de islamfundamentalisten vrij spel kregen en werden opgeleid. De Afghaanse mujahedin werd in Pakistan opgeleid om te vechten tegen de Sovjetinvasie in 1980. Dit leverde de basis voor de latere ontwikkeling van de islamfundamentalisten rond de Taliban. Pakistan maakte zelf handig gebruik van de fundamentalisten om hen in te zetten in onder meer Indisch Kasjmir.
In de NWFP is de Taliban nadrukkelijk aanwezig en beschikt deze ook over heel wat macht. In het provinciebestuur zitten de islamistische partijen mee in de coalitie. Lokaal zijn er regio’s van de NWFP die volledig onder controle van de Taliban staan, met de nodige repressie en reactionaire maatregelen die daarmee gepaard gaan. Jarenlang was er min of meer een akkoord tussen het regime en de islamfundamentalisten van de Taliban. Maar nu is er een toename van geweld.
De gouverneur van de NWFP, de gepensioneerde generaal Ali Mohamed Jan Orakzai, nam ontslag omdat duidelijk werd dat het vredesakkoord met lokale stammenleiders had gefaald. Dat vredesakkoord dateert uit september 2006 en moest zorgen voor rust in de gebieden waar verschillende stammenleiders en islamisten het voor het zeggen hebben. De stammenleiders gingen akkoord om de grenzen met Afghanistan te sluiten en niet langer onderdak te bieden aan buitenlandse militanten. Het leger zou in ruil haar militaire operaties afbouwen en niet langer overgaan tot het arresteren van fundamentalisten in de dorpen. Dit vredesakkoord illustreerde de houding van het Pakistaanse regime tegenover de Taliban, maar er kwam toch een einde aan. Niet onder druk van Bush of het VS-imperialisme, maar omdat Taliban-gezinde militanten zich eenzijdig terugtrokken uit het vredesakkoord omdat er volgens hen nog teveel militaire controleposten bleven in de stammengebieden. Het einde van het vredesakkoord kwam er vlak na een aanval van het Pakistaanse leger op een radicale moskee (de zogenaamde “rode moskee”) in de hoofdstad Islamabad in de zomer van 2007.
De nieuwe gouverneur zal het niet makkelijk hebben, maar beschikt over een verleden van harde repressie tegen nationalisten in Balochistan. De Taliban zijn aan een opmars bezig in de NWFP en controleren grote gebieden van de provincie. Er zijn ook steeds meer bedreigingen in de grote steden van de NWFP, zoals Peshawar. Daar kregen enkele eigenaars van videotheken deze week nog dreigbrieven om hun zaak te sluiten. De dreigbrieven kwamen van militanten die zichzelf voorstelden als de lokale Taliban. In de regio werden reeds verschillende videotheken opgeblazen. Ook zijn er regelmatig berichten van gewelddadige optredens van Taliban-militanten bij pakweg huwelijken waar muziek wordt gespeeld. Muziek, video’s, CD’s,… zijn allemaal onaanvaardbaar voor de reactionaire Taliban.
Militaire leiders van de Taliban, zoals mullah Mansoor Dadullah, zouden onder meer opereren vanuit Pakistan. Het was alleszins opvallend dat Mansoor Dadullah het eerdere bericht van zijn uitsluiting uit de Taliban gisteren ontkende vanuit een verblijfplaats in Tank, een gebied in de NWFP in Pakistan. Mansoor Dadullah verklaarde overigens dat hij niet was uitgesloten aangezien hij geen bevelen van Taliban-leider mullah Mohamed Omar had genegeerd. Dadullah bevestigde meteen ook zijn goede relaties met Al Qaeda dat volgens hem onderdeel uitmaakt van de Taliban.
De aanwezigheid van islamfundamentalisten werd destijds getolereerd en gestimuleerd door het regime dat daartoe de steun kreeg van onder meer de VS in haar Koude Oorlog tegen de Sovjetunie. Het resultaat is dat Pakistan vandaag naast de regionale spanningen in Balochistan, Kasjmir en Sindh ook nog eens geconfronteerd wordt met een uiteenvallende NWFP waar grote delen onder de controle van de Taliban staan. De gewone bevolking is daar het slachtoffer van. De afgelopen jaren kwamen zo’n 3 miljoen Afghaanse vluchtelingen naar de NWFP (waar zo’n 20 miljoen mensen wonen), maar de afgelopen weken zijn er steeds meer berichten van Pakistaanse vluchtelingen die naar Afghanistan trekken in de hoop daar een betere toekomst te kunnen uitbouwen.
[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]
Lange wachtrijen om bloem te kopen in Peshawar
[/box]
De regionale spanningen gaan samen met immense sociale problemen in Pakistan. Hét gespreksonderwerp in veel gewone gezinnen en onder arbeiders is de dure prijs voor bloem. Er zijn lange wachtrijen om toch maar aan bloem te raken om brood te kunnen bakken. De tekorten en hoge prijzen treffen de werkenden en hun gezinnen steeds meer. Eerder waren er al andere voedingsproducten die in prijs stegen. Hierdoor wordt het leven voor de doorsnee Pakistaan stilaan onbetaalbaar.
Het enige antwoord van de traditionele politici in Pakistan bestaat uit het zoeken van steun in het Westen. Musharraf probeert op een goed blaadje te staan in de VS en West-Europa, ondanks de repressieve dictatuur waarvan hij aan het hoofd staat. De PPP van Benazir Bhutto bood daar geen alternatief op. De New York Times maakte recent bekend dat Benazir in de eerste helft van 2007 zo’n 250.000 dollar besteedde aan het bedrijf Burson-Marsteller dat moest instaan voor haar “public relations”. Ook voor Benazir was haar imago in het buitenland belangrijker dan het lot van de arbeiders, arme boeren en jongeren in Pakistan. Om te breken met de jarenlange onderdrukking, is er ook in Pakistan nood aan een arbeiderspartij die de belangen van de gewone bevolking verdedigt en opkomt voor een socialistisch alternatief op de miserie, oorlogen, het religieus fundamentalisme en de regionale spanningen die gepaard gaan met het kapitalistische bewind dat thans heerst in Pakistan.