Turkije. Dreiging met invasie versterkt regionale onstabiliteit

Bloedige confrontaties tussen Turkse troepen en Koerdische strijders van de PKK rond de Turks-Irakese grens hebben de spanningen in de regio verder opgedreven. Het Turkse parlement besliste met 509 tegen 19 stemmen om de legerleiding van het land te steunen in haar vraag om het Koerdische noorden van Irak te mogen binnenvallen. Het Turks leger wil daar eenheden van de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) aanpakken.

Kevin Parslow

Het kan nu op ieder ogenblik tot een inval komen. Dat zou enorme gevolgen hebben voor de Koerdische bevolking in de regio. Het zou tegelijk ook de positie van de bezettingstroepen in Irak ondermijnen. Vandaar de oproep van Bush aan Turkije om voorzichtig te zijn. De wereldmarkt reageerde reeds bezorgd, met een sterke stijging van de olieprijzen afgelopen week (het record van 90 dollar per vat werd toen gehaald).

De Koerdische minderheid in Turkije bevindt zich voornamelijk in het zuidoosten van het land. Net zoals de Koerden in Syrië, Iran en recent ook in Irak, beschikken de Koerden in Turkije over weinig of geen rechten. Dat is reeds zo sinds het imperialisme het voormalige Ottomaanse rijk opdeelde na haar nederlaag in de Eerste Wereldoorlog.

De Koerden vormen de grootste nationaliteit ter wereld zonder eigen staat. Historisch hadden ze nooit enige erkenning of rechten in Turkije. Recent hebben ze wel beperkte taal- en onderwijsrechten afgedwongen. Ook de politieke rechten van de Koerdische bevolking zijn beperkt, heel wat Koerdische partijen werden meermaals de toegang tot verkiezingen ontzegd. Partijen die publiekelijk opkomen voor onafhankelijkheid worden verboden.

De PKK werd in 1978 gevormd en voert sinds 1984 militaire acties uit tegen het Turkse leger en economische doelwitten. Het maakt daarbij gebruik van guerrillataktieken maar ook van doelgerichte aanslagen. Zo werden vorige week nog 17 Turkse militairen omgebracht nadat ze in een hinderlaag waren gevallen. De PKK slaagt er echter niet in om het Turkse leger te verslagen, waardoor de militaire taktiek steeds meer in vraag werd gesteld wat zelfs leidde tot een wapenstilstand tussen 2000 en 2004.

Na de toekenning van beperkte hervormingen maar zonder een beweging in de richting van autonomie, herstartte de PKK haar militaire activiteiten. PKK-leider Abdullah Öcalan werd in 1999 opgepakt en verkommert nu in een Turkse gevangenis, waar hij naar verluidt zou oproepen tot een wapenstilstand. De PKK heeft de afgelopen maanden evenwel haar activiteiten opgedreven, vooral met aanvallen op doelwitten in Turkije. Het Turkse leger denkt dat de PKK daartoe gebruik maakt van eenheden en bases in het Koerdische gebied in Irak. Het leger wil de PKK daar gaan bestrijden en kon rekenen op een grote steun van het parlement dat zich baseert op een vijandigheid onder de Turkse bevolking tegenover de nationale eisen van de Koerdische bevolking.

Turkije heeft het tweede grootste leger van de NAVO (na de VS). Het leger beschouwt zichzelf als de verdediger van de lekenstaat en de grondwet van het land. Het leger was sinds 1960 vier keer verantwoordelijk voor een staatsgreep tegen een democratisch verkozen regering. Als politieke en/of economische onstabiliteit haar positie in de samenleving bedreigde, greep het leger telkenmale in.

Het leger kreeg een zware slag in juli 2007. Het had zich verzet tegen het voorstel van de regerende AKP (Partij voor rechtvaardigheid en ontwikkeling, oorspronkelijk een islamitische partij) om haar partijlid Abdullah Gul aan te stellen als president van het land. De AKP riep verkiezingen uit en won die makkelijk, grotendeels op basis van de verbeterde economische situatie in het land. Hierop werd Gul dan toch president.

Het leger wil ongetwijfeld haar blazoen en prestige wat oppoetsen. Anderzijds hebben het leger en de regering een gemeenschappelijke vrees voor een mogelijk onafhankelijke Koerdische staat in het noorden van Irak. Die mogelijkheid werd reëler nu een aantal oliemultinationals een akkoord hebben gesloten met de regionale regering van Iraaks Koerdistan.

In Irak is er al veel vernield als gevolg van de invasie en de bezetting door de Amerikaanse en Britse troepen. Als Turkije nu ook nog eens militaire operaties start in Irak zal het enkel voor een verdere vernieling van het land zorgen. Een aantal Irakese Koerdische leiders dringen daarom bij de PKK aan om zich terug te trekken over de Turkse grens. Ze willen zo een ramp in hun gebied voorkomen. Anderen willen dat de Irakese regering het Turkse leger fysiek zou tegenhouden. Nog anderen menen dat de Koerdische krachten de regio moeten verdedigen.

In verschillende Irakese steden zoals Irbil waren er betogingen van Koerden tegen de beslissing van het Turkse parlement. De meeste gewone Koerden willen zich verzetten tegen een aanval door het Turkse leger op hun landgenoten. Bovendien wordt gevreesd dat een Turkse inval enkel zou dienen om de politieke en economische belangen van Turkije te versterken en tegelijk ook de etnische Turkmenen in de regio te steunen.

Bezorgdheid in de VS

De verhoudingen tussen de Turkse regering en de VS waren ooit bijzonder vriendschappelijk, maar zijn de afgelopen jaren wat afgekoeld. De VS steunt de Turkse campagne om lid te kunnen worden van de EU. Maar de enorme vijandigheid van de Turkse bevolking tegenover het VS-imperialisme leidde ertoe dat de regering weigerde toelating te geven aan de VS om gebruik te maken van het Turks grondgebied bij haar invasie in Irak in 2003.

De VS probeerde de afgelopen jaren steeds om een Turkse inmenging in Irak te vermijden. De positie van de VS in Turkije werd echter verder ondermijnd door een voorstel in het Amerikaanse parlement om de dood van zo’n 1,5 miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1917 te erkennen als een “genocide”. Er is historisch geen enkele twijfel over deze ramp voor de Armeense bevolking. Maar in Turkije is het een misdrijf om dit een genocide te noemen.

De Turkse regering en het leger gebruiken de Amerikaanse stellingname over Armenië om de oproepen van Bush tot terughoudendheid te negeren. Bush stelde nochtans dat hij het niet eens was met de mogelijke parlementaire uitspraak over de genocide. Turkije riep ook haar ambassadeur uit Washington terug uit protest. Het lijkt er op het voorstel in het Amerikaans parlement geen meerderheid zal halen, maar het volstaat als excuus voor het Turkse leger en regering.

Bush roept op tot terughoudendheid omdat hij vreest dat de belangrijke bevoorradingsroute van het Amlerikaans leger via Turkije bedreigd zou worden. Anderen in de VS pleiten ervoor om Turkije te steunen. Peter Rodman, een voormalige topman uit het Pentagon, stelde dat het beter zou zijn voor de VS als Turkije de Koerden zou aanvallen. In de Financial Times verklaarde hij dat het beter is dat de Turken de PKK aanpakken aangezien de VS daar niet toe in staat is en het Irakese leger er niet toe bereid is.

Wij verzetten ons tegen een invasie van Irak door de Turkse troepen en zijn voor het zelfbeschikkingsrecht van de Koerdische bevolking. Tegelijk komen we op voor een terugtrekking van de huidige bezettingstroepen uit Irak.

De spanningen in de regio kunnen enkel opgelost worden op basis van eenheid van de Turkse en Koerdische arbeidersklasse en solidariteit van arbeiders in de regio. Er zal bovendien nood zijn aan democratische arbeidersorganisaties die geen enkele steun verlenen aan de kapitalistische elites in de regio.

Het lot van Irak, Turkije, de Koerden en het Midden-Oosten zal uiteindelijk afhangen van de arbeiders en armen in de regio. Als zij socialistische ideeën opnemen, in verzet gaan tegen hun uitbuiters en bouwen aan een socialistische federatie in de regio zal het mogelijk zijn om een antwoord te bieden op de dringende sociale en nationale problemen.

Wiens brood met eet, diens woord men spreekt…

In de marge van de besprekingen in het Amerikaans parlement van een resolutie over de moord op 1,5 miljoen Armeniërs door het Turkse leger tijdens WO 1, werd duidelijk hoe het lobby-systeem in de Amerikaanse politiek werkt. De “niet-bindende resolutie” waarin de genocide zou worden veroordeeld, stevende af op een makkelijke goedkeuring van het parlement. Voormalig Republikeins parlementslid Robert Livingston kreeg sinds 1999 12 miljoenh dollar vanuit Turkije om dergelijke resoluties tegen te houden. Een voormalig Democratisch parlementslid, Richard Gephardt, heeft een contract ter waarde van 1,2 miljoen dollar om voor Turkije te lobbyen. Voor hij dat contract aanvaardde, had hij eerder steun gegeven aan een resolutie over de genocide…