Bloedbad in Darfoer: mee veroorzaakt door strijd om land en olie

In Khartoum, de hoofdstad van Soedan, is de bouwsector in volle bloei. Zo wordt er een vijfsterrenhotel gebouwd met Libisch geld. Dat is maar één van de meer opvallende bouwwerken in de stad op dit ogenblik. Het IMF verwacht dat de Soedanese economie dit jaar met 11% zal groeien, één van de hoogste groeicijfers in Afrika.

Alison Hill

Het is moeilijk om te geloven dat in hetzelfde land minstens 200.000 mensen omkwamen in het conflict in Darfoer en nog eens minstens 2,5 miljoen anderen hun woning moesten verlaten. Veel vluchtelingen leven (en sterven) nu in kampen, zowel in Soedan als over de westelijke grens met Tsjaad.

De Verenigde Naties beslisten recent om een grote vredesmacht naar Darfoer te sturen. 26.000 troepen van de VN en de Afrikaanse Unie (AU) zouden er blijven tot 2008. Er zijn nu reeds 7.000 troepen van de AU in de regio, maar die worden vaak aangevallen door milities die actief zijn in de buurt.

Eind september kwamen 10 AU-soldaten om bij dergelijke aanvallen. Onder de 10 soldaten waren er zeven uit Nigeria. De slachtoffers vielen na een aanval op een dorp in Darfoer, Haskanita. Veel van de 7.000 inwoners konden wegvluchten na de aanval op de AU-troepen, maar er vielen ook veel burgerslachtoffers in Haskanita. Het dorp werd platgebrand en leeg geplunderd. Rebellen en regering beschuldigen elkaar voor de aanval.

Er zijn minstens een tiental verschillende rebellengroepen actief in Darfoer. Die proberen allemaal nog een stukje territorium te winnen voor de volgende ronde van vredesonderhandelingen die eind oktober in Tripoli zouden plaatsvinden.

De Soedanese regering reageerde bijzonder hard op iedere uitdaging van haar macht. In feite is de hele geschiedenis van het land er één van rebellie tegen een brutale regering.

Toen de imperialistische machten in 1956 de macht overdroegen aan de elite van Khartoum, werd de basis gelegd voor verdere problemen voor de gewone bevolking. Bijna onmiddellijk na de ‘onafhankelijkheid’ van het Brits imperialisme, was er een decennialange burgeroorlog met het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) in het zuiden. In die oorlog vielen er minstens 2 miljoen doden. Daaronder heel wat slachtoffers van de tactiek van de verschroeide aarde van de Soedanese regering (waarbij hele dorpen en regio’s gewoon werden platgebrand).

Een vredesakkoord met de SPLA kwam er pas toen een aantal leiders van de beweging in de regering werden opgenomen en er ook beloften kwamen om een deel van de olie-inkomsten naar het zuiden over te brengen. Dat was de aanleiding van een nieuwe rebellie in Darfoer in 2003. De militieleiders zagen dat er wat kruimels naar het zuiden kwamen en ze wilden daar een stevig graantje van meepikken.

Deze rebellie in Darfoer kreeg af te rekenen met een extreem brutale genocide waarbij de Soedanese luchtmacht bombardementen uitvoerde en ook mee aan de basis stond van de gewelddadige Janjaweed militie dat verantwoordelijk is voor enkele brutale aanvallen op gewone mensen in dorpen en kampen.

Het staakt-het-vuren in 2006 vormde geen einde voor dit lijden. De tussenkomst van imperialistische machten heeft een aantal zelf-aangestelde leiders enkel maar versterkt en heeft enkel geleid tot een akkoord tussen milities, terwijl die geen meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen.

“De internationale gemeenschap is onverantwoord opgetreden door in het verleden dit soort mensen te erkennen, zonder de vraag te stellen of ze iemand vertegenwoordigden en of ze verantwoord optraden”, stelde een VN-afgevaardigde recent nog.

De VN heeft weinig te bieden: er wordt gedreigd met processen wegens oorlogsmisdaden en met een interventiemacht. Voor die interventiemacht dringt de Soedanese regering er op aan dat deze vooral bestaat uit Afrikaanse troepen, maar daarbij wordt de vraag gesteld van waar ze dan wel zullen komen. Er zijn nu reeds 17.000 troepen van de AU in Congo en 10.000 in zuidelijk Soedan.

Kloof tussen rijk en arm

Soedan heeft nu heel wat middelen om de bevolking een beter leven aan te bieden, zowel de boeren als de vluchtelingen in de kampen. Alleen zien we onmiddellijk dat de olie-inkomsten niet worden gebruikt in het belang van de meerderheid van de bevolking. China koopt 80% van de olie en gas uit Soedan op en de meeste oliebedrijven zijn in handen van de heersende elite.

De Soedanese bevolking moet haar eigen politieke stem krijgen. Vlak na WO2 had de Communistische Partij van Soedan een grote invloed en een sterke basis in de samenleving, onder verschillende etnische groepen. De kansen werden toen niet benut en de CP gaf zich over aan het Arabisch nationalisme. Er kunnen nieuwe krachten worden opgebouwd door de arbeiders en arme boeren over de etnische en religieuze verdeeldheid heen. Dat kan door samen te strijden tegen het neoliberale en repressieve regime en door zichzelf te verdedigen tegen de milities.

De arbeidersstrijd in andere Afrikaanse landen, zeker waar er een sterke georganiseerde arbeidersklasse is (zoals in Nigeria), zal van groot belang zijn, net zoals de internationale solidariteit vanuit de arbeidersbeweging.