Graaicultuur aan de top. Zelfs liberalen moeten toegeven: “Deze manier van verlonen is onverantwoord”
Onze lonen zouden te hoog zijn. Maar als we kijken naar de mensen die ons deze boodschap willen verkopen, zien we dat die ongegeneerd graaien in de vetpotten van hun ondernemingen. In 2006 kregen de topmanagers van de belangrijkste bedrijven in ons land een loonsverhoging van maar liefst 22%.
Karel Mortier
Niet alleen de topmanagers worden in de watten gelegd, ook de grote aandeelhouders genieten mee. De nettowinst van de Belgische beursgenoteerde bedrijven steeg in 2006 met 29 procent en de winst van alle Belgische ondernemingen samen bereikte een record van 40 miljard euro. Dat is meer dan een verdubbeling op één jaar tijd. Het gaat dus goed, zou men kunnen denken. Alleen merken de meeste werkenden daar weinig tot niets van.
Extreem hoge lonen voor de top, besparingen voor de arbeiders
Albert Frère ontving als topmanager van de Groep Brussel Lambert (GBL) 5,54 miljoen euro, Jean-Paul Votron van Fortis 4,47 miljoen en Carlos Brito van InBev 3,94 miljoen. Dat is dan nog alleen hun loon zonder bijkomende bonussen en/of aandelenpakketten. Bij ING kreeg de Nederlandse topman zo’n 4 miljoen euro, een verviervoudiging op vier jaar tijd.
Bij Belgacom werd vorig jaar 6,1 miljard euro winst gemaakt. Topmanager Didier Bellens kreeg 1,85 miljoen euro, verdiende 480.000 euro aan dividenden op zijn aandelen en verkocht voor 6 miljoen euro aan aandelen. Bellens verkocht 180.000 aandelen voor dezelfde prijs als hij in 2004 300.000 aandelen aankocht. De 120.000 aandelen die hij overhoudt, zijn pure winst (4 miljoen euro).
Voor het gewone personeel gaat het niet zo goed bij Belgacom. Begin jaren 1990 waren er 26.500 arbeiders, begin 2007 waren dat er nog 15.000. Nu zouden er nog eens 1.500 weg moeten. ACV-Transcom merkte op: “Er was vorig jaar een daling van de personeelskost met 3,3%. Op directieniveau stegen de lonen echter met 6,4%. Nu is het tijd voor onze loonsverhoging.”
Bij Bayer/Lanxess verdeelden de vakbonden een pamflet waarin de kloof tussen top en basis werd aangeklaagd: “In een artikel in De Tijd zegt de heer Ulrich Koemm, lid van het directiecomité van Lanxess, dat de loonvoorwaarden in België niet langer concurrentieel zijn op wereldvlak. Nochtans zijn het deze heren die zichzelf exuberante lonen toeeigenen en steeds meer verdienen, jaar na jaar. Zo steeg bijvoorbeeld het basissalaris van de heer Heitman (Lanxess) in 2006 meer dan 13% ten opzichte van het jaar 2005 (van 592.000 naar 670.000 euro) en was er een salaris meerkost voor de Bayer Board van meer dan 15% (van 7.064.828 naar 8.143.822 euro).”
Zelfs liberalen stellen loonkloof in vraag
Zelfs een aantal liberale politici zoals Karel De Gucht, maar ook figuren van de Europese Centrale Bank, stellen dat er een probleem is met de grote verschillen tussen de toplonen en de gewone lonen. Karel De Gucht verklaarde voorstander te zijn van een loonmatiging voor de arbeiders, maar: “Dit matigingspleidooi is politiek niet altijd makkelijk te verkopen tegen de achtergrond van vorstelijke salarissen aan de top en het nog nooit zo hoge aandeel van de bedrijfswinsten in het totale inkomen van onze economie. De laatste jaren zijn de reële lonen veel minder snel gestegen dan de productiviteit.”
Zijn voormalig collega-parlementslid en liberaal econoom Paul De Grauwe vulde aan: “De managers krijgen hogere vergoedingen omdat de economie goed draait en de beurzen stijgen, terwijl dat hun verdienste niet is. Deze manier van verlonen is onverantwoord.”
Op zich zijn de traditionele politici niet tegen hoge vergoedingen voor topmanagers. Zoals Etienne Schouppe (CD&V) verklaarde: “Het spreekt voor zich dat je topmanagers goed betaalt. Als je peanuts geeft, krijg je monkeys.” Hiermee wordt aangegeven wat ze van gewone arbeiders denken… Alleen willen de traditionele politici de kloof tussen de toplonen en het middenkader wat beperken om te vermijden dat de arbeiders zouden opkomen voor een algemene loonsverhoging.
Onze buikriem
De traditionele partijen mogen dan al kritiek hebben op de hoge lonen en de loonkloof, ze hebben er niets aan gedaan en zijn er zelfs mee verantwoordelijk voor. Bij de discussies over een loonnorm in het Interprofessioneel Akkoord heette het dat we allemaal de buikriem zouden moeten aanhalen.
Nu wordt dan bijna verbaasd vastgesteld dat onze lonen achterblijven. En meer zelfs: “De bijzonder hoge verloning van de ene is gebaseerd op de matiging van velen. Dat klopt niet.” Ondanks zijn verleden als topmanager, moest Etienne Schouppe deze vaststelling maken.
Alle beloften en mooie woorden zullen niets veranderen. Wat we nodig hebben is een andere politiek. Een politiek die opkomt voor de belangen van de meerderheid van de bevolking en niet die van een kleine groep topmanagers en grote aandeelhouders.