Globalisering in vraag gesteld. Toch patronale pleidooien voor aanval op de lonen
Terwijl zelfs vanuit de Europese Centrale Bank gewaarschuwd wordt voor de grote inkomensongelijkheid, pleit het patronaat voor verdere aanvallen op de lonen. Francis Verheughe, de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van de werkgeversorganisatie Agoria, pleit voor een arbeidsduurverlenging zonder loonsaanpassingen. Doel: de winsten nog verder opdrijven ten koste van de lonen.
De nieuwe voorzitter van Agoria is niet toevallig een topman van de Belgische vestiging van het Duitse Siemans waar er reeds een arbeidsduurverlenging werd doorgevoerd. Ook in de Belgische vestiging was dit reeds het geval in 2004. Verheughe stelt nu dat een algemene invoering niet zinvol is, maar wel een “doelgerichte” invoering als “duidelijke oplossing voor duidelijke problemen”.
Een dergelijke arbeidsduurverlenging zou er enkel toe bijdragen dat de lonen verder onder druk worden gezet. Nochtans komt daar enige kritiek op. Niet enkel van linkse socialisten of strijdbare syndicalisten, maar ook van verdedigers van de patronale politiek. Er was reeds de oproep van Karel De Gucht in een vrije tribune waarin die stelde dat de topmanagers ook moeten matigen en bezuinigen, zoniet vreest hij voor een ruimte voor “populisten” om aan te kaarten dat de lonen van de gewone werknemers niet stijgen, terwijl dat voor de topmanagers en voor de winsten van de grote bedrijven wel het geval is.
De Gucht staat niet alleen met zijn vrees. De krant De Tijd schreef vandaag: “De globalisering en technologische vooruitgang leiden in de rijke landen tot een daling van het loonaandeel in het bruto binnenlands product (bbp) en een stijging van de inkomensongelijkheid. Regeringen en centrale banken beginnen zich zorgen te maken. Ze vrezen pleidooien voor protectionisme en vragen bedrijven niet te overdrijven met vergoedingen voor hun topmanagers. Het is echter verre van zeker dat het loon van de gemiddelde werknemer snel een inhaalbeweging maakt. In de meeste West-Europese landen en in de VS stegen de lonen de laatste jaren trager dan het bbp. Het aandeel van de lonen in het bbp is nu abnormaal laag. Tegelijk groeiden de bedrijfswinsten fors. In verscheidene landen bereikten de winsten in 2006 een recordhoogte in verhouding tot het bbp.”
Dat lijkt een scherpe veroordeling te zijn van de globalisering en een erkenning dat het huidige neoliberale offensief enkel leidt tot recordwinsten voor de grote bedrijven, terwijl de arbeiders moeten inleveren. Het lijkt op een dergelijke veroordeling, maar het is in feite een poging om de inkomensongelijkheid een beetje te beperken om kritieken te vermijden.
Ben Bernanke, voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, en Jean-Claude Trichet, voorzitter van de Europese Centrale Bank, deden oproepen om de lonen van topmanagers te beperken. Niet dat dit veel effect had. Joseph Ackerman van Deutsche Bank verdiende vorig jaar ruim 13 miljoen euro. Albert Frère kreeg 5,5 miljoen euro loon (naast een veelvoud van dat bedrag aan dividenden voor zijn aandelen). Bij ING was er op 4 jaar tijd een verviervoudiging van het loon van de topmanager, inmiddels bedraagt dat loon ruim 4 miljoen euro per jaar.
Dat is volgens een aantal patronale vertegenwoordigers gevaarlijk omdat het argumenten biedt aan de werknemers om ook een deel van de koek te eisen. De Tijd schrijft vandaag: “De recordwinsten en superlonen van topmanagers maken het moeilijker om aan de vakbonden een voortzetting van de loonmatiging te vragen.” Nochtans wijst alles erop dat een dergelijke loonmatiging wordt aanvaard door de vakbondsleidingen, denk maar aan het recente IPA.
Tegenover de hoge winsten is er ruimte voor substantiële loonsverhogingen. De winsten van de Bel-20 bedrijven nam met 38% toe op 1 jaar tijd. De lonen van topmanagers stijgen bijzonder snel (om “concurrentieel” te blijven…) en tegelijk moeten onze lonen dalen (eveneens om “concurrentieel” te blijven). Tegenover die neerwaartse spiraal van aanvallen op onze levensstandaard, is er nood aan een offensief voor reële loonsverhogingen. Dat kan bijvoorbeeld door een arbeidsduurverkorting zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen. Wanneer maken de vakbondsleidingen een offensief strijdpunt van een eis zoals de 32-urenweek?