Nederlandse SP zet nieuwe electorale stap vooruit.

De SP (Socialistische Partij) was de grootste winnaar van de provinciale statenverkiezingen van 7 maart in Nederland. Bij deze verkiezingen werden de vertegenwoordigers gekozen voor de 12 provincies. De SP ging daarbij sterk vooruit in zetelaantallen en werd de tweede grootste partij in twee provincies.

Elizabeth Bakker (Offensief) en Niall Mulholland (CWI)

Vorige woensdag werden 562 leden van de 12 provinciale raden verkozen. De belangrijkste regeringspartij, het christen-democratische CDA verloor 3% in vergelijking met 2003. De partij haalde 151 zetels. De tweede regeringspartij, de sociaal-democratische PvdA verloor 6,2% en haalde 114 zetels. Het was de linkse partij SP die de meest opvallende overwinning boekte en 9,25% vooruit ging in vergelijking met 2003. De partij haalde 83 zetels (of 836.531 stemmen, 14,8% van het totaal). In 2003 haalde de SP 5,6% en 38 zetels.

In mei zullen de provinciale vertegenwoordigers de leden van de nieuwe senaat verkiezen. De senaat is net zoals bij ons een vorm van controle-orgaan dat wetten kan tegenhouden. De verkiezingen van de provinciale staten waren dus wel degelijk van belang voor de regeringscoalitie. De vooruitgang van de kleine Christen-Unie (dat van 2 naar 4 senaatszetels zal gaan) zorgde er voor dat de regering een meerderheid behield. Er zal immers een kleine meerderheid zijn in de senaat. Dankzij de CU werd de regering dus gered van een vervelende verkiezingsnederlaag.

“Dit is een nederlaag”, aldus een PvdA-leider

Op basis van het aantal zetels van de verschillende partijen in de Provinciale Staten, is het mogelijk om het aantal verkozenen in de senaat nu reeds te becijferen. In mei wordt de senaat definitief verkozen. Volgens de huidige cijfers zou de regering samen over 41 van de 75 zetels beschikken.

De grootste winnaar was de SP die van 4 naar 12 zetels gaat in de senaat. Dit komt na het eerdere succes van de partij bij de algemene verkiezingen van november. Toen slaagde de partij er in om het aantal zetels in de Eerste Kamer zowat te verdrievoudigen.

De verkiezingen vormden een nederlaag voor de regeringspartijen CDA en vooral voor de PvdA. De vooruitgang voor de SP was opvallend. In vergelijking met november haalde de partij niet meer kiezers, maar dat komt vooral door de traditioneel lagere opkomst bij de provinciale statenverkiezingen (een opkomst van 47% tegenover 80% bij de verkiezingen van november vorig jaar).

De SP ziet zich bevestigd in haar positie van belangrijkste oppositiepartij. De partij haalde heel wat vroegere PvdA-kiezers binnen die zich ontgoocheld voelen in hun partij omwille van de toetreding tot een regering die door rechts wordt gedomineerd. De PvdA verloor de afgelopen week sterk in de peilingen. Wouter Bos, minister van financiën en vice-minister, gaf toe: “Het is een nederlaag, maar niet zo erg als we hadden verwacht – het kon nog veel erger”.

Het Zeelandse provinciale PvdA-kopstuk Maria Le Roy stelde dat de verliezen voor haar partij “dramatisch” waren. “De SP won ten koste van ons. Dat betekent dat we er niet in zijn geslaagd om onze sociale kant te tonen.”

SP: Volgende keer in de regering?

SP-leider Jan Marijnissen legde verschillende verklaringen af over het feit dat de SP nu niet in de regering zit, maar de volgende keer mogelijk wel. Offensief, onze Nederlandse zusterorganisatie, is actief in de SP maar spreekt zich uit tegen een deelname aan een coalitie met gelijk welke traditionele partij.

Dat zou rampzalig zijn voor de SP aangezien alle traditionele partijen voor een besparingsbeleid staan op de kap van de arbeiders en hun gezinnen. Een deelname van de SP aan een dergelijke regering zou enkel dienen als “links schaamlapje” voor de aanvallen op de levensstandaard van de arbeiders. Hierdoor zou de SP uiteindelijk op een zelfde pad terecht komen als de PvdA die vroeger gezien werd als een arbeiderspartij maar de afgelopen jaren haar steun is kwijt gespeeld.

De SP-leiding stelt dat het hervormingen wil voor de arbeiders, maar de partij gaat niet echt in tegen het kapitalisme. Aanhangers van Offensief verdedigen natuurlijk alle mogelijke hervormingen in het voordeel van de arbeiders, maar we wijzen er tevens op dat enkel een aanhoudende massastrijd voor een andere samenleving, voor een democratisch socialistische samenleving waar de behoeften van de mensen centraal staan en niet de winsten, er toe kan leiden dat verworvenheden kunnen worden behouden.

De SP-leiding maakt een bocht naar rechts op een ogenblik dat er grote electorale winst wordt geboekt. Het zou in de logica van de partijleiding liggen om nu ook toe te treden tot een coalitieregering om het kapitalisme “beter te beheren” voor de arbeiders. De SP is reeds actief in lokale coalities die privatiseringen doorvoeren, zoals het geval was in Nijmegen waar de busdienst wedrd verkocht. Na de stijgingen in de opiniepeilingen en de verkiezingen van vorige week, is het mogelijk dat de SP op provinciaal vlak tot coalities toetreedt.

Heel wat arbeiders zouden ongetwijfeld desillusies oplopen als de SP deelneemt aan een regeringscoalitie en mee verantwoordelijk is voor besparingen. Dat is immers niet wat de SP-kiezers willen. 76% van de SP-kiezers stelden dat ze in november voor de partij kozen uit bezorgdheid voor de gezondheidszorg. 31% stemde SP omwille van de economie en armoede.

Op dit ogenblik zijn de meeste kiezers en leden van de SP uiteraard enthousiast omwille van de vooruitgang van de partij bij de verkiezingen. Ze hopen dat de SP een verschil zal kunnen maken. Het is dan ook erg belangrijk om te zien hoe de SP verder zal gaan. De partij kan een strijdbaar socialistisch programma naar voor schuiven gebaseerd op de belangen van de arbeiders en hun gezinnen. Of zal de partijleiding de druk verhogen om deel te nemen aan een regeringscoalitie? De deelname aan lokale besturen met rechtse partijen, en de mogelijkheid van een deelname aan een nationale regering binnen enkele jaren, zal de kwestie stellen van het behoud van de electorale steun van de partij. Als de SP geen verschil maakt en mee bespaart op onze kap, zou dit wel eens tot enorme ontgoochelingen kunnen leiden. Kleinere rechtse partijen en racisten kunnen dan sterker vooruitgaan.

Thema van de “nationaliteit” dominant in verkiezingscampagne

De nationalistische PVV (Partij voor Vrijheid) domineerde de discussies in de recente verkiezingscampagne. De partij eiste dat de nieuwe ministers en staatssecretarissen geen dubbele nationaliteit zouden hebben en stelde de “loyauteit” in vraag van politici met twee identiteitskaarten. Twee ministers hebben een dubbele nationaliteit. De partij vond een zekere echo met haar standpunt. De partij nam niet deel aan de provinciale verkiezingen omdat het niet genoeg “geschikte kandidaten” vond. De rechtse VVD leek te profiteren van de racistische sfeer. De partij haalde 18% in de verkiezingen en slaagde erin haar zetelaantal te behouden. In november verloor de VVD nog een aantal zetels aan de PVV.

Dat toont het gevaar van een opkomst van racisme en verdeeldheid, aangesterkt door rechtse politici. Als de arbeidersbeweging en de SP geen weg vooruit aangeven, maken die krachten meer kans.

De nieuwe regering zal wellicht enige stabiliteit halen uit de verkiezingsresultaten. Maar de peilingen en de verkiezingen geven aan dat de samenleving steeds meer gepolariseerd wordt, zowel ter linkerzijde als ter rechterzijde. Als een indicatie van de radicalisering die plaats vindt, zien we dat de dierenrechtenpartij PvdD (Partij voor de Dieren) zowaar 9 zetels (2,5%) haalde bij de provinciale verkiezingen.

Vakbondsstrijd kan op de agenda staan in de komende periode. De besparingen zullen zeker niet populair zijn. De PvdA zal mogelijk proberen om de ergste maatregelen tegen te houden en de hulp van de SP daartoe inroepen. Maar zelfs een geleidelijker proces van neoliberale maatregelen zal op weinig steun kunnen rekenen. Het zal voor de meerderheid van de arbeiders duidelijk worden dat de regering geen antwoord kan bieden op de problemen in de gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer,…

De SP wordt geconfronteerd met een enorme mogelijkheid om zich op te bouwen op de electorale vooruitgang van de afgelopen maanden. Om daarin te slagen zal de SP een duidelijk socialistisch programma naar voor moeten brengen. Er is in de partij nood aan een discussie over welke weg vooruit. De Nederlandse arbeidersklasse heeft nood aan een actieve oppositiepartij die onafhankelijk opkomt voor haar belangen om de strijd tegen het neoliberale beleid mee aan te voeren. Op die basis zou de SP versterkt volgende verkiezingscampagnes kunnen aangaan en ijveren voor een regering met een socialistisch beleid.