8 maart: internationale vrouwendag. Welk antwoord op ongelijkheid?

De afgelopen jaren werden stappen vooruit gezet inzake het legaal statuut van vrouwen en de officiële gelijkheid tussen mannen en vrouwen. De realiteit verschilt echter sterk van de formele gelijkheid. Werkloosheid, onzekere en flexibele jobs, armoede,… zijn steeds breder verspreid in de samenleving. Onder vrouwen nog net iets breder als onder mannen.

"Dus dàt verklaart het verschil tussen onze lonen?"

Geen kloof meer tussen mannen en vrouwen?

De gemiddelde loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt in België nog steeds 24%. Zelfs bij gelijkaardige functies is er nog steeds een loonsverschil van 6%. De kloof wordt groter naarmate het gaat om hoger opgeleide werknemers. Een andere vaststelling: de lonen nemen af naarmate een beroep meer door vrouwen wordt uitgeoefend.

Het armoederisico onder vrouwen is groter dan onder mannen (15,8% tegenover 13,8% in België). 40% van de vrouwen in dit land werkt deeltijds, tegenover 7,1% van de mannen. In januari 2007 bedroeg de officiële werkloosheid onder vrouwen in Vlaanderen 8,22% tegenover 5,83% onder mannen. De ongelijkheid duurt ook voort bij de pensionering: vrouwen hebben een lager pensioen, onder meer omwille van loopbaanonderbrekingen (bijvoorbeeld als ze net kinderen hebben).

Vrouwen hebben de afgelopen decennia een zekere economische en sociale onafhankelijkheid verworven. Maar de ongelijkheid blijft standhouden, denk maar aan de huishoudelijke taken die nog steeds grotendeels door vrouwen worden verricht. Bovendien zien we dat geweld tegen vrouwen nog steeds amper wordt aangepakt. Eén vrouw op zeven wordt het slachtoffer van ernstig intrafamiliaal geweld. In 1998 verscheen een studie waarin 68% van de vrouwen stelden dat ze al in aanraking kwamen met fysiek of seksueel geweld. Hetzelfde zien we ook op de werkvloer waar vrouwen nog vaak geconfronteerd worden met verschillende vormen van seksuele intimidatie.

Wat kunnen we daartegen doen? Sommigen stellen dat het probleem bij de mannen zou liggen en dat we ervoor moeten opkomen dat vrouwen aan de macht komen in de bedrijven en de regeringen. Het feit dat Bachelet aan de macht kwam in Chili, de kandidatuur van Ségolène Royal in Frankrijk of van Hillary Clinton in de VS hebben dat idee opnieuw versterkt.

Vrouwen aan de macht: een alternatief?

In de VS werden in de jaren 1960 reeds een reeks maatregelen van positieve discriminatie doorgevoerd om de positie van vrouwen te verbeteren. Dat leverde echter weinig resultaat op, zeker niet voor de armste vrouwen.

We moeten ons de vraag stellen of de belangrijke rol van Colin Powell in de regering-Bush een stap vooruit heeft betekend voor de zwarten in de VS. Wat heeft Powell de zwarten meer geboden dan de kans om te gaan sterven in Irak?

In Groot-Brittannië zagen we dat de “ijzeren” eerste minister Margaret Thatcher in de jaren 1980 een nog asocialer beleid voerde dan haar mannelijke voorgangers. Dat asociaal beleid heeft ook de vrouwen hard geraakt. En wat te denken van Condoleezza Rice, vrouw en zwart en bijgevolg vertegenwoordiger van twee gediscrimineerde groepen. Rice trekt de wereld rond om de politiek van Bush te verdedigen.

Dichter bij ons zagen we de aanvallen op de brugpensioenen met het Generatiepact. De eerste plannen voor die aanval kwamen van Freya Van Den Bossche in haar nota “Actief ouder worden”. Die nota was niet bepaald een programma om de toegang tot het brugpensioen voor vrouwen gemakkelijker te maken… De Franse patroonsorganisatie MEDEF wordt geleid door een vrouw, maar de aanvallen op de arbeidscondities zijn er daarom niet beperkter.

Nood aan een andere politiek

Kunnen we concluderen dat zowel mannen als vrouwen oorzaken zijn van de problemen? Wij denken niet dat het probleem op die manier kan gesteld worden. De tegenstellingen in onze samenleving zijn niet zozeer tegenstellingen tussen mannen en vrouwen, maar wel tussen rijk en arm, tussen diegenen die de bedrijven en de rijkdom bezitten en diegenen die hun uitbuiting moeten ondergaan.

De onderdrukking van vrouwen – vaak ondersteund door religieuze en politieke argumenten – is een efficiënt middel voor de burgerij om beroep te kunnen doen op gratis arbeid (in ieder huishouden), de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te kunnen versterken en verdeeldheid te zaaien om gezamenlijke strijd tegen te gaan.

Bijna een eeuw geleden, in 1910, werd 8 maart uitgeroepen tot Internationale Vrouwendag. Het initiatief daartoe kwam van de Duitse socialistische activiste Clara Zetkin op een internationale conferentie van socialistische vrouwen. De internationale vrouwendag was gericht op het verdedigen van een reeks eisen: voor stemrecht, gelijkheid tussen mannen en vrouwen en uiteindelijk voor socialisme. Van bij het begin werd de nadruk gelegd op de band tussen vrouwenstrijd en arbeidersstrijd voor een alternatief.

De strijd tegen discriminatie en geweld tegen vrouwen, is een dagelijkse strijd. Maar we kunnen pas tot een echte gelijkheid van mannen en vrouwen komen als we komaf maken aan het systeem waar de winsten van een minderheid alles domineren en beslissend zijn voor ons leven. Wij willen daartegenover een systeem waar de belangen van de meerderheid van de bevolking centraal staan.