Negende Wereldcongres CWI. Arbeiders wereldwijd verenigen voor een socialistisch alternatief
Midden januari vond het negende wereldcongres van het CWI plaats. Zo’n 130 aanwezigen met afgevaardigden uit ongeveer 30 landen discussieerden een volledige week over de internationale politieke, economische en sociale situatie. Er werd ook ingegaan op de uitbouw van een wereldwijde marxistische organisatie, het Comité voor een Arbeidersinternationale (Committee for a Workers’ International of CWI). Het congres werd getypeerd door een enorm enthousiasme en een groot vertrouwen in onze werking die belangrijke stappen vooruit heeft gezet sinds het vorige wereldcongres, eind 2002.
Nicolas Croes
Dominantie VS-imperialisme betwist
Sindsdien waren er belangrijke veranderingen, zowel voor de burgerij als voor de arbeiders. De internationale politieke situatie werd in 2002 gedomineerd door de aanslagen van 11 september en de gevolgen ervan. Het VS-imperialisme was vastberaden om unilateraal haar wil op te leggen in alle mogelijke "conflictgebieden" ter wereld. We werden om de oren geslagen met vooruitzichten op een "Amerikaanse eeuw". Die eeuw duurde echter maar enkele jaren.
Nooit voorheen in de geschiedenis kende een grootmacht een even snelle aftakeling als de VS, en dan staan we nog maar aan het begin van een langdurige crisis. De meerderheid van de wereldbevolking beschouwt vandaag Washington als een grotere bedreiging dan Teheran.
De door de VS geleide interventie in Irak vormde een belangrijk keerpunt. Op dit ogenblik vallen er maandelijks zo’n 4.000 doden in Irak, voornamelijk burgerslachtoffers. Het aantal doden nam de afgelopen maanden sterk toe. Ooit was Irak één van de meest moderne landen van de Arabische wereld, vandaag heeft de bevolking amper toegang tot elektriciteit, lopend water of infrastructuur. De bevolking moet er in miserabele omstandigheden proberen te overleven, de overgrote meerderheid is er slechter aan toe dan onder het regime van Saddam. Steeds meer komt Irak in een burgeroorlog terecht met enerzijds religieuze tegenstellingen en anderzijds ook een strijd om de controle over de rijkdommen.
Zelfs in het hol van de leeuw, in de VS zelf, begint de arbeidersbeweging haar tanden te laten zien. Daarbij werd een centrale rol gespeeld door de migrante arbeiders (die massale betogingen organiseerden tegen racistische maatregelen van de regering). Veel migrante arbeiders komen uit Latijns-Amerika en worden mee beïnvloed door de arbeidersstrijd op dat continent.
Het VS-imperialisme is niet de enige reus op lemen voeten. Praktische ervaringen zeggen natuurlijk meer dan abstracte principes. De globalisering wordt vandaag dan ook niet meer enkel door radicale lagen van voornamelijk jongeren bestreden, maar door steeds bredere lagen die het zien als een oorzaak van onveiligheid en extreme vervuiling. Het tijdperk van de "nieuwe wereldorde" en de onbetwiste heerschappij van het neoliberalisme, ondergaan hetzelfde lot als de illusie van de "Amerikaanse eeuw".
Rijken worden rijker, armen worden armer
Er was de afgelopen periode een economische groei. Marx stelde reeds dat een economische groei zich ook moet laten voelen in de portemonnee van de arbeiders. Dat is vandaag echter niet het geval, de winsten stijgen sterk en bereiken recordhoogtes. De lonen van de arbeiders volgen evenwel niet.
De kapitalisten worden steeds meer parasitair. De 86.000 rijksten ter wereld vormen zowat 1% van de 1% rijksten, maar ze controleren wel 24% van alle rijkdom. De enorme rijkdom waarover deze kleine groep beschikt, versterkt haar arrogantie en maakt haar blind voor de stormwolken die zich boven de financiële markten opstapelen.
De wereldeconomie begeeft zich op drijfzand door zich te baseren op investeringen in China en de productie in dat land enerzijds en de consumptie op de Amerikaanse markt anderzijds. De VS is de belangrijkste afnemer van producten uit het zogenaamd "communistische" China. De Amerikaanse consumenten zijn echter ook arbeiders en hun uitbuiting wordt evenzeer opgedreven.
Door de aanhoudende aanvallen op de lonen en de levensomstandigheden, ondervinden de Amerikaanse arbeiders problemen. Er wordt steeds meer op krediet geleefd en steeds meer uitgaven gebeuren met geld dat de consument niet heeft. Het is nog te vroeg om te stellen dat er in 2007 een economische recessie zal ontwikkelen, maar het is belangrijk om het proces te zien. De timing is van ondergeschikt belang en van tal van aspecten afhankelijk. Ook natuurrampen (zoals de orkaan Katrina destijds) hebben bijvoorbeeld een impact die niet vooraf kan worden ingeschat.
Kan China de wereldeconomie redden?
Het is duidelijk dat China niet over een voldoende ontwikkelde interne markt beschikt om de eigen productie op te nemen. Een recessie op de wereldmarkt zou leiden tot een belangrijke crisis in China en zou problemen veroorzaken voor de Chinese bureaucratie die geleidelijk aan probeert de bureaucratisch geplande economie om te vormen in een kapitalistische economie (tussen 1989 en 2002 gingen 45 miljoen jobs verloren door privatiseringen).
De impact van een recessie zou niet louter economisch zijn, maar ook politiek. Reeds op dit ogenblik zien we dat er om de 5 minuten een staking losbreekt in China. Er waren in 2005 78.000 protestacties, tegen de werkomstandigheden (in bepaalde fabrieken wordt 7 op 7 gewerkt gedurende 12 uur per dag en als de doelstellingen niet worden behaald, wordt dan ook nog eens ’s nachts gewerkt) of tegen de toenemende vervuiling.
Opgang van verzet tegen het neoliberalisme
We zien momenteel een belangrijke opgang van het verzet tegen het neoliberalisme en een zoektocht naar een alternatief. Op dit punt wordt het voortouw genomen door de bewegingen in Latijns-Amerika.
Het Latijns-Amerikaanse continent bevindt zich op een cruciaal punt. Het kapitalisme werd er nog nooit zo hard bekritiseerd en de massale strijdbewegingen van arbeiders en armen hebben in diverse landen geleid tot het aan de macht komen van regeringen die zich genoodzaakt zien om een linkse retoriek te hanteren. Sommige van die nieuwe linkse leiders waren aanvankelijk zeker niet uitgesproken links, maar schuiven op onder druk van een radicalisering aan de basis.
De rechtse regeringen die nog aan de macht zijn op het continent worden geconfronteerd met verzetsbewegingen (het meest in het oog springende voorbeeld is dat van Mexico). Het VS-imperialisme was er aan gewoon geraakt dat haar wil wet was in Latijns-Amerika. Daartoe maakte het handig gebruik van dictators als Pinochet in Chili. Vandaag is de positie van het VS-imperialisme verzwakt.
Met 40% van het militaire materieel van de VS in Irak, een algemeen ongenoegen tegenover het neoliberalisme en een verwerping van de dominantie van de ideologie van de VS, is er ruimte voor het ontwikkelen van anti-kapitalistische protestbewegingen op het continent. Daarbij wordt zeker uitgekeken naar het voorbeeld van Cuba, ondanks de beperkingen die er zijn in dat model. Maar vooral Hugo Chavez in Venezuela lijkt vooraan te staan in het propageren van socialistische ideeën. Hij stelde recent zelfs dat hij zichzelf een trotskist noemt. Bedoelt hij een anti-stalinistische communist die zich verzet tegen samenwerking met de nationale burgerij in de strijd tegen het imperialisme?
Chavez houdt het op dat vlak vooral bij woorden. Tegelijk roept hij de Venezolaanse kapitalisten op om het revolutionaire proces te ondersteunen. In Venezuela, net zoals elders op het Latijns-Amerikaanse continent of in de neokoloniale wereld, kunnen de arbeiders enkel op hun eigen krachten rekenen om uit hun ketenen los te breken. De actuele onderdrukking mag niet gewoon vervangen worden door een meer uitgesproken lokale uitbuiting.
De arbeiders worden overal geconfronteerd met een capitulatie van de vroegere arbeiderspartijen en vakbondsleidingen tegenover het neoliberalisme en de nieuwe situatie na de val van het stalinisme. Toch is er een opgang van strijdbewegingen. Latijns-Amerika staat vooraan, maar ook in Europa zagen we belangrijke bewegingen. Zo was er het verwerpen van de neoliberale Europese Grondwet, maar ook de stakingsbewegingen in onder meer Italië of het verwerpen van het jongerenbanenplan in Frankrijk.
Meer dan ooit is het onze taak om dat verzet mee te ontwikkelen en te komen tot strijdorganen zoals nieuwe arbeiderspartijen. Wij zullen daarin een duidelijke socialistische visie naar voor brengen en verder bouwen aan onze internationale revolutionaire partij. Bouw mee aan de weg naar een toekomst zonder uitbuiting, een socialistische toekomst!