‘Oorlog tegen het terrorisme’ ondermijnt onze democratische rechten

Een jaar na de bomaanslagen in Londen

Op 7 juli 2005 pleegden vier zelfmoordterroristen een aanslag op het Londense openbaar vervoer waarbij 52 mensen omkwamen en honderden gewond raakten. Twee weken later probeerde een groep terroristen een gelijkaardige aanslag te plegen, maar hun bommen gingen niet af en ze werden gearresteerd. De politietussenkomst leidde echter ook tot de moord op een onschuldige Braziliaanse migrante arbeiders, Jean Charles de Menezes, in een metrostation.

De Socialist Party veroordeelde de aanslagen, maar waarschuwde ook dat de regering deze gebeurtenissen zou aanwenden om alle kritiek op de oorlogen in Irak en Afghanistan af te wenden en nieuwe ‘anti-terroristische’ wetten zou instellen om democratische rechten te ondermijnen.

“De aanslagen hebben willekeurig gewone mensen uit een aantal Londense wijken gedood of gewond. Het feit dat kleine groepen van vervreemde moslims gemotiveerd waren om dit soort aanslagen te plegen, is verbonden met de oorlog in Irak, de behandeling van de Palestijnen en de tussenkomsten van imperialistische machten in heel wat andere delen van de wereld waardoor de situatie van de armen en de arbeiders verslechterd is door de zoektocht naar economische dominantie.

“De verschrikkelijke acties van de plegers van de zelfmoordaanslagen spelen echter enkel in de handen van de tegenstanders van de arbeidersklasse, moslims en andere arbeiders, omdat het de regering zal toelaten om de democratische vrijheden aan te pakken. De rechtse media en extreem-rechtse partijen zullen reageren met een opdrijven van racistische spanningen.” (The Socialist, 28 juli 2005)

Het klimaat van angst en racisme werd deels weerspiegeld in de goede verkiezingsresultaten van het extreem-rechtse BNP in de lokale verkiezingen van mei 2006 en in opiniepeilingen die aangeven dat een meerderheid van de volwassenen (74% volgens een recente peiling van The Guardian eind juni) steun geven aan preventieve politierazzia’s zoals in Forest Gate in het oosten van Londen waarbij eind mei een onschuldige man, Abdul Kahar, werd neergeschoten.

Wij waarschuwden achter de bomaanslagen in juli dat de moord op Jean Charles de Menezes door de politie een gevaarlijk precedent was. “Ian Blair, het hoofd van de Londense politie, verklaarde dat het beleid van ‘schieten-om-te-doden’ in stand zou blijven en dat er nog onschuldige mensen zullen gedood worden.” (The Socialist, 28 juli 2005).

De nieuwe bevoegdheden voor de politie die werden ingevoerd na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS en na de aanslagen in Londen hebben weinig impact gehad in de strijd tegen het terrorisme. Twee van de terroristen van 7 juli bleken immers gekend te zijn bij de veiligheidsdiensten.

De voorbije 12 maanden was er een sterke toename in het aantal politiecontroles op zwarten en Aziaten. Meer dan 1.000 mensen werden vervolgd onder verschillende anti-terrorismewetten, maar slechts enkelen konden schuldig bevonden worden aan misdrijven die aan het terrorisme gelieerd zijn.

Deze maatregelen hebben de democratische rechten beperkt, zowel de vrije meningsuiting als het invoeren van speciale vormen van huisarrest en meer arrestaties van ‘terreurverdachten’ zonder proces gedurende een maand. Parlementsleden proberen dat nu uit te breiden tot drie maanden.

De steun van Tony Blair voor de ‘oorlog tegen het terrorisme’ van Bush heeft geleid tot twee vernietigende oorlogen – Afghanistan en Irak. Het heeft ook geleid tot het gevangennemen van onschuldige mensen in Guantanamo Bay. Het zijn deze imperialistische oorlogen die de haat en de vijandigheid tegenover het westen hebben versterkt in heel de wereld en die terroristische organisaties toelaten om meer steun te verkrijgen.

In plaats van een veiliger wereld te creëren, hebben de oorlogen van Bush en Blair geleid tot meer geweld en meer onveiligheid in heel de wereld.