Chaotische verkiezingen in Haïti. Kandidaat van de sloppenwijken wint
Op 8 februari werd in Haïti voor het eerst gestemd sinds de populistische president Jean Bertrand Aristide twee jaar geleden van de macht werd verdreven door een staatsgreep die werd gesteund vanuit de VS. Bij de stembusslag kwamen er minstens drie mensen om en vielen er ook heel wat gewonden bij confrontaties met de politie. Volgens de voorlopige uitslagen zou Rene Preval, een voormalige bondgenoot van Aristide, president worden. Vooral in de sloppenwijken haalde Preval veel stemmen.
Niall Mulholland
De Organisatie van Amerikaanse Staten, de VN, de EU en de Amerikaanse regering verklaarden allen dat de verkiezingen “bevredigend” verlopen waren. Maar heel wat arme aanhangers van Preval wijzen op de vroegtijdige sluiting van stembureau’s en het feit dat in de sloppenwijk Cité Soleil in Porte-au-Prince niet kon worden gestemd. Dat zou een poging geweest zijn van de VS om de overwinning van Preval te beperken. Die zou echter toch zo’n 60% van de stemmen behalen, waardoor de tweede ronde (die was voorzien op 19 maart) niet zal doorgaan.
Duizenden gewapende VN-soldaten bleken niet in staat om de “orde te herstellen” na het afzetten van Aristide in februari 2004. Haïti is het armste land van het westelijk halfrond. De levensverwachting bedraagt er slechts 51 jaar. 65% van de bevolking leeft onder de armoedegrens en slechts 52% van de volwassenen kan lezen en schrijven. Gedurende decennia werd het land geplaagd door armoede, werkloosheid en militaire dictaturen.
Het beruchte regime van ‘Papa Doc’ Duvalier, verder gezet door zijn zoon ‘Baby Doc’, hield stand van eind jaren 1950 tot midden jaren 1980. Dat regime kwam ten einde door een massale strijd van arbeiders en studenten. Hierna volgden een reeks kortstondige onstabiele regimes.
De bewegingen in de steden hadden jammer genoeg geen revolutionaire socialistische leiding die in staat was om de macht te grijpen en het kapitalisme omver te werpen om de eisen van de arbeiders te realiseren.
Het politieke vacuüm werd deels gevuld door Jean Bertrand Aristide, een populaire priester die in de sloppenwijken van Port-au-Prince werkte en de presidentsverkiezingen van 1990 won met de belofte om de armoede aan te pakken en te zorgen voor sociale rechtvaardigheid.
In 1991 werd Aristide omver geworpen door generaal Cedras, maar hij kwam in 1994 terug aan de macht toen de VS-regering haar geduld verloor met het onstabiele regime in het land. In de daaropvolgende verkiezingen kon Aristide niet opkomen, maar behaalde Preval als trouwe bondgenoot van Aristide zo’n 90% van de stemmen. In 2000 werd Aristide opnieuw president met meer dan 90% van de stemmen.
De steun voor Aristide nam af omdat hij er niet in slaagde om effectief iets te doen tegenover de enorme armoede. De geruchten over corruptie werden bovendien sterker. Enkele populistische maatregelen, zoals het ontvangen van vertegenwoordigers uit de sloppenwijken in het nieuwe presidentiële huis, zorgden er niet voor dat de toestand in de sloppenwijken effectief verbeterden. Toch bleef de steun voor Aristide een doorn in het oog van de elite. De reactionaire oppositie organiseerde met de steun van de regering-Bush een opstand in 2004 waarbij Aristide het land werd uitgezet door VS-troepen. Een VS-gezinde advocaat, Boniface Alexandre, werd aangesteld als ‘interim president’ en er werden VN-troepen naar het land gestuurd.
Sindsdien zijn de levensvoorwaarden er enkel op achteruit gegaan. Criminaliteit en geweld zijn schering en inslag. Bedrijven sluiten bij gebrek aan buitenlandse investeringen. 80% van de bevolking leeft officieel onder de armoedegrens. De armzalige omstandigheden in het land zorgden ervoor dat bij hevige regenval in mei 2004 zo’n 2.000 doden vielen. De enorme sociale kloof tussen de Creoolse zwarte meerderheid (95% van de bevolking) en de Franstaligen (1% van de bevolking die zowat de helft van de rijkdom van het land controleert) blijft bestaan. Jarenlang werd Haïti geteisterd door geweld en bendes in de sloppenwijken. Er zijn sterke anti-VS en anti-VN standpunten aanwezig onder de armsten waar de woede nog steeds groot is omwille van het omverwerpen van Aristide.
Preval werd gesteund door brede lagen van de inwoners van de sloppenwijken, maar zijn presidentschap zal niet zorgen voor de sociale rechtvaardigheid die zo broodnodig is. Zelfs voor hij effectief president werd, nam Preval afstand van Aristide. Hij verklaarde recent dat hij als verkozen president zou toelaten dat Aristide zou terugkeren uit zijn Zuid-Afrikaanse ballingschap, maar dat hij niet zal toelaten dat er “gewelddadige groepen in actie komen om hem te steunen.”
Het Witte Huis kondigde aan de verkiezingsresultaten te aanvaarden, maar het zal de verkiezing van een vroegere bondgenoot van Aristide zien als een nederlaag voor de belangen van het VS-imperialisme in de regio. De rijke elite van Haïti is eveneens bang voor de overwinning van Preval. Er wordt gevreesd dat Preval niet kan gecontroleerd worden en te dicht bij de armen staat. De reactionaire oppositie zal er alles aan doen om het land te destabiliseren en de regering omver te werpen om het te vervangen door een pro-VS regime. Tegelijk zal Preval de noden van de armen en de arbeiders niet kunnen inlossen met een populistische retoriek. Hij kan snel steun verliezen, net zoals eerder het geval was met Aristide.
Trotse revolutionaire geschiedenis
Enkel de massa’s van het land, onder leiding van de arbeidersklasse, kan een uitweg vinden uit de armoede, werkloosheid, het geweld, de staatsgrepen en de dictaturen. Haïti heeft een trotse revolutionaire geschiedenis. Iets meer dan 200 jaar geleden slaagden de zwarte massa’s erin om de armoede af te schaffen en werd de nationale onafhankelijkheid van het land afgedwongen. Dat was een inspiratiebron voor de massa’s van de Caraïben en in Europa.
De imperialisten waren vastberaden om wraak te nemen tegen de eerste zwarte republiek. De eerste officiële VS-sancties ooit waren tegen Haïti gericht. In 1915 ging de VS nog een stap verder en werd het land bezet. De bezettingstroepen kregen al snel te maken met een guerrillastrijd waartegen ze niet waren opgewassen. Na 20 jaar nationaal verzet tegen de bezetting, moest de VS het eiland verlaten.
In de jaren 1930 en 1940 was er een enorme sociale onrust in het land met heel wat studenten- en arbeidersprotesten. In deze periode werden vakbonden opgezet. Er werden verschillende communistische partijen opgericht, maar deze moesten afrekenen met een harde repressie. De afwezigheid van sterke arbeidersorganisaties effende het pad voor de machtsovername door Duvalier.
Meer dan ooit is er vandaag nood aan een socialistisch alternatief dat ingaat tegen de kleine rijke elite die teruggetrokken leeft in grote huizen op een heuvel in Port-au-Prince, terwijl de meerderheid van de bevolking kampt met armoede, werkloosheid en honger. Een socialistisch alternatief zou opkomen voor echter verandering en daartoe beroep doen op de arbeiders en de armen in heel de regio.
Lees ook:
> 200th anniversary of the Haitian revolution (Engelstalig artikel uit 2004)