Rellen in arbeidersbuurten van Stockholm wijzen op sociale tijdbom

De voorbije weken haalde de arbeidersbuurt Husby in het Zweedse Stockholm de wereldmedia. Er waren immers rellen waarbij auto’s in brand werd gestoken, er was vandalisme en er werd met stenen gegooid. De opstootjes begonnen na een brutale politie-interventie. Er volgde al snel een uitbreiding in verschillende wijken van Stockholm.

Vanaf maandag 20 mei waren er rellen, eerst in Husby maar daarna ook elders in de stad. Het gaat om buurten die in de jaren 1970 werden gebouwd voor laag betaalde arbeiders. Vandaag wonen er veel migranten en de gevolgen van het neoliberale beleid worden in deze buurten sterk gevoeld. Er is een breed verspreide werkloosheid, een tekort aan huisvesting, scholen werden geprivatiseerd en alle lokale diensten werden afgebouwd.

In Husby werd het publieke gezondheidscentrum recent gesloten en vervangen door een kleinere private gezondheidsdienst. Scholen en jongerencentra sloten de deuren. Vooral jongeren hebben hard te lijden onder de besparingspolitiek. In Husby zijn er 570 jongeren tussen 20 en 25 jaar, 38% van het totale aantal jongeren in de buurt, die geen werk hebben en ook niet studeren.

Een verslag van de OESO wijst erop dat Zweden een snel groeiende kloof tussen rijk en arm kent. Waar het land voorheen bekend stond als de ‘meest gelijke’ samenleving, staat het nu nog op de 14de plaats (op 34 OESO-landen). Ook de Zweedse scholen gingen sterk achteruit, voorheen hoorden ze bij de beste ter wereld, maar nu scoren ze nog slechts gemiddeld of zelfs onder het gemiddelde.

De rellen in Husby begonnen na een gespierd politie-optreden waarbij een 69-jarige man werd dood geschoten. Die man zou bij hem thuis voor problemen gezorgd hebben. De lokale bevolking was geschokt, zeker de jongeren die ervaring hebben met politiebrutaliteiten. “Zoiets zou nooit gebeuren in een rijkere buurt”, was een algemeen gedragen standpunt.

Een lokale jongerengroep organiseerde een kleine betoging om een onafhankelijk onderzoek naar de schietpartij te eisen en om een publieke verontschuldiging aan de familieleden en lokale inwoners te vragen. Rättvisepartiet Socialisterna (onze Zweedse zusterpartij) nam aan deze betoging deel en onderschreef de eisen aangevuld met een eis van democratische controle op de politie.

Op 22 mei organiseerden we zelf een lokale protestactie met 500 aanwezigen. Arne Johansson, hoofdredacteur van weekblad Offensiv en inwoner van Husby, sprak onder meer over het rechtse beleid dat de levensstandaard en de diensten in de wijk afbouwt. Hij bekritiseerde de rol van de politie, maar voegde eraan toe dat vandalisme het protest niet vooruit zou helpen.

Bij de eerste rellen was er sprake van racisme van de politie tegen de jongeren en lokale wijkbewoners. Geloofwaardige getuigen stellen dat het geweld pas echt losbarstte toen een politiehond een moeder aanviel toen die haar 14-jarige zoon kwam weg halen. Volwassenen in de buurt deelden ook in de matrakslagen. Er was een stroom van beledigingen, de migranten werden uitgescholden voor ‘apen’, ‘zotten’,…

Het establishment was er snel bij om de rellen te veroordelen. Premier Reinfeldt benadrukte dat de inwoners van Husby de regels van Zweden moeten nakomen, daarmee gaf hij meteen aan dat het geweld volgens hem de schuld van migranten was. De conservatieve voorzitter van de lokale districtsraad stelde dat de inwoners meer dankbaarheid moeten tonen en dat de jongeren ‘krapuul’ zijn.

De media hebben doorgaans geen weet van wat er echt gebeurt in de buurt. Natuurlijk zijn ook veel mensen in Husby bang, kwaad en gefrustreerd door het geweld en de brandende auto’s. Socialisten delen die gevoelens, maar leggen ook uit wat de politieke basis van het geweld is.

Meteen na de eerste rellen, stelden we dat vandalisme tot verdeeldheid onder de lokale bevolking zou zorgen. Het waren de lokale inwoners wiens auto’s werden vernield of wiens winkelruiten sneuvelden. Bovendien kan de politie dit als excuus gebruiken om nog repressiever op te treden. Een georganiseerd en politiek protest is een betere manier om het ongenoegen te uiten.

Dat is waarom we zelf een initiatief namen voor een lokale protestactie. Met die actie werden lokale wijkbewoners samengebracht. “We staan geen stap verder als we elkaars auto’s in brand steken, er is nood aan een verenigde strijd tegen de regering en het gemeentebestuur. Er was altijd een gevoel van solidariteit in Husby, een gevoel van trots voor onze wijk, we moeten samen strijden voor wat we willen”, stelde Arne Johansson op de actie. De lokale protestacties zorgden er overigens voor dat het aantal brandende auto’s snel afnam.

In Husby is er een traditie van strijd en Rättvisepartiet Socialisterna speelt daar een actieve rol in. Zo werd in 2007-08 een plan om huizen neer te halen en te vervangen door luxeflats die 70% duurder zouden zijn, verslagen door een lokale strijdbeweging. Met hetzelfde actiecomité, Järvas Framtid, werd ook de privatisering van het lokale zwembad tegen gehouden en werd actie gevoerd tegen een nieuwe verkeerssituatie die onveilig was voor voetgangers. In andere campagnes, zoals tegen de sluiting van het gezondheidscentrum, werden geen overwinningen geboekt.

Op de lokale acties pleiten wij voor een onafhankelijk onderzoek naar het politiegeweld, maar ook een nadruk op werk en degelijke openbare diensten voor iedereen.