Jevgeni Chaldej, fotograaf van het Rode Leger, 1941-1946
Zestig jaar na de bevrijding organiseert het Joods Historisch Museum een zeer interessante tentoonstelling met foto’s van Jevgeni Chaldej (1917-1997). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij een van de belangrijkste fotojournalisten uit de voormalige Sovjet-Unie. Wereldberoemd is de foto die hij op 2 mei 1945 maakte: een Russische soldaat plant de Rode vlag op het dak van het Rijksdaggebouw in Berlijn. Deze monumentale, geënsceneerde foto is symbool geworden van het einde van de oorlog en de nazi-overheersing..
Ron Blom, gepromoveerd historicus en lid Offensief Utrecht
Als fotograaf was Jevgeni Chaldej getuige van belangrijke gebeurtenissen in de twintigste eeuw. Na de aanval van Nazi-Duitsland tegen de Sovjet-Unie, trok hij met het Rode Leger naar het front om foto’s te maken. Ook ging hij mee naar Roemenië, Joegoslavië, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland, tot de bevrijding van Berlijn.
Het was in deze periode dat hij zijn beste werk maakte. Met zijn Duitse Leica die hij tweedehands had aangeschaft, legde hij de verschrikkingen van de oorlog vast, terwijl zijn familie samen met tienduizenden andere Oekraïense joden in 1943 door de nazi’s werd vermoord. Dit drama beïnvloedde zijn kijk op de oorlog, op de Duitse bezetter en op zijn eigen jood-zijn. Hoewel Chaldej in zijn foto’s bijna nooit naar zijn joodse achtergrond verwees, gaf hij er op andere manieren wel blijk van. Hij sprak de pas bevrijde Hongaarse joden bijvoorbeeld in het Jiddisch aan. Bekend is zijn foto van een man en een vrouw in het getto van Boedapest van januari 1945. Nadat hij ze gefotografeerd had rukte hij de jodensterren van hun jassen en riep ze toe ‘de fascisten zijn verslagen’.
Zijn laatste oorlogsfoto’s maakte hij tijdens de Conferentie van Potsdam, waar de Grote Drie (Stalin, Churchill en Truman) de naoorlogse grenzen van Duitsland bepaalden. In 1945 en 1946 fotografeerde hij het proces tegen de oorlogsmisdadigers in Neurenberg. ‘Ik fotografeerde de verschrikkingen die de fascisten in de Sovjet-Unie aanrichtten, nu fotografeer ik de wraak.’
Chaldejs werk valt op door de combinatie van documentaire en artistieke fotografie en door het commentaar dat hij bij veel van zijn foto’s gaf. Uit die teksten blijkt zijn grote betrokkenheid bij het onderwerp, maar ook zijn gevoel voor humor komt erin tot uiting. Chaldej documenteerde niet alleen de gebeurtenissen, maar vooral ook de namen van alle betrokken personen bij de oorlog in kleine notitieboekjes. Na de oorlog zocht hij contact met hen of hun nabestaanden, of zij met hem.
Maar veel heeft hij ook gewoon onthouden zonder het te noteren. Zoals het inlossen van de belofte die hij aan een Russische vrouw deed aan het begin van de oorlog; hij zou een foto maken van een Duitse vrouw tussen de ruines van Berlijn. Chaldej maakte foto’s van de oorlog voor Stalin, voor de pers die toegestaan was. Maar daarnaast maakte hij beelden van mensen zonder ooit te vergeten dat ze mensen waren.
Deze fotograaf van het Rode Leger was getuige van de bevrijding van Berlijn. Hij was zich zeer bewust van de grote betekenis van deze historische gebeurtenis en zag de noodzaak de overwinning op het meest symbolische moment vast te leggen: het hijsen van de sovjetvlag op het Rijksdaggebouw. Hij vroeg daartoe de joodse kleermaker Israel Kisjitzer, in wiens appartement hij logeerde, een rode vlag te maken uit tafelkleden die hij met hulp van een vriend had verworven. Deze vlag fotografeerde Chaldej behalve op het Rijksdaggebouw ook op twee andere plekken in Berlijn: de Brandenburger Tor en vliegveld Tempelhof. De foto’s zijn zorgvuldig in scène gezet (1 dag na de bevrijding van Berlijn op 1 mei) en achteraf ‘verbeterd’. Toen Chaldej bij een van de foto’s vaststelde dat een soldaat om zijn beide polsen een horloge droeg, besloot hij er eentje weg te monteren, zodat het thuisfront de soldaat niet als plunderaar zou brandmerken. De foto van het Rijksdaggebouw werd het beroemdste icoon van de oorlog in de Sovjet-Unie en verscheen in tijdschriften, op postzegels, in films en in boeken – maar ondanks dit grote succes meestal zonder vermelding van de maker.
Chaldej, geboren in het revolutiejaar 1917 in een joodse familie in de Oekraïne, maakte als kind zijn eigen camera met de brillenglazen van zijn oma. Op negentienjarige leeftijd kwam hij als persfotograaf in dienst van het officiële sovjetpersorgaan TASS. Kort daarop werd hij lid van de Communistische Partij. De sovjetbureaucratie had grote waardering voor zijn foto’s. Zo documenteerde Chaldej niet alleen de oorlog, maar kreeg hij ook vaak opdracht om de politieke elite te fotograferen, van Stalin tot Gorbatsjov en Jeltsin. Tot 1972 werkte hij bij TASS; toen ging hij onder druk van het staatsantisemitisme verplicht met pensioen. Ook tijdens het bewind van Stalin verloor Chaldej vanwege zijn joodse afkomst gedurende zes jaar zijn baan. Internationaal bekend werd hij pas na de val van de Sovjet-Unie in 1991.
Het Joods Historisch Museum in Amsterdam (www.jhm.nl) toont tot en met 5 juni 2005 een ruime keuze uit het werk van Jevgeni Chaldej, samengesteld uit de collectie van Fotoagentschap Voller Ernst in Berlijn. Chaldejs eigen teksten staan als bijschriften bij de foto’s.