Ford Genk. Onmiddellijke dreiging afgewend, gevaar niet geweken
Naar aanleiding van de donderwolken boven Ford Genk spraken we met ABVV-delegee Ronny Mouton. Voorlopig lijkt het grootste gevaar afgewend. De directie in de VS bevestigde dat de nieuwe Mondeo in Genk geproduceerd zal worden. Weliswaar met een grote vertraging, maar het feit dat ze een concrete datum (14 oktober 2013) vernoemd hebben, heeft de gemoederen bedaard. Een dag later maakte de Europese directie bekend dat ook de nieuwe Galaxy en S-Max (ook weer met een grote uitstel) naar Genk komen. Er is zeker opluchting maar tegelijk ook een wrang gevoel. De afloop van Opel Antwerpen ligt nog te vers in het geheugen en bovendien zijn herstructureringen nog altijd mogelijk.
Interview door O.K. (Limburg)
Ronny: “Ford in Genk is met 4.500 werknemers de grootste (privé) werkgever in Limburg. Bij de toeleveranciers werken er nog eens 10.000 mensen. Duizenden en duizenden gezinnen zijn voor hun inkomen uitsluitend aangewezen op Ford. Als zo’n belangrijk industrie wegvalt en de jobs verdwijnen in een al bij al niet zo geïndustrialiseerde regio, dan heeft dit verregaande gevolgen. Heel Limburg, ook de mensen die ogenschijnlijk niks met de Ford te maken hebben, zouden dit hard voelen. De mensen hebben nu al weinig koopkracht en door de crisis willen ze hetgeen ze hebben ook niet snel uitgeven. Als daar werkloosheid bovenop komt…
“De kwijnende auto-industrie in België is in feite geen Belgisch maar een Europees en internationaal probleem. De automarkt in Europa kent een serieuze inkrimping. De verwachtingen zijn dat de verkoop van nieuwe wagens van 18 miljoen nu (alle merken samen) nog verder zal dalen tot 13,5 miljoen. De mensen kopen geen auto’s meer. Ze stellen zulke uitgaven uit omdat ze het ergste vrezen met de crisis. De autoconstructeurs proberen de dalende verkoopcijfers op te krikken door serieuze kortingen toe te kennen. Ook de overheidsmaatregelen om milieuvriendelijke wagens te ondersteunen hebben even effect gehad maar de crisis in auto-land blijft. De Verenigde Staten kenden tot voor kort een zelfde crisis. Nieuwe wagens werden maar niet verkocht, er was daar overproductie. De gemiddelde levensduur van een nieuwe wagen klom er op tot 10 tot 11 jaar (in Europa is dit 6 jaar). Maar nu is er opnieuw een stijging van de verkoop in de VS. In Azië wordt voorlopig niet veel winst gemaakt omdat daar veel geld naar investeringen in fabrieken gaat. Het echte zorgenkind is natuurlijk Europa.
“De Genkse Ford-fabriek wordt wel eens verweten dat het met drie grote en dure modellen alleen (Mondeo, Galaxy en S-Max) een verkeerde strategie volgt. Er zou geen markt zijn voor deze dure wagens, we zouden de weg van de kleinere goedkopere wagens moeten inslaan. Dat is een tweesnijdend zwaard. De kleinere goedkopere wagens vinden meer aftrek, maar langs de andere kant is de concurrentie in die segmenten enorm groot. Er is overigens niet zo’n heel groot verschil in de productiekosten tussen een kleine en een grote wagen, de winstmarge bij grote wagens is gewoon groter. De modellen die op de grote massa’s gericht zijn, zitten allemaal in de problemen. De grote prestigieuze merken minder. Zo zie je ook waar de crisis het hardste wordt gevoeld. Je ziet het ook steeds meer in het straatbeeld. Er zijn aan de ene kant wel meer luxewagens maar aan de andere kant ook gewone mensen die rijden in modellen die al enkele jaren oud zijn.
“Er zijn natuurlijk verschillen tussen Ford en Opel. De situatie van moederbedrijf Ford is anders dan bij General Motors. GM zat met een grote schuldenput en werd enkel recht gehouden met Amerikaanse overheidssteun. Ford zit op een grote berg cash. Geldgebrek is zeker geen probleem. Ook heeft GM de beslissing genomen om Chevrolet te promoten ten nadele van Opel. Autoconstructeurs met verschillende merken doen dat wel meer, zo schuift Renault nu ook de goedkope Dacia-modellen naar voor ten nadele van de eigen Renault-modellen. Ford heeft echter geen degelijk gamma en kan dus niet zomaar veranderen van merk. Maar dit betekent niet dat er geen probleem is. We moeten blijven opletten. Ford heeft in de VS een goede positie, maar zal in Europa tot besparingen overgaan. En het blijft de vraag wat dit voor de Genkse fabriek zal betekenen.
“De dreiging van slecht nieuws kwam hard aan en leidde tot demoralisatie. Na zoveel slecht nieuws, herstructureringen, besparingen en afdankingen was er verslagenheid op de werkvloer. Sommigen stelden dat de fabriek dan maar moet sluiten. Maar dan begint de miserie natuurlijk pas. We mogen het niet zo ver laten komen en moeten gaan voor het behoud van jobs. De CAO’s garanderen nu werkzekerheid tot 2014, maar we moeten verder kijken.
“De gemiddelde leeftijd van de Genkse Ford-arbeiders is met 45 jaar hoog. Veel mensen begonnen hier met het idee om er tot aan hun pensioen te blijven. Maar dat wordt steeds moeilijker. De jongere generaties hebben die illusie al lang niet meer na de vele herstructureringen, besparingen en systematisch opgevoerde werkdruk. Nu komen veel mensen werken met de vraag ‘wat gaan we vandaag weer meemaken’. Het is begrijpelijk dat een aantal oudere werknemers, zeker die met wat anciënniteit, uitkijken naar brugpensioen. Maar ook dat wordt afgebouwd. Sommigen willen wel ontslagen worden en een mooie som naar huis nemen, maar dat is ook geen oplossing.
“Er is tegenwoordig geen zekerheid meer. Contracten, garanties van werkzekerheid, CAO’s,… zijn allemaal relatief als ze ingehaald worden door de economische realiteit. Kijk maar naar Zuid-Europa. In het verleden heeft de Vlaamse overheid veel subsidies toegekend aan Ford. Het ging steeds om blanco cheques waar geen garanties of resultaten tegenover stonden. Onlangs beloofde de Vlaamse regering nog eens 57 miljoen euro. Waarom worden geen sterke garanties gevraagd in ruil voor die subsidies?
“Volgend jaar zijn er onderhandelingen voor nieuwe CAO’s. De nieuwe modellen lopen tot 2020 en dus moeten de onderhandelingen daar ook op gericht worden. De kwaliteit van de (west) Europese auto’s is een sterke troef, het personeel is technisch zeer goed geschoold. Dat mag niet overboord gegooid worden. Er zullen nochtans klappen vallen, de kleiner wordende automarkt in Europa zal ertoe leiden dat constructeurs de markt verlaten.
“De bedrijven gebruiken dit om te dreigen. Ze scheppen een klimaat waarin ze zich alles kunnen permitteren. De mensen zijn bang door het dreigement dat ze hun job kunnen verliezen, hierdoor slikken ze alles. Dat moet veranderen. Dat kan alleen als de vakbonden zich militanter opstellen. Eerst en vooral moet de vakbond dichter bij de mensen op de werkvloer staan. Die mensen moeten meer betrokken worden en er moet veel meer en opener gecommuniceerd worden. We moeten solidair zijn en nooit opgeven. Samen zijn we sterk.”