Eurocrisis: het Spaanse kapitalisme wankelt

Spanje heeft in de laatste maanden Griekenland vervoegd als zorgenkind in de angstwekkend verdiepende eurocrisis. Het is de vierde economie in de EU en is bijna twee keer zo groot als de economieën van Griekenland, Ierland en Portugal samen. Het land kampt met de gevolgen van een uit de hand gelopen zeepbel in de bouwsector en een slabakkende arbeidsmarkt, waarbij de werkloosheid nu reeds 25% bedraagt (meer dan 50% voor de jongeren!). Daarnaast wordt Spanje geraakt door de haperende internationale economie en de wurgende rol van het financiekapitaal.

Artikel door Peter Delsing uit de zomereditie van ‘De Linkse Socialist’

Van verontwaardiging tot massale mijnwerkersstaking

De illusie bij de Spaanse kapitalisten dat de openlijk rechtse PP-regering van Rajoy de zaken op een beslissende manier in handen zou nemen, was van kortstondige duur. Rajoy botste op een furieus verzet van de Spaanse arbeidersklasse. Op 29 maart was er een algemene staking tegen de hervormingen op de arbeidsmarkt, die miljoenen mobiliseerde. Op 1 mei kwamen opnieuw meer dan een miljoen mensen op straat. En op 12 mei, ter gelegenheid van de viering van een jaar Indignado-beweging, stroomde in verschillende steden opnieuw een mensenmassa van een miljoen de straat op. Op 22 mei was er een succesvolle staking in het onderwijs, met een opvolging van 80%. Zelfs met het gebrek aan reële ordewoorden om op deze successen te bouwen, vanwege de bestaande vakbondsleiders, toont dit aan dat de Spaanse jongeren en arbeiders een gevecht zullen voeren tegen de pogingen van het kapitalisme om hun levensstandaard compleet te decimeren.

Indicatief voor het type van confrontaties dat we meer zullen zien, is het massale verzet van de mijnwerkers, hun gezinnen, en zelfs de lokale middenstand in Asturië. De regering wil er meer dan 60% van haar subsidies aan de industrie schrappen. Er staan daardoor 8.000 jobs op directe wijze op het spel, indirect worden tienduizenden jobs bedreigd. De mijnwerkers hebben er een traditie van verzet, reeds van onder het dictatoriale Franco-regime en van daarvoor in de jaren ‘30. Ze wierpen barricades op om hun gemeenschappen en jobs te beschermen, en konden de politie meermaals tegenhouden in scènes die soms op een burgeroorlog leken. Het is betekenisvol dat de mijnwerkers met hun militante methodes van massaverzet ook steun kregen van de lokale middenstand. Dit terwijl sommige bureaucratische vakbondsleiders, ook in België, de middenstand soms eerder als een tegenstrever zien.

Als de leiders van de grote vakbonden en de linkse partij Izquierda Unida even strijdbaar en vastberaden waren als hun basis, dan zou de regering-Rajoy – die voor 2012 nog eens 27 miljard wil besparen – het geen jaar meer uitzingen. Vandaar dat de Spaanse afdeling van het CWI oproept tot een 48-urenstaking om te bouwen op het massieve succes van de staking van 29 maart en als focus voor de Indignado-beweging.

Heeft de Spaanse regering geen “bail out” nodig?

De bluf van Rajoy en de Partido Popular heeft niet gewerkt. Eerst hielden ze vol dat Spanje geen bailout nodig had, vervolgens ging het enkel om hulp aan de banken. De overheidsschuld leek bij het uitbreken van de crisis beperkt, met ongeveer 60% van het BBP. Maar die is snel aan het oplopen. De nationalisatie en de bailout van Bankia – een conglomeraat van verschillende banken – zal de overheidsschuld tot tussen de 80 en 90% van het BBP doen oplopen.

Momenteel heeft Spanje een staatsschuld van 595 miljard euro. Maar daar moet nu ook de Europese hulp voor de noodlijdende Spaanse banksector bijgerekend worden. Potentieel bedraagt dit dus 100 miljard euro – het bedrag dat op enkele uren tijd door de EU werd opgehoest omdat Spanje nu eenmaal “too big to fail” is. Volgens private audits waarop Rajoy zich baseert zou “in het slechtste geval 62 miljard euro” nodig zijn voor deze banken. Maar dit is slechts het topje van de ijsberg. In het eerste kwartaal van dit jaar gingen de huizenprijzen met 13% achteruit. De zwaarste terugval op jaarbasis sinds het begin van de crisis en het zorgt voor een verdieping van de crisis in de bouw. Volgens andere onderzoeken, o.a. van de firma RBS, hebben de Spaanse banken de komende jaren 134 tot 180 miljard euro nodig om zich te herkapitaliseren.

De huidige steun schiet daarvoor tekort.

De euforie rond de bailout van de banken was dan ook van korte duur. Volgens RBS dient de regering-Rajoy tot eind 2014 haar staatsobligaties voor 155 miljard euro te herfinancieren. Bijkomend zou ze nog eens 121 miljard euro in dezelfde tijdspanne dienen te vinden, om het tekort op de begroting te financieren. Het feit dat 40% van de uitgaven bij de regio’s en lokale overheden ligt, met nationale spanningen die hier spelen, maakt het haar niet gemakkelijker om de hakbijl te hanteren.

In een context van dalend zakenvertrouwen in Duitsland, een Italiaanse economie die volgens sommige economen in een “Grieks recessiescenario” aan het terechtkomen is, een algemene vertraging in de Europese en wereldeconomie,… zal de Spaanse regering op een bepaald moment onvermijdelijk ook zelf aan de alarmbel moeten trekken. Niet in het minst omwille van het verzet van de bevolking tegen de barbarij en de terugval in sociale beschaving onder dit verrotte kapitalisme.

De Spaanse banken, die om en bij een derde van de eigen overheidsobligaties bezitten, en de Spaanse regering houden elkaar in een wederzijdse wurggreep. Kan de regering haar schulden niet meer betalen dan wordt de banksector gedecimeerd. Gaan de banken failliet, dan dikt de overheidsschuld onhoudbaar aan omwille van de garanties op de Europese hulp.

De linkse partij IU kende een nieuwe opgang in de peilingen maar is helaas minder duidelijk dan het Griekse Syriza over verzet tegen kapitalistische besparingen. De IU-leiding werd al eens door de basis teruggeroepen omtrent regionale samenwerking met de neoliberale PSOE (sociaaldemocratie). De vorming van een echt socialistische linkerzijde in de vakbonden en het linkse Izquierda Unida kan de basis leggen voor een principieel en massaal verzet tegen het falende kapitalisme en voor een democratische, socialistische maatschappij.