Illusie van stabiliteit in Latijns-Amerika
We publiceren een verslag van de commissie over Latijns-Amerika op de bijeenkomst van het Interationaal Uitvoerend Bureau van het CWI eind januari. Latijns-Amerika lijkt tijdelijk in te gaan tegen de internationale trend van stagnatie, recessie en economische crisis. Exportgerichte economieën zoals deze van Brazilië konden genieten van de grote Chinese vraag naar grondstoffen. Dit leidde tot een recordgroei.
André Ferrari van de LSR (onze Braziliaanse zusterorganisatie) leidde de discussie in. Hij wees op een reeks tegenstellingen en onevenwichten waarop de illusie van aanhoudende groei en politieke stabiliteit gebaseerd zijn. De economische groei heeft de enorme kloof tussen rijk en arm niet kleiner gemaakt, integendeel. In Brazilië kan worden geprofiteerd van de banden met China, maar tegelijk worden er enorme schulden opgebouwd.
De economische vertraging die er in China zat aan te komen en de erger wordende crisis in Europa en de VS zullen de vraag naar exportproducten verminderen en zullen een impact hebben op de investeringen. Dit betekent dat de groei in de regio een tijdelijk gegeven is en het kan snel tot een economische neergang komen. Dat kan leiden tot een nieuwe periode van turbulentie en klassenstrijd. Het zou een einde kunnen maken aan de relatieve politieke stabiliteit waarbij partijen, leiders en regeringen gingen voor een tweede en een derde ambtstermijn in Colombia, Brazilië, Argentinië en Venezuela.
In Peru kregen we een eerste voorbode. De nieuwe regering van Ollanta werd verkozen op basis van de belofte om de hervormingen van de eerste regering van Lula in Brazilië en van Chavez in Venezuela door te voeren in Peru. Maar bij de eerste sociale beweging in de mijnsector, ging Ollanta over tot het uitroepen van de noodtoestand. Ollante schoof nog voor de verkiezingen naar rechts op. In de campagne werd hij omringd door Braziliaanse adviseurs waardoor hij steeds meer bij Lula aansluiting zocht in plaats van bij Chavez.
Dilma heeft Lula opgevolgd als president. De regering-Dilma is als voorbereiding op de komende crisis overgegaan tot het uitbreiden van de staatstussenkomsten. Er is tegelijk een nieuw programma van fiscale hervormingen waarbij er wordt bespaard op sociale programma’s. Nog voor het einde van de periode van economische groei, kent Brazilië al een reeks strijdbewegingen. Luciano van LSR stelde dat de politici aankondigden dat ze de grootste economie uit de regio naar de “eerste wereld” zouden loodsen. De georganiseerde arbeidersklasse heeft op de economische groei ingespeeld met acties waarbij ze hun deel van de rijkdom opeisten. Er waren stakingen die infrastructuurprojecten van de regering verstoorden. Deze projecten zijn erop gericht om de bedrijven onbeperkte toegang te verlenen tot de oceaan en de nog niet aangesneden markten van de buurlanden. Er zijn ook prestigeprojecten in het kader van de Wereldbeker en de Olympische Spelen.
Er waren stakingsacties die tot in het hart van de staatsmachine gingen. Zo was er een massale staking van de brandweer in Rio, waar de brandweer deel uitmaakt van het leger en bijgevolg bewapend is, die bovendien op een grote steun van de bevolking kon rekenen. Er waren ook strijdbewegingen van onder meer de werknemers van de banksector, leraars, oliearbeiders, bouwvakkers en in de metaalsector.
Bolivia en Venezuela
Het eerste decennium van deze eeuw werd gekenmerkt door revolutionaire opstoten doorheen de regio. Massale bewegingen brachten leiders en regeringen aan de macht die beloofden om hervormingen ten voordele van de armen door te voeren op basis van overheidstussenkomsten. Dit waren de eerste regimes die de neoliberale consensus van de periode na de val van het Stalinisme doorbraken. De afgelopen jaren zijn de regimes van Morales in Bolivia en van Chavez in Venezuela echter naar rechts opgeschoven. Het revolutionaire proces gaat niet meer vooruit, er wordt niet gebroken met het kapitalisme en het grootgrondbezit.
Dit heeft de contrarevolutionaire krachten toegelaten om zich te versterken. Leden uit Bolivia stelden dat Morales in zijn wanhopige poging om investeringen van Braziliaanse multinationals aan te trekken, niet aarzelde om de inheemse bevolking repressief aan te pakken. Die inheemse bevolking vormt een belangrijk onderdeel van de basis van Morales. Maar de economische problemen, er wordt voorspeld dat de gasreserves binnen 15 jaar op zullen zijn, maakten dat Morales aandrong om een snelweg aan te leggen doorheen beschermde gebieden op het platteland. De beweging van de inheemse boeren, gesteund door de arbeidersbeweging, dwongen de regering ertoe om van dit plan af te zien.
In Venezuela heerst een grote onzekerheid als gevolg van de ziekte van Chavez en de groeiende steun voor de rechtse neoliberale oppositie als reactie op de economische problemen. William van Socialismo Revolucionario (het CWI in Venezuela) stelde dat de toegenomen investeringen in sociale programma’s en de hoge olieprijzen ervoor kunnen zorgen dat de regering in oktober herverkozen geraakt. Maar de onzekere gezondheidstoestand van Chavez kan gevolgen hebben in de periode na de verkiezingen, zelfs indien hij zoals verwacht herverkozen wordt. Er is een ongenoegen tegenover de bureaucratische organisaties, de politieke allianties, partijen en vakbonden die werden opgezet opdat het regime haar machtsgreep zou kunnen behouden en niet als instrument van massastrijd.
In beide landen gaven we kritische steun aan de sociale hervormingen van Chavez en Morales en aan het beleid van nationalisaties. We stelden dat de sociale vooruitgang werd bekomen door de druk van de massa’s tegen de pogingen van contrarevolutie en voegden eraan toe dat we de vooruitgang enkel zouden kunnen behouden en uitbreiden door volledig te breken met het kapitalisme. Het feit dat dit niet gebeurde, leidde ertoe dat beide regimes naar rechts opschoven.
Het komt er voor socialisten in deze landen op aan om onafhankelijke democratische organisaties van de arbeiders en armen op te bouwen, politieke partijen en vakbonden die ervoor opkomen om de industrie, de banken, de grond en de sleutelsectoren van de economie onder democratisch beheer in publieke handen te nemen. De situatie in Venezuela is complex, onder meer door de aanvallen van het regime op strijdbare syndicalisten. In Bolivia is er een breed gedragen steun voor het idee van een nieuwe politieke kracht die zich op de arbeidersklasse en de armen baseert. Die steun is onder meer een gevolg van de enorme tradities van socialistische en revolutionaire bewegingen in Bolivia, een element dat in Venezuela veel minder sterk aanwezig is. Arbeidersorganisateies speelden een cruciale rol in de revolutionaire beweging waarmee Morales aan de macht kwam en ze beginnen nu uit te kijken naar een strijdbaar alternatief.
Chili
De afgelopen jaren hinkte Chili wat achterop in vergelijking met de bewegingen in andere landen op het continent. Celso van Socialismo Revolucionario (het CWI in Chili) wees erop dat ons perspectief dat de verkiezing van de neoliberale regering van Pinera niet betekende dat er in de samenleving een bocht naar rechts werd gemaakt, werd bevestigd door de enorme beweging van de studenten en de beweging tegen de prijsstijgingen voor gas in het zuiden van het land.
De studentenstrijd voor gratis onderwijs vormde de belangrijkste strijdbeweging sinds de val van de dictatuur in Chili. Deze studentenstrijd kreeg de steun van de arbeidersbeweging, wat leidde tot een algemene staking in augustus. De beweging eiste de nationalisatie van de koperindustrie. In de beweging tegen de prijsstijgingen voor gas werd in het zuiden van het land een stad overgenomen door de arbeiders en armen die de stad bestuurden via een volksvergadering, een traditie uit de strijd tegen het regime van Pinochet. Dit bleef duren tot de regering het leger erop af stuurde.
In de discussie over Chili werd ingegaan op de rol van de Communistische Partij die geen strategie aan de beweging aanbood. Celso stelde dat dit leidt tot de ontwikkeling van een sterk anti-partijengevoel onder jongeren. Er is nochtans nood aan een echte socialistische kracht. De afgelopen decennia van neoliberalisme hebben ertoe geleid dat de autoriteit van het kapitalisme en haar instellingen (zoals de kerk, het parlement, de gevestigde partijen, de politie,…) steeds meer afneemt. Daartegenover is er nood aan een alternatief.
Mexico gaat gebukt onder de economische crisis in de VS. Het land kent de slechtste economische situatie van de hele regio. Na meer dan een decennium is het mogelijk dat de PRI terug aan de macht komt. De opeenvolgende neoliberale regeringen onder leiding van Fox en Calderon hebben het ongenoegen aangewakkerd. Dit zal wellicht leiden tot een opleving van strijd van de arbeiders en armen. De oorlog tegen drugs is in werkelijkheid een burgeroorlog tegen de volledige bevolking van het noorden. Het is tevens gericht tegen iedere ontwikkeling van strijd, onder meer met de beweging van families van dodelijke slachtoffers in de ‘drugsoorlog’ die aan kracht wint.
In de discussie bracht Alec Thraves (Socialist Party Wales) een verslag van zijn bezoek aan het recente congres van de PSOL in Brazilië. Onze Braziliaanse afdeling is actief binnen die bredere partij en speelt er een belangrijke rol in het organiseren van een links blok dat zich verzet tegen electorale allianties met besparingspartijen. We zijn daarnaast ook actief binnen Conlutas om deze vakbond op nationaal vlak als strijdbare bond op de kaart te zetten.