2011. Het jaar dat de spoken van de crisis en de verontwaardiging enkel maar groter werden

De ontwikkeling van de wereldwijde economische crisis in 2011 werd goed samen gevat in een protestslogan: “Omwille van recente besparingen is het licht aan het einde van de tunnel uitgezet.” Wat sommigen voor het einde van de crisistunnel aanzagen, bleek slechts het begin van een nog diepere recessietunnel te zijn. Als we het kapitalistische systeem laten doen, dan gaat alles naar de vaantjes.

Deel 2 van ons jaaroverzicht


Economische rampspoed

Het ging in 2011 niet goed met de wereldeconomie. De hoop dat de neergang van 2008-2009 werd gestopt door de beperkte heropleving vanaf 2010 wordt de kop ingedrukt. In 2011 werd duidelijk dat het besparingsbeleid niet werkt. Stilaan raken alle remedies uitgeput en geen enkele biedt een antwoord op de crisis van het kapitalisme.

De banken maakten nochtans opnieuw winsten, de bonussen voor topmanagers bereikten nieuwe records. Intussen wordt geprobeerd om de gewone werkenden voor de crisis te laten betalen, wat aanleiding geeft tot een nieuwe economische neergang. De kloof tussen rijk en arm is nog nooit zo groot geweest. In een wanhopige poging om de meerderheid van de bevolking ervan te overtuigen dat zij de crisis moeten betalen, deden enkele superrijken een ‘geste’ met het voorstel om zelf ook wat bij te dragen…

Het stimulusbeleid van Obama in de VS bereikte haar limieten. De belastingsverlagingen uit 2010 werden volledig teniet gedaan door de stijgende prijzen voor olie en de oplopende huurprijzen. Het uiteenspatten van de zeepbel op de vastgoedmarkt heeft ook de gezinnen hard geraakt. Er is een depressie in de bouwsector en in de particuliere uitgaven van de gezinnen. Amerikaanse bedrijven verminderen hun productie en dat leidt tot nieuwe ontslagen. Er zijn meer dan 24 miljoen Amerikanen ofwel werkloos ofwel ondermaats tewerkgesteld. Het aantal mensen dat voedselbonnen nodig heeft, is met 50% toegenomen tussen 2008 en 2011. Dit betekent dat inmiddels 45 miljoen mensen – bijna één op zeven – dergelijke hulp nodig heeft om te overleven. De illusie dat China de wereldwijde economische neergang zou kunnen keren, wordt stilaan doorprikt. Met economische problemen in Europa, de VS, Japan en geleidelijk aan ook in de zogenaamde ‘opkomende’ economieën ziet het er niet goed uit voor het wereldkapitalisme.

De bekende econoom Nouriel Roubini moest in een interview toegeven dat Marx gelijk had: het kapitalisme leidt tot een overproductiecrisis. Dit standpunt werd ook gevolgd door een econoom van UBS die onder meer stelde: “De geest van Marx (…) is uit het graf opgestaan midden een financiële crisis en bijhorende economische slump. De sluwe analyse van het kapitalisme door de filosoof had heel wat gebreken, maar de huidige wereldeconomie vertoont akelig veel gelijkenissen met de omstandigheden die hij voorzag”. Daarbij verwijst de auteur naar de wijze waarop het kapitalisme aan de ene kant een accumulatie van rijkdom bij een kleine minderheid kent, terwijl er anderzijds een “accumulatie van miserie” voor de meerderheid is. Hij wijst erop dat de Amerikaanse ongelijkheid op het hoogste niveau sinds de jaren 1920 staat, “voor 2008 werd de inkomensongelijkheid verborgen door factoren zoals gemakkelijk krediet, waardoor arme gezinnen een hogere levensstijl konden aannemen. Maar nu komen de problemen aan de oppervlakte”.

Of zoals wij schreven: “De groeiende problemen van het kapitalisme, sinds vooral de jaren ’70, waren te vinden in een dalende tendens van de winstvoet in de basisindustrieën (door een snellere groei van investeringen in machines en ander “constant kapitaal” dan in arbeidskracht: deze loonarbeid is als “variabel kapitaal” de enige consistente basis voor de omzetting van waarde in meerwaarde, en dus winst). En hiermee samenhangend – deels omwille van het beperkt blijvende herstel van de winstmarges, sinds de jaren ’80, deels omwille van een besparingspolitiek die de markten ondermijnde – een tragere accumulatiegraad van kapitaal. (…) Voor de VS-economie volgde de accumulatie van kapitaal op vrij nauwkeurige wijze de verzwakking van de winstvoet (de winst per geïnvesteerde eenheid kapitaal) in de reële economie. Beiden liggen in belangrijke mate onder de winstvoeten en de gemiddelde accumulatiegraad tijdens de naoorlogse expansie van het kapitalisme. Dat wil zeggen: de motor van het kapitalisme is al sinds de jaren ’70 aan het sputteren, en sindsdien heeft men enkel geprobeerd om de onderliggende tegenstellingen toe te dekken met lapmiddelen die de crisis vandaag potentieel vele malen erger zullen maken.”

Wij hadden het in 2011 over een nieuwe fase in de grote recessie. “De wereldeconomie lijkt op weg naar een “dubbele dip”-recessie of beter gezegd een voortzetting van de ‘grote recessie’ van 2008-09 na een zwak ‘herstel’ in 2010. De ontwikkelde kapitalistische landen worden hard getroffen, maar ook de rijzende sterren van de semi-ontwikkelde reuzen China, India en Brazilië (de zogenaamde ‘opkomende markten’) beginnen hun glans te verliezen. Tot voor kort beschouwden vele commentatoren de tekenen van vertraging in het tweede kwartaal van 2011 als een klein dipje. Maar dit beeld veranderde dramatisch met de onrust op de internationale beurzen in de eerste weken van augustus.” We voegden er aan toe dat het kapitalisme krachtige sociale explosies staat te wachten.

Eurozone: van euforie tot recessie

Het begin van het eerste decennium van de 21ste eeuw werd gekenmerkt door een nooit geziene euforie in het Europese project. Met enige vertraging werd op 1 januari 2002 de euro als fysieke munt ingevoerd. Nog geen tien jaar later worden steeds meer vragen gesteld bij het overleven van de eurozone. Na de euforie volgde de recessie.

De ontwikkeling van de eurozone heeft geen einde gemaakt aan de onderlinge tegenstellingen tussen de verschillende economieën die er deel van uitmaakten. Vandaag komen deze allemaal terug aan de oppervlakte en wordt openlijk gespeculeerd over het mogelijke einde van de Eurozone. De Amerikaanse econoom Krugman bevestigt: “Indien de eurozone wil overleven, zal dat moeten veranderen. De kans dat de huidige strategie – de crisis gewoon uitzweten werkt, is klein… Europa’s sterkste landen zullen een keuze moeten maken.”

De pogingen om de schuldencrisis in de Eurozone te bestrijden met zware besparingsplannen en garanties, konden niet vermijden dat landen als Griekenland, Portugal, Italië en Ierland in het vizier van de speculanten bleven. Hierop ondernam de EU een poging om het besparingsbeleid te institutionaliseren met het zogenaamde ‘sixpack’.

Deze zomer vroegen we Andros Payiatsos wie verantwoordelijk is voor de schuldencrisis in Griekenland: “De Griekse bevolking behoort samen met die van Portugal tot de armsten van de Eurozone terwijl soms erg lange werkdagen worden geklopt. Dat element wordt volledig over het hoofd gezien in de media. Voor het uitbreken van de crisis in 2008 was het minimumloon 670 euro per maand. Een op de vier werknemers heeft op zijn/haar pensioenleeftijd amper dat minimum. 65% van de gepensioneerden moet het met minder dan 600 euro per maand doen. Dat zijn armzalige lonen en pensioenen. De prijzen in Griekse supermarkten zijn vergelijkbaar met die in Londen of Brussel. (…) De crisis is het resultaat van hoe het kapitalistische systeem functioneert. Dat heeft niet enkel in Griekenland gevolgen, maar op wereldvlak. De crisis begon in de VS en trok doorheen Europa waarbij de banken werden geraakt. De Europese regeringen kwamen tussen om de banken van de ondergang te redden. De Griekse regering heeft 108 miljard euro aan bankgaranties besteed. Dat komt overeen met zowat 45% van het bbp van Griekenland. De Griekse bevolking wordt nu door de EU, de Europese Centrale Bank en het IMF – de ‘troika’ – gevraagd om voor de crisis van de bankiers en kapitalisten te betalen zodat die laatsten gewoon verder winst kunnen maken.”

Ecologische rampspoed

Alsof een economische ramp nog niet voldoende was, werd de wereld op 11 maart opgeschrikt door een nucleaire ramp. Na Tsjernobyl wordt ook Fukushima een plaatsnaam die algemeen gekend is. De kernramp maakt duidelijk dat we energie niet aan de winsthonger van de privé mogen overlaten, maar dat het ook voor onze veiligheid noodzakelijk is om de sector te nationaliseren.

Alle instrumenten van de burgerij verliezen autoriteit

De autoriteit van de gevestigde orde werd in 2011 verder ondermijnd, opvallend was dat dit onder meer gebeurde door documenten van die gevestigde orde bekend te maken. Dat was het belang van de onthullingen op Wikileaks. Maar ook de media lagen onder vuur, met onder meer het afluisterschandaal van de Britse roddelkrant ‘News of the World’ dat zelfs de deuren moesten sluiten. Ook de sport werd niet gespaard, met onder meer een schandaal bij de FIFA-leiding. Goed nieuws dus voor de gevestigde politici: ze krijgen in de rangschikking van minst populaire instantie concurrentie van de banken, het gerecht, de media, de sportindustrie,…

Indien het ongenoegen niet actief wordt georganiseerd, kan dit leiden tot uitbarstingen van geweld en rellen. Afgelopen zomer stonden de Britse steden in lichterlaaie. Het geweld in Noorwegen vormde bovendien een waarschuwing dat extreemrechts en racisme nog steeds een gevaar vormen.

Verzet en onstabiliteit

Het besparingsbeleid werd niet zomaar aanvaard. Overal in Europa was er protest. In Griekenland waren er tal van algemene stakingen. Op 19 maart waren er in Portugal 100.000 betogers. In Spanje namen de jongeren het voortouw met een prachtige beweging van pleinbezettingen. Het leidde tot een nieuw begrip dat internationaal bekend raakte: de indignado’s (of verontwaardigden) kwamen op straat. Het gaat om jongeren die niet aanvaarden dat ze een verloren generatie vormen. Ze lagen mee aan de basis van een internationale actiedag op 15 oktober. In Groot-Brittannië was er op 30 november een geslaagde staking van de openbare diensten, de grootste Britse staking sinds 1926.

Dit verzet tegen de besparingen toont het potentieel van georganiseerde woede. Maar het toont ook de noodzaak van een eigen politiek instrument voor de arbeidersbeweging, een nieuwe arbeiderspartij. De autoriteit van de traditionele partijen is sterk ondermijnd, wat leidt tot grote verschuivingen bij verkiezingen. Partijen raken verkozen uit afkeer tegenover de vorige regeringspartijen, niet omdat er veel enthousiasme voor deze andere gevestigde partijen is. Dit verklaart waarom in Portugal en Spanje de rechterzijde aan de macht kwam. De afkeer tegenover de gevestigde partijen en het ondermijnen van hun autoriteit, maakt dat het establishment soms een stap verder moet gaan en het beleid van hogerhand opleggen, desnoods met technocratische regeringen zoals in Griekenland en Italië. Om het verzet tegen het besparingsbeleid tot een overwinning te brengen, moet de arbeidersbeweging een eigen politieke stem opbouwen.

Het verzet tegen de gevestigde partijen biedt mogelijkheden voor radicale alternatieven. Dat bleek onder meer uit het uitstekende resultaat van de radicale linkerzijde in Ierland, waar de United Left Alliance in februari vijf verkozenen behaalde, waaronder twee leden van de Socialist Party. In het Europees Parlement werd Joe Higgins opgevolgd door Paul Murphy die in 2011 onder meer een week in een Israëlische gevangenis doorbracht wegens protest tegen de blokkade van de Gazastrook, zich de woede van de dictatuur in Kazachstan op de hals haalde en geen visum krijgt om Sri Lanka te bezoeken. Het Ierse voorbeeld is belangrijk, het toont dat links kan scoren indien het consequent en met een socialistisch profiel naar voor komt. Andere nieuwe linkse formaties doorheen Europa slaagden er het afgelopen jaar niet in om van het falen van het kapitalisme te profiteren om een duidelijk alternatief aan te bieden.