Gevaar van extreem-rechts is niet geweken. Discussie over racisme en migratie
Verslagen vanop de zomerschool van het CWI
De huidige periode van revolutionaire golven in verschillende landen biedt heel wat mogelijkheden. Maar het gevaar van contrarevolutie loert steeds om de hoek. Bovendien wordt door extreem-rechts en allerhande populistische krachten ingespeeld op de problemen veroorzaakt door het huidig systeem. Op onze zomerschool was er een commissie over extreem-rechts, populisme en migratie. Het drama in Noorwegen maakte het belang van deze discussie op pijnlijke wijze duidelijk.
De pers maakte meteen na de dubbele aanslag gewag van een aanval van moslimextremisten. Later bleek dit niet correct te zijn. Breivik werd afgedaan als een individuele psychopaat. Het zal zeker zo zijn dat Breivik psychische stoornissen heeft, maar hij ontwikkelde zijn zieke ideeën wel binnen extreemrechtse milieus. In datzelfde milieu zijn er nu groupuscules die hun sympathie voor Breivik laten blijken, o.a. de English Defence League.
Op dit moment heerst er een diepe verontwaardiging en dit kan electorale gevolgen hebben voor extreemrechtse partijen. Anderzijds kunnen individuen zich door dergelijke moordpartijen laten inspireren en tot dergelijke daden overgaan onder het mom van “op een fatsoenlijke manier lukt het ons toch niet”.
Marxisten moeten zich beraden over hun eigen beveiliging tijdens manifestaties en meetings. Als de klassenstrijd toeneemt, kan de heersende klasse gebruik maken van fascistische bendes om de arbeidersbeweging neer te slaan. Een voorproef hebben we kunnen zien in Griekenland waar stakende buschauffeurs werden aangevallen door fascisten.
Op dit moment kent extreemrechts in sommige landen een electorale opgang, o.a. Hongarije (Jobbik), Frankrijk (FN) en Oostenrijk (FPÖ). Hoewel veel van deze partijen een basis hebben in (neo)fascistische bewegingen, bevinden we ons niet in een tijdperk van klassiek fascisme (zoals de jaren dertig) waar gefrustreerde middenklassers en werklozen tegen de georganiseerde arbeidersbeweging werd ingezet.
In Griekenland, Spanje, Tunesië, Egypte,… zijn er massale bewegingen, maar de machtsvraag is er nog niet aan de orde. Jammer genoeg ontbreekt het aan linkse massapartijen waardoor extreemrechts kan scoren door een links discours aan te nemen: ze nemen het (in woorden!) op voor de openbare diensten of spreken zich uit tegen de homofobie van moslimextremisten. We zien dan ook dat extreemrechts sterk staat in traditionele bolwerken van de sociaaldemocratie of van de communisten. Dit gaat nooit gepaard met een actieve betrokkenheid bij strijd, dat zou immers ingaan tegen de principes van extreemrechts dat louter teert op passief ongenoegen.
Immigratie is een ander thema dat extreemrechts versterkt. Door de globalisering trekken de kapitalisten immigranten aan om op die manier de lonen te drukken. Extreemrechts speelt hierop in met hun racistische propaganda. Weeral is het jammer te moeten vaststellen dat het ontbreekt aan een linkse massapartij die de problemen, veroorzaakt door immigratie, aanpakt op basis van een klassenanalyse in plaats van racisme.
Met de huidige economische crisis worden komen de nationale belangen van de kapitalisten in het gedrang. Daarom wordt de kaart van het nationalisme getrokken: men verwijt dat Griekse arbeiders jarenlang boven hun stand hebben geleefd en dat de arbeiders van de andere Europese lidstaten hiervoor moeten opdraaien. Over de schuld van de banken en kapitalisten wordt uiteraard gezwegen. Van deze nationalistische gevoelens maakt populistisch rechts gebruik, een treffend voorbeeld hiervan is het succes van de ‘Ware Finnen’ bij de parlementsverkiezingen van 2011.
De electorale successen uiten zich niet meteen in deelname aan het beleid. Maar toch, door de verzwakking van de traditionele partijen, mocht de FPÖ in Oostenrijk mee in een coalitie en in Nederland is het kabinet afhankelijk van de steun van de rechts-populistische PVV van Geert Wilders. In Denemarken is er eveneens een conservatieve regering die wordt gedoogd door extreemrechts.
Welke strategie moeten marxisten hanteren in de strijd tegen extreemrechts?
Voor het CWI kan de strijd tegen extreemrechts niet losgekoppeld worden van de arbeiderstrijd. Wij gaan niet mee in initiatieven zoals ‘Unite against fascism’, dat een front is van antifascisten maar zodanig breed dat kritiekloos wordt samengewerkt met Labour-mandatarissen of Conservatieven. Het asociale beleid van de traditionele partijen ligt mee aan de basis van de opkomst van extreemrechts en laat door de groeiende afkeer tegenover alle traditionele politici ruimte voor allerhande populisten.
Onze benadering bleek bij onze tussenkomst bij de staking van ‘Lindsey Oil Refinery’. In 2009 wilde het management Italiaanse en Portugese werknemers aanwerven tegen slechtere arbeidsvoorwaarden. In eerste instantie schaarden sommigen stakers zich achter sloagns zoals “Britse jobs voor Britse werknemers”. Dankzij onze geduldige aanpak en door uit te leggen dat enkel een overwinning kon behaald worden indien alle werknemers (Italiaanse en Portugese incluis) dezelfde voorwaarden zouden bekomen, konden we dat doorbreken. Op deze manier waren we in staat om een meerderheid van de stakers te winnen en de staking draaide uit op een overwinning voor de werknemers.
Wij scharen ons niet achter stoere slogans zoals ‘Open grenzen, nu!’. Het is een misvatting dat een land alle slachtoffers van uitbuiting kan opnemen en met dergelijke eisen vervreemdt men zich van de meerderheid van de bevolking. Uiteraard steunen we als marxisten de arme lagen van de bevolking en dus ook eisen als ‘recht op werk voor migranten, het recht op asiel, … ‘. In onze propaganda en analyses moeten we duidelijk maken dat de kapitalisten aan de basis liggen van de migratie. Enerzijds verlaten migranten hun land omwille van de erbarmelijke omstandigheden (oorlog, honger, uitbuiting,..), anderzijds voeren de kapitalisten een migratiebeleid om in eigen land de lonen te drukken. Cameron werd verkozen op ondermeer sterke anti-immigratie standpunten, maar momenteel kent Groot-Brittannië één van de grootse immigratiegolven ooit.
Het is niet altijd gemakkelijk om in deze moeilijke problematiek een klassenanalyse voor te stellen. Meer bepaald in de kwestie van de sociale huisvesting is dit een pijnpunt. In Groot-Brittannië is er een enorm tekort aan sociale woningen. De meeste gemeenteraden kennen de woningen toe aan de mensen met de grootste nood, vaak zijn dit migranten, op die manier wordt de concurrentie tussen autochtonen en allochtonen aangewakkerd. De Socialist Party is een campagne gestart waarbij ze eist dat er een massale investering gebeurt in de sociale huisvesting. Maar de toewijzing ervan wil ze niet over laten aan de traditionele politici, die via hand- en spandiensten de woningen aan hun politieke vrienden geven. De Socialist Party eist dat de toewijzing van de huizen gebeurt door middel van democratisch verkozen comités. Op deze manier tonen we dat tegemoet komen aan de noden van beide partijen (allochtonen en autochtonen) en erkennen we het ongenoegen dat er nu bestaat omwille van het tegen elkaar opzetten van de twee groepen.
Onze strijd tegen extreemrechts en de problematiek van migratie kunnen we niet loskoppelen van de arbeidersstrijd en onze strijd voor een socialistische samenleving en wereld. Enkel dan zal er een oplossing zijn voor de problemen waar de arbeiders mee geconfronteerd worden en voor de oorzaken die mensen dwingen om hun thuisland te verlaten en elders hun geluk te beproeven.