China op de vooravond van sociale explosie. Opmars van strijd binnen de partij en repressie
Verslagen vanop de zomerschool van het CWI
De discussie over China werd ingeleid door Vincent Kolo uit Hong Kong. Hij ging in op de belangrijkste ontwikkelingen in China en het belang ervan voor de wereldsituatie. De gebeurtenissen in China zijn van groot belang voor de economische groei van Brazilië, Duitsland en Australië alsook een groot deel van Azië. Het land balanceert evenwel op de afgrond. Een recent IMF-rapport stelde dat China aanleiding kan geven tot nieuwe schokken van de wereldeconomie.
De meeste sprekers in de commissie over China waren het er over eens dat de Chinese economie op weg is naar een crash. Vincent beschreef hoe het Chinese economische groeimodel inherent onstabiel is omdat het gebaseerd is op een “nooit geziene overcapaciteit en overinvesteringen.”
Dat werd al duidelijk gemaakt in een video die bij het begin van de commissie werd getoond. Een televisieploeg trok naar een van de vele nieuwe en zo goed als volledig verlaten nieuwe steden die overal opduiken in het land. Er waren ook beelden van een even leeg shoppingcenter, in het Engels de “Not so great Mall of China” genoemd in de documentaire. Vincent stelde dat er 65 miljoen lege appartementen zijn in China, daarin zouden 200 miljoen mensen onderdak kunnen vinden. Deze appartementen staan leeg, maar zijn meestal wel verkocht. De eigenaars zijn meestal speculanten die hopen dat de vastgoedprijzen verder zullen blijven stijgen en willen dan tegen een forse winst verkopen. De verschillende niveau’s van de staat hebben dit proces verder aangemoedigd door olie op het vuur van de speculatie te gieten.
Een groot deel van het enorme stimuluspakket dat na de wereldeconomische crisis van 2008 in de economie werd gepompt, komt van leningen van staatsbedrijven en werd geïnvesteerd in speculatief vastgoed. Dit vergroot de tegenstellingen van de Chinese economie. Het land kon de crisis uitstellen, maar van uitstel komt geen afstel.
Een ander onderdeel van de vastgoedzeepbel is de ontwikkeling van infrastructuur met speculatieve doeleinden. Vincent stelde dat een groot deel van de inkomsten van de lokale autoriteiten voortkomt uit de verkoop van grond. De centrale regering geeft leningen om over te gaan tot infrastructuurwerken zoals wegen, hogesnelheidslijnen, luchthavens,… om hiermee de grondprijzen de hoogte in te jagen. De grond wordt nu verkocht voor erg hoge prijzen, wat de zeepbel verder doet aandikken. Het ministerie van de spoorwegen heeft een schuld die overeenkomt met 4% van het bbp. Dit ministerie moest al erkennen dat deze schuld nooit kan worden terugbetaald op basis van de verkoop van treintickets die enkel voor de rijken betaalbaar zijn.
Er is een enorme polarisering in de samenleving en dit gaat hand in hand met de immense groei van China. Vincent beschreef hoe de afgelopen 20 jaar het aandeel van de lonen als onderdeel van het bruto binnenlands product drastisch is afgenomen ten voordele van het kapitaal. Hij omschreef dit beleid als neoliberaal omdat de arbeidersklasse, ondanks de sterke toename van het bbp, er niet op vooruit is gegaan. Er zijn intussen 960.000 miljonairs met een beschikbaar inkomen van meer dan 1,3 miljoen dollar. Kameraad Sally van Socialist Action (Hong Kong) zei dat sommigen erg rijk zijn, maar dat er intussen ook in Hong Kong zo’n 100.000 mensen amper een dak boven het hoofd hebben en dat 320.000 mensen op wachtlijsten voor sociale huisvesting staan.
De Chinese dictatuur is amper in staat om de sociale onrust onder controle te houden. Het regime is bang van massale acties en heeft daarom het veiligheidsapparaat de afgelopen jaren sterk uitgebouwd. Het revolutionaire voorbeeld van het Midden-Oosten schrikt de machthebbers af. De Communistische Partij telt 80 miljoen leden en heeft bijgevolg een zekere basis, maar het is allesbehalve een homogene organisatie. Onder de nieuwe leden zijn er veel studenten en zakenlui en op elk niveau van de partij zijn er leden die actief betrokken zijn bij private bedrijven. Zelfs tot op het hoogste niveau van de leiding zijn er meningsverschillen over de weg die China moet bewandelen.
Treinongeval en massaprotest
Een revolutionaire of een pré-revolutionaire situatie kan erg snel ontwikkelen. “China staat op de rand van een explosie”, stelde Clare Doyle van het Internationaal Secretariaat. Het potentieel voor revolte tegen het regime bleek onder meer bij de uitbarsting van volkswoede bij het treinongeval van een hoge snelheidstrein in Wenzhou waarbij 40 doden en 191 gewonden vielen. Er waren mediaverslagen over het feit dat de bevolking weigerde om de regeringsleugens te aanvaarden, zo werd geprobeerd om de mensen wijs te maken dat het ongeval het resultaat van een blikseminslag was. De officiële versie van de feiten werd overal weerlegd. De massa’s hebben duidelijk geen vertrouwen in de regering.
In de provincie Zhejiang namen de autoriteiten de nooit geziene stap om een fakkeltocht ter herdenking van de slachtoffers toe te laten. Dat deden ze om zelf de verantwoordelijkheid te kunnen afschuiven op Peking. En moest de actie niet zijn toegelaten, was het wellicht toch tot een vorm van protest gekomen.
De linkse socialisten namen in Hong Kong deel aan een betoging na de treinramp. We gebruikten slogans als “Solidariteit met de slachtoffers”, “Geen tofu-bouwwerken” (zo worden de weinig betrouwbare infrastructuurprojecten van de afgelopen jaren in de volksmond genoemd) en “Onze spoorwegen zijn gekaapt door de autoriteiten en de kapitalisten.”
Het protest na de treinramp was een van de vele protestacties. Vorig jaar waren er 180.000 ‘massa-incidenten’, of dubbel zoveel als in 2006 en negen keer zoveel als in 1994. Het idee van commentatoren dat China stabieler zou zijn omwille van de snelle groei, is misleidend. De toegenomen repressie door de staat en de poging om de sociale onrust in te dijken, wordt algemeen erkend. Dat heeft overigens ook gevolgen voor linkse activisten, waaronder leden van het CWI. We kunnen enkel in Hong Kong openlijk campagne voeren. We beschikken over beperkte krachten die we moeten voorbereiden op de pre-revolutionaire schokken die de Chinese samenleving in de nabije toekomst kunnen raken.
Een Duitse kameraad vroeg naar de kwestie van de buitenlandse verhoudingen van China, is dat imperialisme of niet? Deze kameraad wees ook op de wijze waarop de Japanse staat historisch gezien probeerde de ongelijkheden in het inkomen tussen de klassen te verzachten. Pete uit Engeland had het over de mogelijkheid dat het regime de schulden op administratieve wijze kwijtscheldt om vervolgens de leegstaande huizen aan betaalbare huurprijzen aan te bieden. “China wordt niet beheerd met de regels van een kapitalistisch systeem”, stelde hij. Een kameraad uit de vroegere Sovjetunie had het over de verschillen met wat gebeurde toen de Sovjetunie ineen stortte. De Communistische Partij werd bijzonder snel van de kaart geveegd en het kapitalisme werd snel ingevoerd met enorme schade aan de economie en de bevolking als gevolg.
Waarheen gaat China?
De discussie werd afgerond door Peter Taaffe van het Internationaal Secretariaat. Hij stelde dat het stuntelige optreden van het regime bij de treinramp in Wenzhou aantoonde dat er verdeeldheid is binnen de Communistische Partij. Openlijke kritiek in een regeringskrant was een uniek gegeven en een uitdrukking van breuken in het anders zo eensgezinde publieke gezicht van het regime. Er is al een harde strijd bezig binnen de partij en naarmate de crisis verder ontwikkelt, kan het tot een splitsing binnen de heersende ‘communistische’ partij komen.
De belangrijkste vragen vandaag zijn: ‘hoe ver is China gegaan op de weg naar een stabiel kapitalisme’? en ‘Hoe lang kan het regime standhouden?’. Peter stelde dat dit zal afhangen van de gebeurtenissen, in het bijzonder van economische ontwikkelingen. Een juiste inschatting van de processen maken, kan enkel met een correcte inschatting van het karakter van het Chinese regime. “De omvang van de staatscontrole bepaalt de manoeuvreerruimte van het Chinese regime… Zonder duidelijk theoretisch begrip kunnen we fouten maken.”
Peter Taaffe stelde dat China kan worden omschreven als een vorm van staatskapitalisme met unieke kenmerken. Dit moet niet verward worden met de wijze waarop wijlen Tony Cliff de term ‘staatskapitalisme’ foutief hanteerde voor de voormalige Sovjetunie en Oost-Europa. Wij omschreven die regimes anders, als ‘gedeformeerde arbeidersstaten’. Omwille van zijn fout was Cliff niet in staat om het belang van het kapitalistische herstel in 1991 te verklaren of om de centrale gevolgen daarvan op de wereldsituatie in te schatten.
Ontwikkelingen zullen niet in een rechte lijn plaatsvinden. Er kunnen onder druk van onderuit stappen in een andere richting worden gezet, ook al zal dit niet betekenen dat naar een volledig geplande economie wordt terug gegaan. Peter verwees naar de cijfers die een Chinese kameraad had gegeven en wees ook op een nieuw rapport van de Heritage Foundation voor het derde kwartaal van 2010. Daaruit blijkt dat het belang van de staatssector in de economie eind 2010 57% bedroeg, tegenover 44% enkele jaren geleden.
De vooruitzichten voor het vestigen van een ‘normaal’ burgerlijk regime in China moeten worden onderzocht. Indien dat versneld wordt opgelegd, zou het mogelijk niet evident zijn om een democratische periode in te luiden, ook al zou het regime onder druk van massabewegingen mogelijk moeten toegeven. Dat kan aanleiding geven tot een periode van onstabiele democratie, waarbij het regime onstabiel is omdat een dergelijke toegeving nieuwe problemen voor het regime zou opleveren.
Het toekennen van democratische rechten (vrijheid van organisatie, persvrijheid,…) zou ertoe leiden dat de massa’s hun eigen klassenbelangen nastreven. De strijd van arbeiders en arme boeren zou naar een nieuw niveau kunnen uitgroeien. Toegevingen op deze vlakken, zijn erg gevaarlijk voor het regime en zouden leiden tot nieuwe verdeeldheid binnen het regime. Het kan bovendien zelfs leiden tot een discussie over het uiteenvallen van China, er zijn nog heel wat onopgeloste regionale en nationale kwesties. Een versterking van de huidige dictatuur biedt geen garantie op het overleven van het huidige regime, maar anderzijds is er ook geen vooruitzicht van een stabiele en langdurige kapitalistische democratie.
Het huidige bbp per hoofd van de bevolking bedraagt zowat 5.000 dollar in China. Dat komt ruw geschat overeen met dat van Angola. Er is nog een enorm potentieel van groei. Maar de enige wijze om de enorme ongelijkheden en conflicten in de Chinese samenleving te overstijgen, is door het vestigen van een echte arbeidersdemocratie met controle op de staat en een economie in publieke handen met verkozen vertegenwoordigers van de arbeidersklasse en de armen van het platteland.