Morel: van extreem-rechtse politica tot mediafenomeen
De afgelopen weken was er geen ontkomen aan: kranten en weekbladen brachten uitgebreide bijlagen naar aanleiding van het overlijden van Marie-Rose Morel. Het begrijpelijke medeleven onder zowat de volledige bevolking werd aangegrepen om te zwijgen over de politieke standpunten waar Morel voor stond. Iedere kritiek daarop werd al snel afgedaan als onbetamelijk.
De laatste jaren haalde Morel amper nog de media met politieke standpunten. Het ging enkel om de interne twisten in het Vlaams Belang waarbij iedereen wel weet wie tot welk kamp behoort, maar niet waarover die ruzie eigenlijk gaat. En daarnaast was er vooral aandacht voor de strijd van Morel tegen kanker. Aangezien iedereen wel iemand kent die vecht met kanker of die strijd is verloren, ontstond er al gauw een brede sympathie voor de Bekende Vlaming die strijdvaardig inging tegen kanker. Wij zijn de laatsten om daar geen begrip voor te hebben.
Voor een correcte beschrijving van het leven van Morel volstaat het niet om enkel haar laatste levensmaanden in beschouwing te nemen. Haar overstap van N-VA naar Vlaams Belang en de perikelen in die partij hebben een belangrijke politieke impact gehad. Morel was zich daar duidelijk ook van bewust, ze heeft tot op haar begrafenis aan politiek gedaan.
Morel heeft een bijzonder snelle carrière gekend binnen het Vlaams Belang. Samen met Jurgen Verstrepen werd ze binnen gehaald als verruimingsfiguur waarmee de partij een breder imago moest aannemen. Dat gebeurde op een ogenblik dat de partij steeds verder aan het groeien was bij de verkiezingen en er bijgevolg heel wat postjes uit te delen waren. Doorgaans komen meningsverschillen of onderlinge frustraties vooral tot uiting op momenten dat het moeilijker gaat en er op de postjes wordt bespaard.
Binnen het VB liet Morel zich vooral opmerken met haar anti-vakbondsstandpunten. Als dochter van een topman van Alcatel ging ze meteen aan de slag met een werkgroep van het VB rond de vakbonden. Het VB-standpunt over de vakbonden is gemakkelijk: de partij is tegen. Collectieve acties zijn ongehoord voor het VB en staken kan het best zoveel mogelijk aan banden worden gelegd. Daartoe wil het VB de bonden rechtspersoonlijkheid opleggen waardoor een vakbond als organisatie aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor daden van individuele leden. Zoiets is ongehoord en zou kunnen leiden tot een vloedgolf van processen tegen de vakbonden , maar even goed tegen andere feitelijke organisaties.
De factor-Morel werd door het VB ook op Europees vlak uitgespeeld. Eind 2005 was er een Europese bijeenkomst van extreem-rechts in Wenen. Morel was van de partij en ging zonder problemen op de foto met de Bulgaar Volen Siderov, auteur van een boek dat de uitroeiing van de Joden in de gaskamers ontkent. Siderov meent overigens dat de wereld vandaag wordt gedomineerd door een Joodse samenzwering. Van de Roma-zigeuners kunnen ze volgens Siderov beter “zeep maken.”
De Wever stelde dat hij Morel nooit als een racist had gekend. Maar het blijft opvallend dat Morel wel afstand nam van de VB-standpunten rond euthanasie of abortus, maar niet de standpunten over vreemdelingen. Het conflict met Dewinter werd voorgesteld als een kritiek op de stijl en niet de inhoud van Dewinter. Bovendien wordt al snel duidelijk dat er vooral discussie was over de hoeveelheid middelen naar Antwerpen gingen en hoeveel er voor de andere gemeenten overbleef bij zowel de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 als daaropvolgende campagnes. Ook voor Vanhecke was dat een belangrijk discussiepunt die zijn jarenlange vriendschap met Dewinter onder druk zette. In 2009 nog verklaarde Morel: “Met ons programma en onze ideologie is niks mis. Maar als je een goed product niet meer verkocht krijgt, dan moet je sleutelen aan je marketing” (GvA, 4 juli 2009). Dewinter maakte al gauw duidelijk wie het echt voor het zeggen heeft in zijn partij: voor Morel was er geen verkiesbare plaats meer.
Frank Vanhecke is al sinds midden jaren 1970 actief in extreem-rechtse kringen. Als scholier bouwde hij samen met Dewinter een jongerenwerking uit in het Brugse (NJSV). De politieke vorming van deze jongeren werd gegeven door de oudere generatie van de VMO (Vlaamse Militanten Orde), die nadien zou verboden worden als privé-militie. Het kwam regelmatig tot geweld in Brugge in de jaren ‘80. In 1980 was er een aanval op de Brugse Halletoren, nadien werden enkele cafés beschoten. De Brugse NJSV van Vanhecke en Dewinter organiseerde in de jaren ’80 een negationistische boekenbeurs. Toen midden jaren 1990 enkele neo-nazistische jongeren de NJSV terug oprichtten, gebeurde dat onder het toeziend oog van VB-voorzitter Vanhecke. Die nam pas afstand toen een van zijn jongeren een bomaanslag op zichzelf pleegde om links te beschuldigen.
Wij zijn het niet eens met diegenen die vandaag de dood van Morel aangrijpen om iedere kritiek op haar politieke standpunten te verbieden, maar evenmin met diegenen die denken dat Morel een mediafenomeen was geworden omwille van haar extreem-rechtse standpunten. Wij hebben medeleven met alle slachtoffers van kanker. Maar dat staat los van onze fundamentele kritieken op de politieke standpunten van Morel en Vanhecke.