Dag aan dag verslag van de “staking van de eeuw.” 16 januari 1961

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

Dag aan dag verslag:

  • 19 december
  • 20 december
  • 21 december
  • 22 december
  • 23 december
  • 24 december
  • 25 december
  • 26 december
  • 27 december
  • 28 december
  • 29 december
  • 30 december
  • 31 december
  • 1 januari
  • 2 januari
  • 3 januari
  • 4 januari
  • 5 januari
  • 6 januari
  • 7 januari
  • 8 januari
  • 9 januari
  • 10 januari
  • 11 januari
  • 12 januari
  • 13 januari
  • 14 januari
  • 15 januari

[/box]

Deze rubriek op socialisme.be is gebaseerd op het boek “De opstandige en revolutionaire algemene staking van 60-61” door Gustave Dache. Meer achtergrond vind je hier.

De staking is nog altijd totaal in de industriële centra van Luik, Charleroi, Le Centre, de Borinage en Bergen. Er zijn nog steeds betogingen. In Grivegnée is er een militantenconcentratie gevolgd door een meeting. In zijn toespraak herhaalt André Renard daar de punten van het memorandum aan de koning. Na afloop van de betoging zijn er ernstige incidenten. In Chênée schieten de rijkswachters opnieuw zonder enige waarschuwing. Hierbij raken drie stakers gewond. Er worden 50 arbeiders opgepakt.

Er is geen oplossing voor het conflict in het vooruitzicht. De stakers zijn woedend. Ze begrijpen niet waarom er stakingsbrekers bereid zijn om de bussen te laten rijden. Dat wordt aangevoeld als een provocatie. De betogers vallen deze bussen aan, de ramen moeten er aan geloven. De rijkswacht duwt de betogers achteruit, arbeiders die gewoon in de buurt staan, worden meteen met matrakken verdreven, zelfs vanuit hun eigen vakbondslokalen. Het is een oorlog tussen de rijkswachters en de stakers. De arbeiders hebben niet de intentie om zich zonder enige weerstand te laten doen. In Brussel wordt door het ABVV een betoging gehouden als eerbetoon aan de “slachtoffers van de blinde repressie en het zinloze geweld”. In Charleroi zijn er opnieuw meer dan 2.000 betogers met de arbeiders van ACEC voorop. Robert Dussart en zijn troepen betogen nogmaals voor de gevangenis van Charleroi met de slogan: “Laat de stakers vrij.”

In Luik krijgen de soldaten net zoals in Roux eten van de vrouwen van de stakers. Zij brengen soep, boterhammen en zelfs sigaretten. Zelfs in die harde tijden op een ogenblik dat er weinig middelen voor handen waren, spreekt het hart van de stakersvrouwen. De soldaten zijn zich niet altijd bewust van de rol die de regering hen liet spelen. Maar waar ze zich wel van bewust zijn, is dat ze enkel van de stakers eten krijgen.

In Auvelais verzamelen de vrouwen van de stakers zich in het Volkshuis om hun gevangen genomen mannen te bezoeken. Ze stellen: “Het zijn onze mannen die de strijdbaarheid er in houden.” De rol van vrouwen is zoals steeds van cruciaal belang in deze algemene staking. Ze zijn op alle activiteiten, op de piketten, de betogingen, de confrontaties met de ordediensten die soms erg gewelddadig waren. Overal in het land vallen er verschillende gewonden onder de stakersvrouwen. Sommigen moesten naar het ziekenhuis voor verzorging. De vrouwen hebben niet enkel hun mannen ondersteund in de staking, ze hebben er zelf actief aan deelgenomen met een voorbeeldige strijdbaarheid en een aanzienlijke inzet. In de vroege uren van de dag trekken veel vrouwen naar het Volkshuis om er mee te werken aan de bevoorrading van de stakers, het voorbereiden van maaltijden met soep en boterhammen. Er zijn ook een aantal betogingen van vrouwen die op straat kwamen om de vrijlating van hun mannen te eisen.

Over de rol van de vrouwen in de staking stelde Anne Massay, verantwoordelijke van de BBTK voor de supermarkten in Luik, het volgende: “Toen de staking van 1960-61 tegen de Eenheidswet uitbrak, stonden de vrouwen op de eerste lijn. De vrouwen waren er op alle betogingen, ook bij de confrontaties aan het station van Guillemins. Ze verzetten zich tegen de rijkswachters die de militanten op de grond slaan en ze worden mee opgepakt. Sommigen werden nog opgepakt na de nachtelijke schermutselingen, ze bleven meer dan een maand in de gevangenis. Ze vonden dat erg, maar gaven niemand aan.” (France Arets en Anne Massay in het boek ‘Changer la société sans prendre le pouvoir’ van Matéo Alalouf, p. 127).

In Chênée krijgt Victor Closet meerdere kogels in zijn arm. Er wordt in totaal een twintigtal keer geschoten. De deuren van het gebouw van de Socialistische Mutualiteit zijn geforceerd door de rijkswachters, de conciërge wordt aangevallen en raakt hierdoor gewond aan het hoofd. De stakers verlaten het lokaal met opgeheven hoofd maar ze worden eveneens onthaald op matrakken en slagen van de geweerkolven van de rijkswachters. De rijkswachters trekken het vakbondslokaal binnen en richten er vernieling aan. Iedereen in het lokaal wordt opgepakt, ook de vrouwen en de gepensioneerden. De wijkbewoners laten hun rolluiken naar beneden als teken van rouw. Een socialistische schepen van de gemeente verklaart dat het “leek alsof we terug waren gekeerd naar de hoogdagen van de bezetting.”