Federale sectoren van de non-profit. Mini-akkoord 2011 in afwachting van echte onderhandelingen voor een meerjarenakkoord
[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]
ACTIEKALENDER WITTE WOEDE
- 25 oktober: Limburg: “lege dozen actie”
- 28 oktober: Oost-Vlaanderen: fietsactie Gent, Sint-Pietersplein, 10 uur
- 28 oktober: actie SETCa en CNE tegen weigering werkgevers verlengen van CAO brugpensioen (federale sectoren) Brussel en Namen
- Week van 15 november: West-Vlaanderen
- 19 november: Nationale betoging voor respect Brussel, Noordstation 10 uur
- 24 november: Limburg: Fakkeltocht Hasselt
- 25 november: provincie Antwerpen: betoging Antwerpen, Astridplein (Centraal Station) 10 uur
- 26 november: provincie Vlaams-Brabant
[/box]
De akkoorden van verschillende federale sectoren van de non-profit lopen af in 2010. Het uitblijven van een nieuwe federale regering zorgt er echter voor dat er geen nieuw meerjarenakkoord kan onderhandeld worden.
Op regionaal vlak lopen de onderhandelingen voor de Brusselse en Waalse sectoren, maar in Vlaanderen worden deze zonder enige reden steeds uitgesteld. De aanwezigheid van VOKA-bloedhond Muyters (N-VA) in de Vlaamse regering is daar niet vreemd aan, zijn partij zit te watertanden om te besparen in de sociale sector. Dat is meteen een duidelijke waarschuwing voor een verdere regionalisering van de gezondheidszorg, zoals dit wordt voorgesteld door De Wever.
Om de lopende projecten in de gezondheidszorg niet in het gedrang te brengen, werd er voor 2011 een "overbruggingsakkoord" gesloten tussen minister Onkelinx en de vakbonden. De budgetten voor 2011 moeten immers vastgelegd worden. Deze race tegen de tijd verklaart waarschijnlijk waarom het mini-akkoord niet aan de vakbondsbasis werd voorgelegd.
De Algemene Raad van het RIZIV keurde op maandag 18 oktober unaniem de maatregelen die door minister Onkelinx voor de gezondheidszorg in 2011 werden voorgesteld goed, inclusief het beperkte sociaal akkoord voor de non-profit. De groeinorm van 4,5% die onder vuur van de rechtse partijen ligt, wordt voor 2011 behouden. Voor het sociaal akkoord van 2011 wordt 50 miljoen euro uitgetrokken.
Dit lijkt miniem in vergelijking met het budget dat in 2010 werd vrijgemaakt voor "het plan Onkelinx voor het attractiever maken van het verpleegkundig beroep"(dat ging om ongeveer 90 miljoen euro). Dit plan werd met veel poeha bekendgemaakt, maar het had in de praktijk een relatief geringe impact op de werkvloer, buiten een kleine minderheid onder de verpleegkundigen die een behoorlijke jaarlijkse premie krijgen voor hun bijzondere beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid (respectievelijk 3.341,50 euro en 1.113,80 euro). De rest van het personeel "aan bed van de patiënt" kan genieten van een extra-prestatie van 20% tussen 19 en 20 uur, wat niet echt om over naar huis te schrijven is. Bij de toekenning van die avondpremie zaten spijtig genoeg enkele onlogische discriminaties: ondanks de "aan bed van de patiënt"-voorwaarde hebben verloskundigen geen recht op de premie en personeel op de dienst sterilisatie wél. Personeel dat niet behoort tot de groep van zorg- en verpleegkundigen kan deze bijkomende avondpremie op haar buik schrijven. In 2011 wordt deze discriminatie op vraag van de vakbonden ongedaan gemaakt (zie verder).
Zowel vakbonden als de minister benadrukken dat het sociaal akkoord voor de non-profitsector voor 2011 slechts een eerste stap is van een onderhandeling die moet leiden tot een meerjarenakkoord. In een notendop behelst het sociaal akkoord voor 2011 volgende maatregelen:
- Extra jobcreatie van ongeveer 550 voltijdse equivalenten (30 miljoen euro). Daarnaast komen er nog 200 nieuwe voltijdse equivalenten (10 miljoen euro buiten budget sociaal akkoord) voor de betere begeleiding van demente patiënten en nog eens ongeveer 163 voltijdse diëtisten in het kader van het kankerplan (7,5 miljoen euro buiten budget sociaal akkoord). In totaal worden er in 2011 een kleine 1.000 extra voltijdse arbeidsplaatsen gecreëerd.
- Extra geld voor de tweede pensioenpijler voor ongeveer 200.000 werknemers in de sector (8 miljoen euro). Met het bedrag dat nu in dit pensioenfonds zit, kan elke werknemer zich net een paar schoenen kopen.
- Een uitbreiding van de extra-prestatie van 20% tussen 19 en 20 uur tot het volledige personeel van de privésector (4,2 miljoen euro).
- Een ondersteuning voor de publieke ziekenhuizen voor de pensioenbijdragen RSZ PPO, als incentive voor statutarisering (7, 5 miljoen euro).
Uiteraard blijven de vakbonden niet bij de pakken zitten tot er uiteindelijk een regering is: de volgende maanden zal de witte woede terug de straat optrekken.
Spijtig genoeg moeten we vaststellen dat de communautaire verdeelde slagorde ook ingang vindt in de syndicale acties. Zo zullen bijvoorbeeld SETCa (Franstalige BBTK) en CNE (Franstalige tegenhanger van LBC) op 28 oktober actie voeren aan de secretariaten van de Franstalige werkgeverskoepels in Brussel en Namen, maar wel rond een federaal probleem (de weigering van de patroons in het paritair comité 330 om de CAO’s voor brugpensioen te verlengen). LBC zal provinciale acties voeren voor zowel de Vlaamse als de federale sectoren. Het "in verdeelde slagorde" opstappen van de vakbonden wordt door de top verklaard door het feit dat het Vlaams en federaal akkoord toevallig tegelijkertijd aflopen, in tegenstelling tot de Brusselse en de Waalse akkoorden. Dat is een spijtige ontwikkeling, op de betoging van 8 juni zagen we dat een eengemaakte mobilisatie over alle sectoren van de non-profit bijzonder krachtig is. Er waren toen maar liefst 15.000 betogers, een derde meer dan vooraf verwacht.
Hoe langer het duurt vooraleer er een nieuwe federale regering komt, hoe langer de witte woede op straat zal moeten komen. En indien er een nieuwe regering komt die de verrottingsstrategie van de N-VA volgt, zal het ook dan nodig zijn om het verzet verder te zetten.