Europa in crisis – binnenkort bij ons?

De euforie van de Europese eenmaking die tien jaar geleden overheerste, heeft vandaag plaats geruimd voor crisis, spanningen en angst. De zakenkranten zijn daar het eerlijkste over. De Financial Times meldde: “Er waart een spook door Europa, het spook van Griekenland” en The Economist bracht op haar voorpagina een foto van Grieks protest met de kop “Coming to a city near you.”

Artikel op basis van de discussie op het Nationaal Comité van LSP

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

Next stop: Portugal en Spanje

In Portugal en Spanje zijn de regeringen reeds bezig met besparingsmaatregelen op te leggen. Beide landen worden hard getroffen door de crisis. De Spaanse werkloosheid is opgelopen tot meer dan 20%: 4,6 miljoen Spanjaarden zitten zonder werk.

De Spaanse regering van de sociaal-democraat Zapatero kondigde aan om de lonen in de openbare sector met 5% te verminderen, de pensioenen te bevriezen en onder meer een premie voor kinderen af te schaffen. Op 2 juni was er een staking in de openbare sector gepland door de twee belangrijkste vakbondsfederaties (UGT en CC.OO). Jammer genoeg werd geen oproep tot een algemene staking gedaan.

De Portugese sociaal-democratische regering werkt met “plannen voor groei en stabiliteit” waardoor de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking onstabiel wordt en een wel bijzonder negatieve groei kent. In de eerste besparingsronde wel een loonsstop in de openbare sector voorgesteld, naast de privatisering van de nog overblijvende overheidsbedrijven, het verhogen van de BTW, het invoeren van tol op de snelwegen,…

In een tweede besparingsronde werden plannen gesmeed om de uitkeringen met maar liefst 25% te verminderen. Tenslotte werd voorgesteld om net als in Spanje de lonen in de openbare sector met 5% te verminderen.

De herdenking van de Anjerrevolutie in Portugal op 25 april werd een massaal protest tegen de huidige besparingsplannen. Er waren tal van lokale en nationale stakingsacties en betogingen. Het ontbreekt evenwel nog aan een oproep tot algemene staking gekoppeld aan een socialistisch programma.
[/box]

Griekse tragedie

Diegenen die beweren dat de Griekse crisis het resultaat is van de “luie Grieken” liegen om de eigen verantwoordelijkheid in deze crisis te verdoezelen. Er is na de transfer van private schulden van de banken naar de overheid momenteel een poging om de schulden van de overheid op de bevolking af te wentelen.

Griekenland is een zwakke schakel in de EU. Dat komt niet door de Griekse arbeiders, maar door het neoliberale beleid van de afgelopen jaren. De overheidsschuld liep op tot meer dan 300 miljard euro of 112% van het bbp, tegen 2013 kan dat oplopen tot 130%. De schulden liggen wellicht nog hoger dan werd aangenomen door het gebruik van complexe financiële instrumenten waarmee de reële schulden werden verdoezeld. De schuldenberg wordt versterkt door de financiële speculatie en de belastingsontduiking door de grote bedrijven. De scherpschutters van de neoliberale dictatuur – de hedgefunds, investeringsbanken en grote aandelenhouders, bijgestaan door hun vrienden van de ratingkantoren – hebben de Griekse economie belegerd.

En nu eisen de internationale instellingen dat niet de speculanten of de kapitalisten, maar de Griekse arbeiders en hun gezinnen betalen voor de crisis. Griekenland is een testcase voor de burgerij. Het bijzonder zware besparingsplan dat daar wordt voorgelegd, zal navolging krijgen indien het er door komt. Dit plan betekent een sociale kaalslag, een regelrechte aanval op de levensstandaard van de werkenden, gepensioneerden,…

750 miljard euro volstaat niet om besmetting tegen te gaan

Griekenland is virtueel failliet. De kredietwaardigheid van het land wordt lager ingeschat dan dat van IJsland. De problemen in Europa zijn niet beperkt tot Griekenland. De vraag die de regeringen en economen bezig houdt, is wie het volgende crisisslachtoffer wordt van de financiële aasgieren.

Alle Europese landen dreigen meegesleept te worden in de crisis. Ook de Duitse banken en bedrijven hebben voor 390 miljard euro uitstaan in Griekenland, Portugal, Spanje en Ierland. Dat verklaart waarom de Duitse regering uiteindelijk toch instemde met een reddingsplan.

Het reddingsplan ter waarde van 750 miljard euro zorgde voor euforie op de beurs, maar dit bleef beperkt tot één dag. De dag nadien sloeg de twijfel al terug toe en gleed de euro verder weg. Een aantal economen en politici stelden dat de 750 miljard onvoldoende was om het eurogebied structureel te redden. De speculatiehonger van de financiële aasgieren werd nog aangewakkerd door deze nieuwe toegevingen.

Het pakket van 750 miljard houdt risico’s in. Een groot deel van het budget bestaat uit geld dat andere lidstaten leenden op de kapitaalmarkten. De schuld verdwijnt niet, er is enkel een herverpakking van schulden met een collateralisering van de risico’s. De recepten van de banken worden nu dus ook op staten toegepast. De geschiedenis heeft ons geleerd dat het verspreiden van het risico op een bankroet dat risico niet doet verdwijnen, maar eerder doet overslaan op de volledige sector. Er wordt gesproken over “besmetting” in Portugal, Ierland, Italië en Spanje. Sommigen wijzen ook op problemen in België, de Britse econoom David Roche omschreef ons land als “een puinhoop”.

De korte euforie over de “vierde grootste stijging van de Bel 20” na de aankondiging van het reddingsplan werd een dag nadien reeds gevolgd door de “kater” (aldus de opeenvolgende voorpagina’s van De Tijd). Het kapitalisme vertoont steeds meer gelijkenissen met een heroïneverslaafde: een nieuw shot leidt tot een korte euforie. Naarmate het einde nadert, hebben de shots steeds minder effect.

Geen alternatief?

De Europese leiders gaan ervan uit dat er geen alternatief is op de harde besparingen. Alle traditionele partijen stappen mee in deze logica. In Griekenland wordt het besparingsplan opgelegd door een sociaal-democratische regering. De Groenen hadden in het Europese Parlement opmerkingen over het Griekse besparingsplan, niet over de inhoud maar enkel over de snelheid waarmee het werd opgelegd vooraleer er een “grotere consensus” was bereikt. De liberale fractieleider Verhofstadt benadrukte dat er geen plan B is.

Hun enige antwoord bestaat eruit dat de arbeiders en hun gezinnen de crisis moeten betalen. De hoop dat Duitsland als motor van de Europese economie een verdere ontwikkeling van de crisis kan vermijden, is ijdel. De Duitse concurrentiepositie is gebaseerd op de lage lonen en de harde besparingen van de afgelopen jaren waardoor de interne consumptie net is afgenomen.

Griekenland uit de Eurozone zetten, vormt evenmin een oplossing. Het kan de Griekse regering toelaten om de eigen munt te devalueren, maar indien de schulden in euro moeten worden afbetaald, vormt ook dat geen oplossing. Indien een herwaardering van de schulden wordt onderhandeld, zal de crisis zich nog steeds verder verspreiden. Bovendien zou een Griekse uittreding een groot effect kunnen hebben op het verder ondermijnen van de Eurozone.

Het kapitalisme leidt een ideologische nederlaag, van euforie voor het kapitalisme en het Europese project is geen sprake meer. Indien de arbeidersbeweging geen antwoorden formuleert op de crisis, zal de burgerij de crisis uitzitten en ons deze laten uitzweten. Ofwel slagen zij er in om onze levensstandaard drastisch aan te pakken, ofwel gaan we allemaal samen in het verzet tegen dit systeem.

De Griekse protestbeweging is van groot belang en moet navolging krijgen. De oproep van linkse en socialistische Europese parlementsleden tot een gecoördineerde Europese actieweek eind juni is een goede aanzet om de internationale solidariteit centraal te stellen. Dat moet samen gaan met een socialistisch antwoord op de crisis van het kapitalisme.