Duitse verkiezingen. Nieuwe rechtse regering, succes voor Die Linke
De parlementsverkiezingen in Duitsland hebben geleid tot het einde van de “grote” coalitie van christen-democraten (CDU/CSU) en sociaal-democraten (SPD). Het ziet er naar uit dat er een nieuwe conservatief-liberale coalitie komt van CDU/CSU en FDP. Deze rechtse regering zal hard ingaan tegen de arbeiders en hun gezinnen.
Beide regeringspartijen verloren stemmen en samen met een daling van de opkomst tot 70,8% (tegenover 77,7% in 2005) betekent dit dat de nieuwe regering (evenmin als de uitgaande grote coalitie overigens) niet werd verkozen door een meerderheid van de Duitse bevolking.
Het verkiezingsresultaat is wat paradoxaal: de regering werd een nederlaag toegebracht wegens een rechts en asociaal beleid. Maar dat beleid zal gewoon intensiever worden verder gezet door de nieuwe regering.
De SPD zat ook voor deze regering al zeven jaar in de regering, maar dan in een coalitie met de Groenen. De sociaal-democraten waren de grootste verliezers. In Duitsland moet je twee stemmen uitbrengen: een eerste stem per kiesdistrict en een tweede voor een partijlijst. Bij de eerste stemmen viel de SPD van 18.129.000 stemmen terug op 12.077.000. Bij de tweede stem, die bepalend is voor de samenstelling van het parlement, verloor de partij een gelijkaardig aantal kiezers en haalde ze nog 23%. Dat is 11% minder dan vier jaar geleden en het slechtste resultaat van de SPD sinds het einde van Wereldoorlog 2. Sinds 1998 is het aantal SPD-kiezers (bij de tweede stem) gehalveerd: van 20.178.800 (40,9%) in 1998 tot 9.988.000 (23%) vandaag. Dat is een ramp voor de voormalige arbeiderspartij die de motor van neoliberale hervormingen in Duitsland was geworden.
De CDU van Angela Merkel deed het niet veel beter. De “eerste” stem voor de CDU nam af van 15.390.000 tot 13.852.700 en de tweede stem van 13.136.700 tot 11.824.800. Heel wat kiezers gaven hun tweede stem aan de liberale FDP. Ook de Beierse zusterpartij van de CDU, de CSU, kreeg klappen. De gezamenlijke eerste stem van CDU/CSU nam af van 19.280.900 tot 17.043.700, de tweede stem van 16.631.000 tot 14.655.000.
De SPD verloor meer dan CDU/CSU omdat de partij al langer in de regering zat. Beide partijen worden als verantwoordelijken voor het slechte beleid gezien. Maar omdat de SPD op papier “sociaal-democratisch” is, heeft dit in het geval van de SPD geleid tot meer uitgesproken ongenoegen en kritiek.
De belangrijkste winnaar van deze verkiezingen is de liberale FDP. Die partij maakte een sprong van 9,8% naar 14,6% en won vooral stemmen van de CDU. Zowat de helft van de “tweede” stemmen voor de FDP kwamen van kiezers die hun eerste stem aan CDU/CSU gaven. De vooruitgang van de FDP lijkt absurd, de partij staat voor een hard vrije markt beleid dat de huidige crisis nog zou verdiepen. In de verkiezingscampagne benadrukte de partij echter vooral het idee van belastingsverlagingen. Maar zelfs de Financial Times Deutschland (FTD) riep niet op om voor de FDP te stemmen omdat de partij niet genoeg opkomt voor een regulering van de financiële markten, aldus de FTD.
Een belangrijke reden voor dit verkiezingsresultaat is het akkoord tussen werkgevers en de regering om de impact van de economische crisis pas te laten voelen na de verkiezingen. In ruil voor een verlenging en uitbreiding van de mogelijkheden van arbeidscontracten van korte duur, beloofden de bazen om de golf van ontslagen uit te stellen tot na de verkiezingen. Dat heeft ertoe geleid dat de sociale gevolgen van de economische crisis wat werden afgevlakt om te vermijden dat een scherpe sociale polarisering en klassenstrijd een effect zou hebben op de politieke arena.
Vooruitgang voor Die Linke
De tweede grote winnaar was Die Linke, nu de vierde grootste partij in het parlement. In vergelijking met 2005 toen deze formatie nog een alliantie was van de PDS (de vroegere heersende partij in het stalinistische Oost-Duitsland) en de WASG (Alliantie voor werk en sociale rechtvaardigheid), nam het aantal lijststemmen toe van 4.118.200 tot 5.153.900. Met 11,9% scoort Die Linke 3,2% hoger dan in 2005. Dat is een belangrijk succes, maar het benut niet het volledige potentieel voor de partij. In een aantal peilingen voor de verkiezingen stond Die Linke op 14%. Bij simultane verkiezingen voor het federale deelstaatparlement in het Oost-Duitse Brandenburg ging Die Linke niet eens vooruit. Bij de algemene verkiezingen won de partij zowat 780.000 kiezers over van de SPD, maar er waren miljoenen voormalige SPD-kiezers die ervoor kozen om niet langer te gaan stemmen. In vergelijking met 2005 waren er 1.640.000 SPD-kiezers die nu niet gingen stemmen.
Dat kan deels verklaard worden door het feit dat de geloofwaardigheid van Die Linke nog steeds relatief beperkt is. Bij een peiling naar de geloofwaardigheid kwam Die Linke pas derde na de liberalen en de groenen. Dat is mee een resultaat van het beleid van de regeringen waar de partij in zit in het oosten van Duitsland. In Berlijn en Mecklenburg heeft Die Linke mee besparingen doorgevoerd op de sociale diensten en mee geprivatiseerd. En ondanks het feit dat de verkiezingscampagne nu beter was als voordien met een grote aandacht voor economische thema’s en de sociale zekerheid, heeft Die Linke nog steeds geen duidelijk profiel naar aanleiding van de wereldwijde economische crisis.
Met de sociaal-democraten, groenen en Die Linke in de oppositie, is er het gevaar dat de leiding van Die Linke dichter zal proberen aan te schuiven bij de “oppositie” van de SPD met het oog op een toekomstige regeringscoalitie. In de plaats daarvan is er nood aan een strijdbare massale arbeiderspartij die zich concentreert op strijdbewegingen die plaatsvinden en die het idee van een socialistische samenleving populariseert. Als Die Linke in meer regionale regeringen zal zetelen, is het mogelijk dat de leiding een aantal essentiële onderdelen van het programma overboord zal gooien. De afgelopen weken was er al een scherpe matiging van de toon van een aantal partijleiders rond eisen als de onmiddellijke terugtrekking van de Duitse troepen uit Afghanistan. Er werd gesteld dat dit niet letterlijk moet worden opgevat en dat een terugtrekking moet besproken worden met de Duitse “partners” in Afghanistan. Die partners zijn andere imperialistische legers en het corrupte regime van Karzai. Deze positie van leiders van Die Linke is een “exit strategie” waarmee ook de SPD akkoord kan gaan.
De nieuwe regering zal vroeg of laat een aanval moeten inzetten op de arbeiders, werklozen, gepensioneerden en jongeren. Het zal er voor de vakbonden, Die Linke en sociale bewegingen op aankomen om voorbereid te zijn op een massaal verzet tegen die aanvallen. In die zin is het schandalig dat de voorzitter van de federatie van vakbonden (DGB), Michael Sommer, verklaarde dat de vakbonden bereid zijn om met de nieuwe regering samen te werken in de plaats van zijn leden op te roepen om zich voor te bereiden op strijd. Er zal strijd ontstaan en dat zowel op syndicaal vlak (tegen afdankingen en sluitingen) als op politiek vlak tegen de besparingen, een mogelijke verhoging van de BTW en andere maatregelen.
Deze verkiezingen vormden het begin van een meer onstabiele periode in de Duitse samenleving. De nieuwe rechtse regering is geen uitdrukking van een draai naar rechts in de samenleving. Het verkiezingsresultaat toont een groeiend ongenoegen, volatiliteit en tot op zekere hoogte een politieke polarisering. De gevolgen hiervan en de nieuwe kansen voor socialistische opvattingen, zullen duidelijk naar voor komen als de regering zal proberen om de arbeidersklasse, en delen van de middenklasse, te laten betalen voor de crisis.