Solidariteitsmars voor Bekaert-Hemiksem. Goede opkomst, maar hoe verder?
De solidariteitsmars naar aanleiding van de aangekondigde sluiting van Bekaert-Hemiksem trok heel wat aanwezigen: ruim 2.000. Het was duidelijk dat er een sterke lokale steun was en dat er ook heel wat delegaties van andere bedrijven naar Hemiksem waren gekomen. Toch werd de betoging teveel een begrafenisstoet. Na het snel afwerken van de informatie- en consultatieronde wordt in Hemiksem nu even snel de definitieve sluiting georganiseerd.
De aangekondigde sluiting van Bekaert-Hemiksem blijft moeilijk verteerbaar. In de zomer werden nog overuren geklopt en de fabriek had er opnieuw een goed jaar op zitten. In 2007 werd 10 miljoen euro winst geboekt, in 2008 zal het een gelijkaardig bedrag geweest zijn. In de “vette jaren” van winst, werd deze volledig gebruikt ten dienste van de aandeelhouders en het patronaat. Tegelijk waren het de arbeiders die de broekriem moesten aansnoeren en hun aantal collega’s sterk zagen verminderen. De tijd dat er nog 1300 man werkte in Hemiksem, ligt al ver achter ons. Bij de sluiting vandaag gaat het nog om 264 jobs.
De afgelopen dagen werd campagne gevoerd voor deze mars voor werk. Arbeiders van Bekaert-Hemiksem trokken naar verschillende bedrijven in de regio en er waren heel wat solidariteitsdelegaties aanwezig. Het probleem van afdankingen en sluitingen treft immers steeds meer arbeiders. De economische crisis wordt daarbij vaak als excuus gebruikt om reeds langer geplande besparingen en herstructureringen door te voeren.
Op de betoging was er geen vertrouwen in een goede afloop voor Bekaert-Hemiksem. Het open houden van de fabriek werd niet meer gezien als een mogelijkheid. Het feit dat de informatie- en consultatieronde reeds werd afgerond, bevestigt dit enkel. Het gebrek aan een strategie om de winstgevende fabriek open te houden, zorgde voor enige frustratie bij een aantal arbeiders. Maar dat werd zoveel mogelijk naar de achtergrond verdreven door de vakbondsleiding.
De betoging deed soms wat denken aan een gelijkaardige optocht in Genk in 2003 toen Ford daar aankondigde dat honderden jobs zouden verdwijnen. Het protest tegen die afdankingen nam de vorm aan van een soort begrafenisstoet met achteraf optredens. Dat karakter zorgde er zelfs voor dat er tal van traditionele politici op de actie afkwamen. Ook in Hemiksem was dit het geval. Caroline Gennez liep samen met de voorzitter van de Vlaamse metaalcentrale, Herwig Jorissen (misschien kan Jorissen na het verdwijnen van De Vits uit het Europees parlement een nieuw “wit konijn” worden voor de SP.a?). Maar helemaal in de staart van de betoging liep zelfs een anti-syndicale “gele” delegatie van een tiental duidelijk onwennige N-VA’ers waaronder voorzitter De Wever (achter de brede schouders van de N-VA’ers hielden zich ook enkele VB’ers schuil – waarmee ze de rol van N-VA meteen mooi illustreerden). Voor de arbeiders van Bekaert-Hemiksem was het de eerste keer dat ze deze figuren zagen opduiken aan hun fabriek, aan het piket was er de afgelopen weken geen spoor van hen te bekennen.
Ondanks de beperkingen van de optocht, valt het wel op dat er een goede aanwezigheid was. Voor een betoging op zaterdagochtend om 9u30 in Hemiksem is het niet evident om nationaal te mobiliseren. Toch waren er solidariteitsdelegaties uit zowat heel het land, er waren zelfs een aantal Franstalige syndicale militanten aanwezig. Met de goede opkomst werd weinig gedaan. Het had nochtans een goede gelegenheid kunnen vormen om een nationale strategie naar voor te brengen in de strijd voor jobs.
LSP was aanwezig met een 40-tal militanten. Verder waren er ook delegaties van PVDA en SP.a-Rood aanwezig. Wij haalden handtekeningen op om te kunnen deelnemen aan de verkiezingen. Daarnaast verdeelden we ons pamflet en verkochten we ook ons maandblad met een speciale bijlage rond Bekaert-Hemiksem (met een aantal artikels die we eerder op deze site publiceerden). We riepen op tot een nationaal offensief voor werk en verdedigden het idee van een mars voor werk op Brussel. Een dergelijke offensieve houding had volgens ons aan de betoging een strijdbaar karakter kunnen geven. Wie strijdt, kan verliezen. Maar wie de strijd niet aangaat, is reeds op voorhand verloren. We mogen ons niet terugplooien op een vorm van begrafenissyndicalisme.