Koerdistan: geen vertrouwen in imperalistische mogendheden!

Sinds het begin van de oorlog in Irak is er een duidelijk verschil merkbaar tussen de Koerden en de rest van de bevolking in het Midden-Oosten. Veel Koerden steunden de oorlog, vochten mee met de VS en vierden de bezetting als een overwinning. Hun leiders boden zelfs Koerdische troepen aan om opstanden in andere delen van Irak neer te slaan.

Paula Mitchell

De schijnbaar erg sterke band tussen de VS en de Irakese Koerdische leiders heeft de VS totnutoe al veel opgebracht, zowel op vlak van troepen als voor propaganda-doeleinden. Maar wij hebben altijd gesteld dat dit geen stabiele band zou zijn eens het duidelijker wordt dat de Koerdische vraag naar meer autonomie niet gerealiseerd zal worden.

Sinds 1991 was er een vorm van autonomie voor de Koerden in het ‘veilige deel’ van het Noorden van Irak waarbij de controle van Saddam Hoessein kon omzeild worden met het vliegverbod in dit gebied. De VS stimuleerde doelbewust illusies in het feit dat zij een antwoord zou bieden voor de Koerden. De levensstandaard steeg, de voorlopige autoriteit investeert in de Koerdische regio door het bouwen van wegen, scholen en waterfaciliteiten. Maar er kan niet op de VS gerekend worden om de Koerden echt te helpen. De VS heeft de Koerden enkel gebruikt als stoottroepen tegen Saddam en ‘steunt’ enkel onderdrukte volkeren voor zover het in de imperialistische belangen past.

Het Westen is bang van een verdere opdeling van de regio als de Koerden onafhankelijk worden of zelfs een sterke vorm van autonomie kennen. De Koerden in Turkije, Syrië en Iran zouden dan immers hetzelfde kunnen eisen. Er zijn nu al rellen geweest in Syrië. Kongra-Gel, de nieuwe naam voor de PKK (Koerdische afscheidingsbeweging) in Turkije dreigt met het herstarten van de gewapende strijd. Bovendien is er de mogelijkheid dat een aantal Koerdische leden van de regering van Irak ontslag nemen nadat een nieuwe VN-resolutie geweigerd heeft om Koerdische autonomie toe te kennen. De resolutie stelt dat het bewind in Irak tegen het einde van juni moet worden overgedragen, maar bevestigt niet de voorlopige grondwet van Irak waarin de Koerdische autonomie staat ingeschreven.

De VN vreest dat de gematigde Sjietische leider al-Sistani zwaar zou protesteren tegen toegevingen aan de Koerden. De Koerdische leiders daarentegen zijn woedend omwille van de beperkte VN-resolutie. "Dit is niet waar we voor gevochten hebben, waar we ons voor ingezet hebben en opofferingen voor geleden hebben – we zijn erg ontgoocheld in de VS", zei minister Nasreen Berwari. Toen de voorlopige grondwet aangenomen werd in maart 2004, leidde dit tot enorme vreugde in de Koerdische gebieden. Een Koerd zei toen: "Ik ben enorm tevreden. Kirkoek is Koerdisch en de Koerden willen Kirkoek. We willen de olie en het tekenen van dit document betekent dat Kirkoek nu deel uitmaakt van Koerdistan". Een andere Koerd verklaarde: "Dit is wat we altijd wilden. Dit is een eerste stap naar onafhankelijkheid."

De realiteit is anders. Zelfs indien de VN het akkoord van maart had gerespecteerd, zou het nog steeds niet gezorgd hebben voor de grote stap voorwaarts zoals veel Koerden dachten. De belangrijkste knelpunten zijn de peshmerga (de strijders) die nog steeds niet ontbonden zijn, het grondgebied en de olie. De Koerdische leiders willen hun grenzen uitbreiden met een aantal steden waar er Koerdische meerderheden zijn. Daarbij willen ze de jaren van ‘Arabisering’ van Koerdische gebieden omkeren. Een bijzonder knelpunt is de stad Kirkoek dat een etnische mengeling is en het centrum van de olieproductie. Het aandeel van de olie-inkomsten dat naar de Koerdische regio moet terugvloeien is eveneens betwist.

De Koerden willen een aandeel in de olie-inkomsten naargelang de omvang van de bevolking, iets wat onaanvaardbaar is voor de VS die de winsten willen laten doorvloeien naar hun oliebedrijven. De Irakese Koerden zijn echter vastberaden, ze zullen niet zomaar hun wil tot autonomie opgeven en ze willen veel meer dan dat. In maart werd een petitie voor een referendum over onafhankelijkheid ondertekend door 1,7 miljoen mensen. Jammer genoeg bieden noch Barzani noch Talabani (de leiders van de belangrijkste Koerdische partijen) een programma aan dat een weg vooruit biedt voor de Koerdische massa’s en dat ook aansluiting kan vinden bij de Arabieren, Turken,… in de regio om zo een echte bevrijding te bekomen. Ondanks hun protestuitingen, stuurden ze op 1 juni nog een brief naar Bush waarin ze stelden: "We zullen altijd loyale vrienden van Amerika zijn, zelfs als die steun niet altijd wederzijds is."

In mei werd in Londen een conferentie gehouden om de mogelijkheden in het Irakese Koerdistan te benadrukken voor investeerders in olie, gas, communicatie, onderwijs en gezondheidszorg. Het is duidelijk dat deze buitenlandse investeringen zullen gepaard gaan met lage lonen en privatiseringen. De Koerdische leiders moeten hun steun en vertrouwen in de verschilende imperialistische mogendheden opzeggen als ze een oplossing willen vinden voor de problemen. De gewone Koerden, en de arbeiders en armen in de rest van Irak, hebben hun eigen organisaties nodig. Organisaties die opkomen tegen privatiseringen en lage lonen en die een socialistisch programma ontwikkelen die begrepen wordt door brede lagen. Dat is de enige manier om in te gaan tegen het imperialisme en om de eis van onafhankelijkheid te kunnen afdwingen.