Welke toekomst voor de Amerikaanse automobielsector?
In de VS werd een reddingsplan van 15 miljard dollar goedgekeurd voor de automobielsector. Bedrijven als General Motors, Chrysler en Ford dreigen er failliet te gaan. De verkoop van auto’s is massaal stil gevallen in de VS, bedrijven als GM verkopen tot de helft minder dan een jaar geleden. Bovendien komen de gevolgen van de kredietcrisis eveneens hard aan. De Democraten denken eraan om een harde neoliberaal tot autotsaar te kronen.
Neoliberaal toezicht?
Nancy Pelosi (voorzitter van de Democratische fractie in het Amerikaanse parlement) stelde dat de 81-jarige bankier Paul Volcker een geschikte kandidaat zou zijn om verantwoordelijk te worden voor het reddingsplan voor de automobielsector. Momenteel is Volcker economisch adviseur van de nieuw verkozen president Obama. Tussen 1979 en 1987 was Volcker voorzitter van de Federal Reserve, de Amerikaanse Centrale Bank.
Als Fed-voorzitter stond Volcker voor de harde neoliberale lijn. Hij verklaarde achteraf dat de nederlaag van de staking van de luchtverkeersleiders in 1981 “de belangrijkste individuele daad van de regering in de strijd tegen de inflatie” was. In 1981 was er een staking van de luchtverkeersleiders in de VS om op te komen voor betere arbeidscondities en een 32 uren werkweek. Daarmee werd het verbod op stakingen in de overheidssector overtreden. President Reagan wist dat er in het geheim vervangers waren opgeleid en gaf bevel aan de stakers om het werk te hervatten. 11.345 stakende luchtverkeersleiders (van de 15.000) werden op 5 augustus 1981 op staande voet ontslagen. De vakbond verloor haar erkenning. Deze symbolische staking werd aangegrepen om een harder neoliberaal beleid te voeren.
Nu zou Volcker dus de automobielsector eens moeten aanpakken. Hij zou toezicht moeten houden op alle belangrijke transacties en hij kan de geldkraan dichtdraaien indien er niet voldoende wordt geherstructureerd. Met andere woorden: als er niet genoeg arbeiders aan de deur worden gezet, dan worden de cadeaus van de gemeenschap aan de bedrijven stop gezet.
Nationalisatie…
Een andere piste in de discussie over de toekomst van de automobielsector kwam van de filmmaker Michael Moore (zie dit artikel op zijn website). Moore is afkomstig uit Flint en zag de afgelopen jaren de automobielsector in die stad verdwijnen. Hij publiceerde enkele scherpe kritieken op het reddingsplan en formuleerde ook enkele alternatieven.
De automobielsector vraagt miljarden dollars van de overheid om de productie te “saneren”. Moore stelt terecht dat er geen gemeenschapsmiddelen moeten worden aangewend om duizenden Amerikanen op straat te zetten. Moore: “Als ze de miljarden krijgen, beloven ze om 20.000 jobs te saneren. U leest het goed: we geven hen miljarden om duizenden Amerikanen op straat te gooien. Deze idioten verdienen geen cent. Ontsla ze en neem deze industrie over voor het goed van de arbeiders, het land en de planeet.”
We zijn het daar volledig mee eens en denken net als Moore dat er bovendien veel meer moet worden geïnvesteerd in onderzoek naar alternatieve energiebronnen en wagens die minder energie verbruiken. Een publiek plan van infrastructuurwerken en de uitbouw van openbaar vervoer dat toegankelijk is voor iedereen, lijkt ons inderdaad een nuttiger besteding van de miljarden die nu zouden worden gebruikt om arbeiders af te danken.
… onder arbeiderscontrole
Alleen blijft Moore nogal op de vlakte als het gaat om het overnemen van de automobielbedrijven door de gemeenschap. Hij suggereert dat het volstaat dat de overheid aandelen van de bedrijven opkoopt. Daarna wil hij een aantal transportexperts laten inhuren om de bedrijven te leiden. Daar zijn wij het niet mee eens, wij denken dat er een nationalisatie nodig is onder arbeiderscontrole. Waarom externe experts zoeken terwijl de arbeiders die er dagelijks werken toch heel wat expertise hebben?
De gemeenschap moet de controle krijgen over de sleutelsectoren van de economie. Dat is effectief een betere optie dan het laten plunderen van de gemeenschapsmiddelen om de winsten van een kleine groep superrijken veilig te stellen.