Notionele intrestaftrek: grote bedrijven profiteren
De fiscus deed een gedetailleerde studie naar de impact van de notionele intrestaftrek. Daarbij werden de aangiften van 90% van de bedrijven onderzocht. De maatregel werd aangekondigd als gericht op coördinatiecentra in ons land, maar slechts 40 van de 143 coördinatiecentra maakten er ook effectief gebruik van. De maatregel werd wel gebruikt door de grote bedrijven en de banken.
De banksector was goed voor een aftrek van ruim 1,2 miljard euro. Daarmee vormen ze de grootste slokop. In het algemeen komt de intrestaftrek vooral ten goede aan een klein aantal grote bedrijven en banken. 25 bedrijven zijn goed voor 37% van de intrestaftrek. Bij kleinere bedrijven of KMO’s wordt de maatregel amper toegepast. Minder dan de helft van de bedrijven maakten in 2006 gebruik van de notionele intrestaftrek: 157.605 van de 381.288 bedrijven om exact te zijn.
Er werd in totaal ruim 6 miljard euro aan intrestaftrek toegekend. Daarvan ging 37% naar 25 grote bedrijven. De fiscale administratie waarschuwt overigens voor de gevolgen van deze maatregel in een periode van economische crisis: “De economische groei kan duidelijk afwijken van jaar tot jaar, terwijl de notionele intrestaftrek een vast gegeven blijft”.
Met 6 miljard euro dat cadeau wordt gedaan, zijn er amper nieuwe jobs bijgekomen. Dat was nochtans het argument van Reynders bij de invoering van de maatregel. Nu moeten we al tevreden zijn dat er geen jobs verdwenen zijn dankzij de uitzonderlijke cadeaus aan het patronaat. Maar hoeveel jobs zouden kunnen gecreëerd worden met 6 miljard euro per jaar? (en dan bedoelen we normaal betaalde jobs – niet de lonen van topmanagers).
De administratie vergeleek de belastingen die door de bedrijven werden betaald. Deze stegen met 5% in 2006, terwijl het fiscale resultaat met 20% steeg. Met andere woorden: de winsten namen toe, maar de belastingen volgden niet. Netto kostte deze maatregel in het aanslagjaar 712 miljoen euro. Samen met de compenserende maatregelen komt de kostprijs uit op 1,2 miljard euro.
Dat is meer dan de nettokostprijs die door de Nationale Bank naar voor werd geschoven (140 tot 430 miljoen euro) en die uiteraard enthousiast werd gebruikt door Reynders. De minister van financiën maakte eerder al enkele “rekenfoutjes” bij het lanceren van deze maatregel. Sindsdien blijven we pogingen zien om de omvang van deze maatregel in het obscure te houden. De cadeaus aan het patronaat mogen blijkbaar niet algemeen gekend zijn.