Reynders minder comfortabel dan Leterme

Er zijn natuurlijk enorme verschillen tussen de politieke situatie in Wallonië en Brussel en die in Vlaanderen. De PS betaalt met een verlies van 7% voor de eindeloze reeks schandalen waarin de partij betrokken is. In de provincie Henegouwen loopt het verlies op tot 10% met een uitschieter van –15% in Charleroi.

In Brussel-Halle-Vilvoorde houdt de PS beter stand (-1,6%), weliswaar met een uitschieter in de gemeente van minister-president Picqué die in St. Gillis 6,5% inlevert. Toch blijft de PS met 26,8% een te duchten zwaargewicht, deels omdat de PS er in tegenstelling tot de SP.a wel nog in slaagt zich voor te doen als diegene die het sociaal weefsel verdedigt tegen de aanvallen van de ultra-liberaal Reynders.

MR wordt weliswaar voor het eerst sinds 1946 de grootste, maar dat is eerder te wijten aan de achterruitgang van de PS, dan aan de eigen prestaties. De Christendemocraten van Milquet gaan licht vooruit, maar vooral Ecolo profiteert van het verlies van de PS en komt als grote winnaar uit de stembusslag. Reynders noemt die uitslag al een staatshervorming op zich. Hij geeft daarmee impliciet toe wat ook de Tijd stelde over een staatshervorming nl. dat de belangrijkste doelstelling ervan de afbraak van het sociale weefsel is.

Daar waar Leterme over een comfortabele meerderheid beschikt om een aanslag te plegen op de sociale verworvenheden, zit Reynders heel wat minder gemakkelijk. Hij moet rekening houden met de winst van Ecolo dat zich weliswaar bereid verklaart in een regering te stappen, maar niet tot elke prijs. Bovendien schreeuwt Milquet dat ze niet bereid is een staatshervorming in overweging te nemen. Tenslotte zal Reynders, meer nog dan Leterme, ook rekening moeten houden met de straat. Vande Lanotte heeft al laten verstaan dat de SP.a aan een oppositiekuur toe is, dat de partij desnoods bereid is een staatshervorming vanuit de oppositie te steunen en dus de nodige meerderheid te verlenen. Als de SP.a in de oppositie belandt, verwachten we eerder een zachte, zelf noemen ze dat “constructieve”, oppositie, naar het model van de Amerikaanse Democraten.

De ABVV-top mag dan al wat verdwaasd zijn, het ligt niet echt in haar natuur om op eigen initiatief het verzet te organiseren. Bovendien zal ook het ACV met de CD&V in de regering de troepen niet gauw uitlaten. In Wallonië ligt dat anders. Tot nog toe slaagde de PS erin het afbraakbeleid te verkopen door druk uit te oefenen op de vrienden aan de top van het FGTB en trouwens ook het CSC. Als de PS in de oppositie terecht komt, zal ze voor Reynders de kastanjes niet uit het vuur willen halen, integendeel. Eventuele oppositie door de PS zal niet zacht of “constructief” zijn, maar hard tegen hard. Dat is uiteraard als de socialisten in de oppositie belanden.

Binnen de vakbonden zal deze verkiezingsuitslag heel wat discussie losweken. Aan de top zal men spreken van “verrechtsing” en nog meer willen evolueren in de richting van “dienstenvakbonden”. Aan de basis en mogelijk in het middenkader zal men echter de balans willen maken van de manier waarop de bonden het beleid van paars hebben geslikt. De open oproep van het ABVV in De Nieuwe Werker om op enkele vakbondsafgevaardigden op de SP.a-lijst te stemmen zal bij velen in het verkeerde keelgat zijn geschoten. De slechte uitslag van SP.a-Spirit en het matige resultaat van de 4 zal door velen worden beschouwd als een afstraffing.