VS. Massaal verzet tegen de oorlog
Vier jaar na de inval in Irak en het begin van de bezetting, blijft ook in de VS zelf heel wat verzet bestaan tegen de oorlogspolitiek van Bush. Er waren grote betogingen bij de herdenking van de vierde verjaardag en ook bij de campagnes voor de presidentsverkiezingen is de oorlog in Irak een belangrijk item. Vorig jaar kregen de Republikeinen een electorale opdoffer te verduren bij de tussentijdse parlementsverkiezingen die voor het eerst gedomineerd werden door een internationaal thema.
De Amerikaanse president Bush beseft blijkbaar zelf dat het er niet goed uit ziet voor zijn “oorlog tegen het terrorisme”. Op zijn jaarlijkse dinner voor de pers maakt de president traditiegetrouw wat grapjes over zichzelf. Of worden grapjes over hem gemaakt, zoals toen zijn vrouw kloeg over het feit dat ze een “wanhopige huisvrouw” was met een man die ’s avonds vroeg al in slaap valt. Nu was het de beurt aan Bush zelf. Hij vertelde: “Een jaar geleden keurde slechts 30 procent van de Amerikanen mijn beleid goed, had mijn genomineerde voor het Hooggerechtshof zich net teruggetrokken en had mijn vicepresident iemand neergeschoten. Ah, dat waren de goeie oude tijden”.
Het zit er bijna op voor Bush en hij weet dat hij niet bepaald de geschiedenis zal ingaan als een populaire president. Integendeel, het verzet tegen zijn oorlogspolitiek is springlevend. Rond de herdenking van de vierde verjaardag van het begin van de oorlog waren er tal van grote manifestaties in het land.
Terwijl miljarden dollar worden besteed aan de oorlog, nemen de sociale problemen in de VS toe. Er is een toename van de werkloosheid en van sociale miserie. De bevolking beseft dat het zelf de prijs voor de oorlog moet betalen, ook al wilden ze deze oorlog niet. Op die manier worden de arbeiders en hun gezinnen twee keer bedrogen door Bush en zijn kompanen. De Democraten proberen daarop in te spelen, maar veel van hen stonden bij het begin van de oorlog pal achter Bush. De enige reden waarom er nu een grotere afkeer van de oorlog is onder de Democraten, is omwille van electorale redenen.
In Boston was er op 18 maart een anti-oorlogsactie met enkele duizenden aanwezigen. Onze kameraden van Socialist Alternative hadden gepleit voor een lokale betoging naast de nationale betogingen, aangezien het in een groot land zoals de VS niet evident is om nationaal te betogen. Op de betoging spraken onder meer Cindy Sheehan, een prominente anti-oorlogsactiviste die hard uithaalde naar de leiding van de Democratische Partij, en Howard Zinn, een 80-jarige maar nog steeds strijdbare linkse historicus. Zinn kreeg een staande ovatie. Er werd ook gesproken door Eljeer Hawkins van Socialist Alternative die de noodzaak naar voor bracht van arbeiderseenheid en van een breuk met de Democraten. Hawkins herinnerde aan de uitspraak van Martin Luther King op het einde van diens leven: “Amerika moet naar een democratisch socialisme gaan”.
Hieronder vind je enkele foto’s vanop de betoging in Boston. Dit soort acties is belangrijk om aan te geven dat het anti-oorlogsprotest een internationaal gegeven is. Ook in de VS zelf is er een grote bereidheid om zich te verzetten tegen een oorlog die enkel de belangen van de elite dient: olie, prestige en regionale macht.