1 mei in Venezuela. Honderdduizenden betogers in Caracas

Op 1 mei waren er in de Venezolaanse hoofdstad Caracas honderdduizenden arbeiders die betoogden. De internationale dag van de arbeid werd enthousiast gevierd. De straten vormden een zee van rode T-shirts. Deze betoging gaf aan dat het regime van Hugo Chavez nog steeds op een enorme mobilisatiekracht kan rekenen.

Celso Calfullan, Venezuela

De sfeer was enorm goed. Het was een inspirerende betoging waarbij de aanwezigen door de stad trokken op het ritme van de salsabands. De belangrijkste slogans op de betoging waren gericht tegen het imperialisme, tegen Bush en zijn marionetten in Latijns-Amerika. De betogers kwamen op voor de eenheid van de onderdrukte massa’s op het continent. De CWI-leden in Venezuela trokken mee op in een gezamenlijke delegatie met arbeiders uit de gezondheidssector en onze kameraden van de vakbond Sirtrasalud in het Simon Bolivar ziekenhuis van Caracas.

De zon scheen fel op de betogers, maar niets kon de aandacht afleiden van de wil van de arbeiders om te strijden voor een vrij en waardevol leven in dit land. De bereidheid om de controle over de samenleving over te nemen, was duidelijk aanwezig. De optocht was een positieve betoging voor de verdediging van arbeidersrechten, voor de verdediging van vrijheid, socialisme en tegen het imperialisme.

Het is nodig om de boodschap van de 1 Mei optocht te kaderen omdat de CTV, de confederatie van Venezolaanse arbeiders, ook had opgeroepen voor een betoging op 1 mei. De CTV is de oude vakbondsfederatie waarin er sterke tendensen zijn om het imperialisme en het patronaat te steunen. De patronale ‘staking’ van december 2002 en januari 2003 werd gesteund door de CTV. Op deze betoging was de centrale slogan “Voor het respecteren van het recht om te leven”. Een eervolle zaak, maar we moeten uiteraard wijzen op het feit dat het recht op waardig leven ons ontzegd wordt door de Venezolaanse patroons die een meerderheid van de bevolking in de armoede hebben gedreven. Nu proberen die patroons op een cynische wijze het thema van veiligheid en criminaliteit uit te spelen in hun pro-imperialistische oppositiecampagne.

Het volstond om naar de sociale samenstelling van de alternatieve 1 mei optocht te kijken om een beter beeld te hebben van hun klassenstandpunt. De “vakbonds”-bureaucratie van de oude CTV trok een groep studenten aan van de centrale universiteit in Caracas waar er vooral studenten van beter begoede families studeren. De betoging was een uitdrukking van een vrees van delen van de middenklasse dat ze haar privileges zou verliezen.

Dit soort verwarde situaties kan blijven ontwikkelen door tegengestelde elementen in de ontwikkeling van het revolutionair proces in Venezuela. Een deel van de leiding, en zelfs van de Venezolaanse regering, steunt bewust maatregelen die de arbeidersklasse treffen. Maatregelen die bovendien bredere lagen van de arbeidersklasse in verwarring brengen over wat er gebeurt in het land.

Een voorbeeld hiervan zien we in de beweging rond coöperaties. Die coöperaties worden gebruikt door de private sector en door de regering als middel om de arbeidsmarkt te dereguleren. “Dat is puur neoliberalisme. Het zou niet mogen dat coöperaties opgezet worden om de vakbonden te breken”, stelde Orlando Chirino, de nationale coördinator van de UNT, een nieuwe vakbondsfederatie die de regering van Chavez steunt.

De werkgevers in dit land hebben nog steeds de vrijheid om de rechten van hun arbeiders met de voeten te treden. Als de arbeiders tegen deze praktijken protesteren, worden ze door de nieuwe bureaucratie beschuldigd van contra-revolutionaire activiteiten en van het feit dat ze de oppositie in de kaart spelen. Die beschuldigingen komen er tegen arbeiders die zich enkel willen verzetten tegen het patronaat!

De realiteit kan niet ontkend worden. Zowat 1 miljoen arbeiders voeren momenteel strijd tegen hun Venezolaanse werkgevers die de basisrechten van de arbeiders aanvallen. Daarenboven is er ook strijd op het platteland. De arme boeren strijden tegen de grootgrondbezitters die op hun beurt doodseskaders inzetten tegen de leiders van de arme boeren. Iedereen weet dit, maar toch kunnen de grootgrondbezitters ongestraft onderhandelen met de regering.

De arbeiders gaan een confrontatie aan met de werkgevers en een aantal bureaucraten die posities hebben ingenomen in de regering. Die bureaucraten gebruiken hun posities om hun vroegere bondgenoten uit de heersende klasse te bevoordelen. Dat heeft mee geleid tot een grote mobilisatie op 1 mei. Honderdduizenden arbeiders kwamen op straat omdat ze willen opkomen voor een echt socialisme.