Steeds meer economen moeten erkennen: ‘besparingsbeleid werkt niet’

Maar wat is het alternatief van de ‘nieuwe Keynesianen’?

Artikel door Stéphane Delcros

De afgelopen maanden stonden steeds meer economen op met kritiek op het besparingsbeleid van nationale staten en de Europese Unie. Het leidde zelfs tot een strijd onder economen. Waarover gaat het debat en wat betekent dit voor de arbeiders en jongeren?

Heel wat economen blijven koppig pleiten voor een hard besparingsbeleid. Geert Noels (Econopolis) houdt vast aan het idee dat besparingen onvermijdelijk zijn na jaren van te grote schulden, overinvesteringen en overconsumptie. “Ofwel corrigeren we dat, ofwel doen we gewoon voort en zullen de problemen nadien nog groter zijn”. (1)

Maar er zijn ook economen van financiële instellingen als Belfius, Petercam, KBC en ING die steeds meer nadruk leggen op het feit dat de besparingen economisch herstel en groei bedreigen. Ze verwijten de Europese instellingen dogmatisme waarbij ze van begrotingsnormen een fetisj maken. Deze economen herhalen wat al langer wordt gezegd door economen als Paul De Grauwe (London School of Economics) of Joseph Stiglitz (voormalig vice-voorzitter van de Wereldbank die in 2001 de Nobelprijs voor economie kreeg). Een IMF-rapport erkende recent dat de besparingen een zwaardere negatieve impact op de economische groei en de tewerkstelling hebben dan werd aangenomen.

“Structurele maatregelen”

Deze economen maken deel uit van de economische stroming die de ‘nieuwe Keynesianen’ wordt genoemd. Het Keynesianisme was de dominante economische stroming in de periode van de naoorlogse heropbouw met massale overheidsinvesteringen in de economie, de uitbouw van sociale bescherming en pogingen om de economie te controleren. Onder druk van de arbeidersbeweging leidde die politiek tot een aantal sociaaleconomische hervormingen waarbij onder meer de sociale zekerheid werd versterkt.

Vandaag is het onmogelijk om opnieuw een dergelijk beleid te voeren. De mogelijkheden tijdens de naoorlogse periode van groei werden gestopt door de crisis vanaf van de jaren 1970. De nieuwe Keynesianen willen de vrije markt een beetje aan banden leggen door een grotere nadruk te leggen op een fiscale en/of monetaire politiek en door de publieke uitgaven te vergroten om de vraag aan te zwengelen en daarmee ook de werkgelegenheid en de lonen. Deze economen zijn bereid om een tijdelijke verhoging van de overheidsschulden te aanvaarden.

Net zoals dit bij John M. Keynes het geval was, is het uitgangspunt van de ‘nieuwe Keynesianen’ de verdediging van het kapitalisme tegen omverwerping van het systeem en een opmars van revolutie. De nieuwe Keynesianen willen geen einde maken aan de markt, ze denken dat hun voorstellen kunnen leiden tot een beter functioneren ervan. Ze leggen momenteel nadruk op het herlanceren van de economie zonder rekening te houden met de bijhorende begrotingstekorten. Hiermee willen ze het economische systeem redden. Pas na deze eerste periode van bijkomende uitgaven willen ze nagaan waar kan bespaard worden om de schulden terug te betalen. Dat zal uiteraard eveneens leiden tot een debat over de indexering van de lonen, de pensioenen en uitkeringen,… Bart Van Craeynest (Petercam) maakt het meteen duidelijk: “De echte uitdaging voor de Belgische overheidsfinanciën bevindt zich op de langere termijn, met de veroudering van de bevolking en de kosten die daarmee gepaard gaan.” (2)

De Grauwe, Stiglitz, Krugman en co zijn geen ‘linkse’ economen. Ze stellen ook het besparingsbeleid op zich niet in vraag, enkel het ritme ervan. Ze roepen op om eerder ‘structurele maatregelen’ te nemen. Frank Lerman (Belfius): “Het is beter om de besparingen over een langere termijn te spreiden”. Paul De Grauwe zit op dezelfde lijn: “In de landen van het zuiden zijn er effectief problemen en moet er uiteraard een zeker besparingsbeleid zijn. Maar er moet ook tijd gegeven worden aan die landen om overeind te krabbelen.” (3) Keynesiaanse maatregelen – of voorstellen die in die richting gaan – botsen onvermijdelijk op de beperkingen van het kapitalistische systeem.

De productie richten op de behoeften van iedereen

Er is nood aan een massaal programma van publieke investeringen en werken. Niet om de markteconomie te stabiliseren en de winsten van de kapitalisten veilig te stellen, maar om de behoeften van de meerderheid van de bevolking te bevredigen. Zo’n beleid moet gepaard gaan met de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie (financiewezen, energie, staal, transport, telecommunicatie,…) onder democratisch beheer en controle van de arbeiders en de gemeenschap, in het kader van een democratisch georganiseerde economische planning.

Wij staan voor zo’n democratisch socialistische samenleving. In elk ander project van samenleving waarbij de productiemiddelen in private handen blijven, zal de verdediging van de portemonnee van een kleine elite steeds het belangrijkste doel zijn.


Noten

  1. RTBF.be, 19 november 2012.
  2. MoneyStore.be, 18 maart 2013
  3. Le Soir, 15 maart 2013.