Sociaal bloedbad in Limburg
De boodschap van de directie van Ford was eenvoudig maar hard: 10.000 arbeiders en hun gezinnen staan vanaf 2014 op straat. Ford Genk sluit en vervoegt het rijtje sociale drama’s dat eerder in de autosector plaatsvonden: Renault-Vilvoorde, VW-Vorst, Opel-Antwerpen en nu dus ook Ford-Genk. Dit is een drama voor Limburg waar Ford de grootste werkgever was. De winstlogica leidt tot sociale woestenij. We mogen ons hier niet bij neerleggen. Wie vecht, kan verliezen. Wie niet vecht, is op voorhand verloren.
Het nieuws dat Ford Genk in 2014 de deuren sluit kwam niet volledig als een donderslag bij heldere hemel, er waren eerder al geruchten en ook de afgelopen dagen was het duidelijk dat er slecht nieuws zat aan te komen. Eind september stelde de directie nog dat de nieuwe Mondeo, Galaxy en S-Max wellicht naar Genk zouden komen. Maar de crisis in de automobielsector is zo diepgaand dat het nu toch tot een sluiting komt. Was de aankondiging eind september slechts bedoeld om de lokale verkiezingen van 14 oktober te overbruggen?
[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]
Andere artikels:
- Ook Britse vestigingen van Ford getroffen. Handen af van onze jobs! (26 oktober)
- Verslagenheid en woede aan de poorten van Ford. Enkele foto’s (25 oktober)
- VOKA slaat de bal weer eens totaal mis (25 oktober)
- DOSSIER. Europese automobielsector in crisis. Voor een eengemaakte strijd voor het behoud van alle jobs! (oktober 2012)
- Ford Genk. Onmiddellijke dreiging afgewend, gevaar niet geweken (september 2012)
- Automobiel in crisis. Neergang van iconen van het kapitalisme (juli 2009)
- Interview met Gaby Colenbunders (ABVV Ford Genk): “De directie beseft nu dat ze niet meer kan doen wat ze wil” (januari 2008)
- Ford Genk: Acties personeel dwingen directie tot toegevingen (november 2003)
- Hoe strijden tegen multinationals in het tijdperk van globalisering? (november 2003)
- "We mogen de arbeiders van Ford niet alleen laten vechten" (oktober 2003)
- Genk: Ford zegt FOERD tegen arbeiders (oktober 2003)
[/box]
Een sluiting van Ford Genk is een sociaal drama. Er werken 3.996 arbeiders en 268 bedienden bij Ford en bij de toeleveranciers nog eens meer dan 5.000. Alles samen gaat het om 10.000 jobs. Eerder had het personeel al enorme toegevingen gedaan om de productie in Genk te houden, zo werd 12% op het loon ingeleverd. Dat heeft niet mogen baten, de dalende verkoop van auto’s in Europa (van 15 miljoen in 2007 tot naar schatting 12,4 miljoen dit jaar) en de wereldwijde crisis met bijhorende daling van de verkoop leidt tot sociale drama’s.
Voor de autobedrijven is het sluiten van vestigingen de enige optie om de overproductiecapaciteit af te bouwen en de winstgevendheid te herstellen. Er wordt niet vertrokken van de belangen van de werkende bevolking maar enkel van de winsten. Dat er in een sociale woestenij nog minder auto’s zullen verkocht worden, kan de directie van Ford niet schelen. Zolang het bedrijf maar een stapje voor staat op de concurrenten.
De Vlaamse regering heeft bij Opel in Antwerpen al aangetoond dat ze geen verschil kan maken. Behalve extra middelen voorzien voor de directie en verdere toegevingen van de arbeiders te beloven, komt de regering niet. Het drama in Genk dreigt nog groter te zijn dan bij Opel Antwerpen, onder meer door de grotere omvang van Ford Genk en het feit dat er in de regio rond Genk weinig andere industriële activiteit van enige omvang is.
Kris Peeters greep het drama meteen aan om zijn bezorgdheid te uiten over de hoge energie- en loonkosten. Dat zijn nochtans niet de problemen die bij Ford Genk een rol spelen, de productie in Genk is niet duurder dan in Duitsland. Het probleem ligt bij de overproductiecapaciteit. Als Peeters het sociale drama in Limburg nu aangrijpt om alle lonen en arbeidsvoorwaarden verder aan te pakken, dan is dit een voorbeeld van cynische neoliberale schokdoctrine: het aangrijpen van een ramp om meer neoliberale maatregelen door te drukken.
Met antwoorden als wat extra middelen voor de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) zullen we er niet komen. Na de sluiting van de mijnen in de jaren 1980 zorgde enkel Ford Genk voor een lichtpunt in Limburg. Vijftien jaar geleden werkten er bij Ford nog 13.000 arbeiders, vandaag nog iets meer dan 4.000. Extra middelen voor de LRM zouden weinig verschil maken, iedereen weet dat de reconversie na de sluiting van de mijnen is mislukt. Zullen we dat gewoon nog eens herhalen?
Kan er niets gedaan worden bij dit sociaal drama? Als we het initiatief overlaten aan Kris Peeters en co zal er effectief niets gedaan worden. Dat hebben we bij Opel al gemerkt. Maar waarom zouden we het initiatief aan anderen overlaten? De arbeidersbeweging moet zelf een vuist maken en de strijd aangaan. De schok onder het personeel mag niet tot verlamming leiden, de woede moet georganiseerd worden in collectief verzet in het kader van de volledige arbeidersbeweging.
Daarbij mogen we ons niet laten vangen aan de verdeel-en-heerspolitiek waarbij verschillende vestigingen tegen elkaar worden opgezet. Zo laten we ons één voor één allemaal afslachten. Er is een gezamenlijke strategie nodig om de strijd voor het behoud van alle jobs te organiseren en kans op succes te bieden. Er zal steeds nood blijven aan transport en vervoer. Om aan die noden te voorzien, pleiten wij voor de volledige nationalisatie van de automobielsector.
Als opstap om de productie in publieke handen te nemen, mogen we niet toelaten dat Ford de fabriek kan leeghalen. Als Ford uit Genk weg wil, is dat haar zaak. Maar alles wat in Genk wordt gemaakt, behoort aan de arbeiders van die fabriek toe. Een bezetting van de vestiging kan vermijden dat Ford zomaar gaat lopen met de productie en de machines. Een bezetting combineren met een actieve solidariteitscampagne in de regio en vanuit de volledige arbeidersbeweging kan de krachtsverhouding van de Ford-arbeiders versterken om de vestiging uiteindelijk in publieke handen te nemen.
Een nationalisatie moet niet dienen om de verliezen te socialiseren en de winsten na het sociale bloedbad terug te privatiseren. Dat is in de praktijk het beleid dat momenteel in de VS wordt gevoerd en waar de automobielsector stilaan een lageloonsector is geworden zonder enige sociale rechten voor de arbeiders. Neen, wij willen de sector in publieke handen brengen om de kennis en mogelijkheden die in de bedrijven aanwezig zijn aan te wenden om te komen tot veilig en milieuvriendelijk transport en vervoer.
Een nationalisatie zou gepaard kunnen gaan met arbeidsduurvermindering zonder loonverlies. En het zou het onhoudbare werkritme, steeds opgedreven om de productiviteit te vergroten, tot menselijke proporties terug te brengen. Ook moeten er middelen voorzien worden voor onderzoek naar alternatieve vormen van mobiliteit met nadruk op openbaar vervoer en milieuvriendelijke alternatieven. Vandaag zorgt de overproductie ervoor dat niet in alternatieven wordt geïnvesteerd, er is enkel een logica van afbraak.
Bij een nationalisatie mogen we de controle over de sector niet overlaten aan diegenen die vanuit het patronaat of de regering verantwoordelijk zijn voor de kapitalistische crisis. Nationalisatie moet onder arbeiderscontrole om jobs te redden en te werken aan oplossingen voor de mobiliteit van ons allemaal in de toekomst.
Na de schok en de verontwaardiging moeten we de woede in strijd omzetten. Samen kunnen we de strijd winnen. Een garantie op succes is er niet, maar wat is het alternatief? Ons één voor één laten afslachten tot de jongeren helemaal geen degelijke job meer kunnen vinden? Wie niet strijdt, is op voorhand verloren.