Strijden voor het behoud van iedere job!
De krimpende economie zal de komende maanden wellicht tot nieuwe afdankingsgolven leiden. Nu begint de locomotief van de collectieve afdankingen zich al op gang te trekken met onder meer 267 jobs die verdwijnen bij Photovoltech in Tienen, 136 bij Renolit in Oudenaarde of 322 bij Crown Cork in Deurne. Hierna volgen mogelijk nog ontslagrondes bij Alcatell Lucent, Bekaert, ArcelorMittal en de toekomst van Ford Genk is onzeker. In juni alleen verdwenen er bij collectieve ontslagen 1.418 jobs in Vlaanderen. Voor het eerst sinds 2009 nam de werkgelegenheid af. Wellicht moet het ergste nog komen indien de economie slecht blijft presteren.
Artikel door Geert Cool uit de septembereditie van ‘De Linkse Socialist’
Bij collectieve afdankingen is de strijd voor een sociaal plan belangrijk. Als we toch op straat gezet worden, dan liefst met een rugzakje. Zelfs indien dat rugzakje niet in de buurt van de gouden parachutes van de managers komt, biedt het toch een beetje reserve in onzekere tijden. Maar waarom zouden we onze strijd beperken tot een sociaal plan? Hoeveel sociale plannen waarbij goede jobs verdwijnen, kunnen we ons nog veroorloven? Straks blijft er geen enkele degelijke job over voor jongeren. Dat de jobs die er bij komen doorgaans slecht betaalde en onzekere banen zijn, is stilaan niet enkel onder ervaringsdeskundige werknemers bekend. Een financieel verantwoordelijke van ING stelde in De Tijd: “De werkgelegenheid is de voorbije jaren zogenaamd toegenomen. Maar ondanks die nieuwe banen stijgt de consumptie niet. Dan stel ik mij toch vragen bij de kwaliteit van die nieuwe banen.”
Als we in de strijd tegen collectieve afdankingen overwinningen willen boeken die als voorbeeld kunnen dienen voor andere bedrijven, dan mogen we ons niet tevreden stellen met een sociaal plan dat steeds een sociale afbraak voor de gemeenschap inhoudt. We moeten gaan voor het behoud van iedere job. Dat kunnen we niet overlaten aan de werknemers van de getroffen bedrijven, er is een gezamenlijke en offensieve campagne nodig die breder gedragen wordt door de arbeidersbeweging. Tegenover de dictatuur van het kapitaal – de zogenaamde ‘markten’ – moet de arbeidersbeweging haar sterkte gebruiken. Die bestaat vooral uit haar aantal en organisatiekracht. Met halfslachtige en/of symbolische acties zullen we er niet komen, strijd moet goed voorbereid en georganiseerd worden met een actieplan en solidariteit in de sector, op regionaal en op nationaal vlak.
Als private bedrijven weigeren om te investeren en jobs in stand te houden, dan moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen om het behoud van de jobs te verzekeren. Dat kan door een bedrijf dat afdankt uit private handen te halen en de productie in stand te houden in het belang van de werknemers en de gemeenschap. Een dergelijke nationalisatie zou onder democratische controle moeten gebeuren. Dat kan radicaal klinken, maar wat is het alternatief? Lijdzaam toekijken hoe het ene sociale bloedbad het andere opvolgt?
De vakbonden staan voor een keuze: de neoliberale logica aanvaarden en meestappen in de besparingen en ontmanteling van alle sociale verworvenheden of de strijd hiertegen aangaan en breken met de kapitalistische afbraakpolitiek. Pogingen om een tussenweg te zoeken – zoals het beperken van de strijd tegen de ‘wilde’ besparingen – zullen steeds minder geloofwaardig zijn. Iedere aarzeling zal door onze tegenstanders worden aangegrepen in een breed uitgesmeerd media-offensief waarvan we rond de staking van 30 januari een voorsmaakje kregen.
Een succesvolle strijd voor het behoud van alle jobs vereist strijdbare vakbonden waarbij de basis mee beslist over het opstellen en uitvoeren van actieplannen en het formuleren van de eisen. Het ongenoegen tegenover het besparingsbeleid neemt overal in Europa toe. De arbeidersbeweging moet dat ongenoegen organiseren en omzetten in strijdbewegingen waarmee we overwinningen kunnen boeken. Daarvoor zullen we zowel op syndicaal als op politiek vlak stappen vooruit moeten zetten.