Hoe een generatieconflict vermijden…
Er werd voorheen ook regelmatig over gesproken, maar het was toch lang geleden dat zoveel moeite werd gedaan om het ‘generatieconflict’ zo centraal in de discussie te plaatsen. Rond de staking van 30 januari werd dit door de burgerij en haar media zelfs als belangrijkste onderwerp van debat naar voor geschoven. Ook nadien ging de discussie voort. Een stem die doorgaans ontbrak, was die van de jonge vakbondsmilitanten.
Als jonge militant had ik de voorbije weken veel discussies met jonge en minder jonge collega’s. Daarbij kwam al snel een probleem naar boven: de afgelopen jaren werden weinig inspanningen gedaan om jongeren bij de vakbonden te betrekken. Dat gebeurt op verschillende manieren: er wordt niet uitgelegd wat het nut van een vakbond is, jongeren hebben dikwijls geen stemrecht over een cao of bij de sociale verkiezingen omdat ze maar interimmers zijn, er wordt amper opgetreden tegen het gebruik van interimarbeid (waardoor het gebruik daarvan enkel maar toeneemt, voortaan wordt het zelfs mogelijk om interim als selectieprocedure te gebruiken), militantenvergaderingen waaraan jongeren niet kunnen deelnemen, jongerenbijeenkomsten van de vakbonden die niet of amper worden aangekondigd als ze al plaatsvinden,…
Er is dus wel degelijk een probleem. Een groot deel van de generatie die de afgelopen twintig jaar is beginnen werken, heeft weinig zicht op hoe de vakbonden doorheen acties als betogingen en stakingen verandering kunnen afdwingen. Met halfslachtige mobilisaties en onduidelijke campagnes wordt dat er niet beter op. De vakbondsleidingen stellen dat het niet gemakkelijk is om jongeren te informeren en bij de acties te betrekken. Maar anderzijds is het voor veel jongeren ook moeilijk om aan de vakbondswerking deel te nemen. Onder meer door de wildgroei van tijdelijke contracten is dat niet evident.
Hoe kan dat veranderen? Er is nood aan een vakbondswerking die belang hecht aan eenheid in de strijd door bijvoorbeeld de strijd rond de pensioenen te koppelen aan actieve campagnes tegen de jongerenwerkloosheid. Het is noodzakelijk dat ook jongeren in tijdelijke jobs met erg flexibele contracten worden betrokken. In Australië is er het voorbeeld van de vakbond Unite die jongeren in winkels, fastfoodrestaurants,… organiseert en daarbij al enige successen kon boeken op vlak van lonen en arbeidsvoorwaarden. Campagnes zoals Occupy in de VS tonen ook aan dat jongeren wel degelijk bereid zijn om tot actie over te gaan. Opvallend bij dergelijke mobilisaties is dat ze zich niet beperken tot het meelopen achter een feestwagen, maar dat het om inhoudelijke en concrete campagnes gaat.
We mogen ons niet laten vangen door een mediacampagne die ons doet geloven dat jongeren niets met het verzet tegen de pensioenhervorming, of bij uitbreiding met de vakbonden, te maken willen hebben. We kunnen de retoriek over het generatieconflict gemakkelijk weerleggen door de syndicale strijd te koppelen aan een actieve strijd tegen jongerenwerkloosheid. Waar wordt op gewacht om daar een degelijke informatie- en mobilisatiecampagne rond op te zetten met ook voldoende argumenten die we op de werkvloer kunnen gebruiken?
Om onze zwaar bevochten rechten te behouden en uit te breiden, zullen jong en oud samen moeten strijden. Het ‘generatieconflict’ is een mistgordijn van de 1% om gezamenlijk verzet van de 99% tegen te gaan. Daar mogen we ons niet aan laten vangen!