Aan de vooravond van de verkiezingen in Turkije
Op 12 juni vinden er in Turkije parlementsverkiezingen plaats. Het ziet er naar uit dat de regerende AKP opnieuw de verkiezingen zal winnen. De AKP is een conservatieve partij die gebruik maakt van de economische groei van de afgelopen jaren en het diskrediet van het oude establishment. We publiceren een dossier geschreven door een sympathisant die in Turkije woont.
Toen de AKP (Adalet ve Kalkýnma Partisi) – in het Nederlands Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling – vijftien maanden na haar oprichting in 2002 voor het eerst deelnam aan de parlementsverkiezingen, werd ze meteen de grootste partij met 34% van de stemmen.
De voormalige regeringspartijen werden zwaar afgestraft en verdwenen uit de politieke arena. Te verwonderen is dat niet. Het jaar voorafgaand aan de verkiezingen kende Turkije een enorme bankencrisis en daalde de koopkracht van de bevolking met ongeveer 20%. De voorgaande (coalitie-regeringen) hadden er een boeltje van gemaakt. In 1999 kende Turkije een ineenstorting van de economie, het voorbije decennium was gekenmerkt door hyperinflatie (soms tot meer dan 100 % op jaarbasis), corruptie, oorlog in het Zuid-Oosten (Koerdische gebied) en een globale verarming van de bevolking.
De AKP is ontstaan uit vroegere (verboden) integristische (fundamentalistische) partijen, de Refah Partisi (Welvaartspartij) en de Fasilet Partisi (Partij van de Deugd). De stichter van deze partijen – Erbakan – stond voor een anti-Europese en anti-VS-koers, gekoppeld aan politieke islam. Volgens de Turkse grondwet van 1982 zijn partijen die zich baseren op godsdienst of op etniciteit verboden. In 1994 werd Tayip Erdogan voor deze partij burgemeester van Istanbul. Hij stond bekend als iemand met ‘zuivere handen’, een volksjongen die langzaamaan was opgeklommen. Samen met Abdullah Gül was hij één van de oprichters van de AK-partij.
In tegenstelling tot de partijen waaruit de AKP – of AK-partij – afkomstig is, voerde deze partij een totaal andere koers. Het integrisme werd naar de achtergrond gedrukt en de AK-partij wierp zich op als een democratisch–conservatieve volkspartij. In de negentiger jaren heeft zich in centraal Anatolië een burgerij ontwikkeld die, gebruik makend van de privatiseringen – steeds meer aan belang won. Het was een burgerij die conservatief islamitisch was maar tegelijk toenadering zocht tot Europa. Het was een burgerij die haar plaats wou verwerven in het politieke staatsbestel van Turkije. Het was een burgerij die het ‘Kemalistische establishment’ weg wilde om zelf de staatsstructuur te controleren. Het is dan ook deze burgerij die aan de grondslag ligt van de AK-partij.
Door het kiessysteem – gebaseerd op de militaristische grondwet van 1982 – verwierf de AK-partij in 2002 met iets meer dan één derde van de stemmen (34%) in het parlement bijna een twee derde meerderheid (361 van de 550 parlementszetels). Er was in het parlement slechts één andere partij die de kiesdrempel van 10 % had overschreden, de CHP (bijna 20%). De AK-partij was dus in de mogelijkheid alleen te regeren, maar geleerd uit vroegere ervaringen, bleef zij heel voorzichtig in haar voorstellen.
De pro-Europese koers van de AK-partij, haar voorstellen om de democratie uit te diepen en de grondwet op termijn te veranderen, zorgden ervoor dat ze sterke steun kreeg van de intelligentsia van Turkije. Daarnaast had de AK-partij zeer goede banden met islamitische welzijnsorganisaties. De Fetullah-Gülen beweging (met scholen, NGO’S en bedrijven) stond pal achter de AK-partij. Maar het staatsapparaat was nog steeds in handen van de ‘Kemalisten’ (grootindustrie, leger, ambtenarij, gerecht).
Hoewel de AK-partij zich voordeed als een volkspartij voerde zij de strikte politiek uit van het IMF. De banken werden gezond gemaakt, de inflatie teruggedrongen. Dat heeft natuurlijk een prijskaartje. Dit werd betaald door de ambtenarij en de reguliere werkers. Maar dank zij de steun van de liefdadigheidsorganisaties en het Turkse politieke systeem (alles is gecentraliseerd vanuit de top van de macht) verloor de AK-partij iets van haar krediet bij de reguliere werkers en de ambtenarij maar groeide haar aanhang in de gececondu’s, op het platteland, in de conservatieve gebieden.
Om even de gevolgen van de centralisatie te beschrijven op een concrete manier, het volgende voorbeeld. Gemeenten hebben geen trekkingsrechten op de centrale overheid, de centrale overheid beslist autonoom aan wie subsidies worden toegekend. Neem vier naburige gemeenten, één ervan heeft een AK-partij burgemeester, geen van deze gemeenten heeft watervoorziening. Op dat moment zorgt de AK-partij ervoor dat ‘haar’ gemeente watervoorziening krijgt. Ik hoef er geen tekening bij te maken welk effect dat heeft op de omliggende gemeenten. Zij zullen de volgende keer twee keer nadenken op welke partij ze zullen stemmen. En omdat de AK-partij kan regeren zonder coalitie partners kan zij volledig de subsidiestromen controleren! Bij een coalitieregering ligt dat natuurlijk totaal anders. En wiens brood men eet … diens woord men spreekt!
Europa wreef zich in de handen. Een gesaneerd Turkije, een conservatief economische politiek, privatiseringen … het zijn juist die dingen die Europa wil!
De inflatie werd teruggedrongen, delen van het staatsapparaat werden geprivatiseerd, en tegelijk verleende de AK-partij steun aan de gebieden die ze onder controle had, het legde de AK-partij geen windeieren.
Laat ons niet vergeten dat tot op heden nog steeds bepaalde sectoren van de economie gebaseerd zijn op de ‘zwarte economie’ (de horeca is hiervan een typisch voorbeeld). Aanvallen op het pensioenstelsel raken hen niet, want ze beschikken niet over een pensioen. Quasi bevriezing van lonen in de openbare sector raken hen niet, want ze werken daar niet. Maar via de ‘islamitische hulporganisatie’ kunnen zij goedkoop aan brood raken, hebben zij toegang tot ziekenhuizen. Hun kinderen kunnen gratis naar islamitische scholen. De slachtoffers van de IMF-politiek kregen het niet slechter dan voorheen. Daarom bleven zij de kiezersmassa van de AK-partij.
Door de economische veranderingen raakten ook de onderhandelingen met Europa op een nieuw spoor. Velen zagen hierin een toekomstige verbetering van hun levenssituatie. De AK-partij zat op rozen.
Maar er is een tweede reden dat de AK-partij op rozen zat. Het oude seculiere establishment (waarvan de CHP de expliciete vertegenwoordiger werd) beschuldigde de AK-partij van een verborgen agenda. De sharia stond op het programma en het seculiere karakter van de Turkse staat zou in het gedrang komen.
De CHP (Cumhürryet Halk Partisi) – in het Nederlands Republikeinse Volkspartij – nam een anti-Europese houding aan, verwierp alle voorstellen van de AK-partij en smeekte de militairen bijna om in te grijpen en de AK-partij van de macht te verdrijven.
De autoritaire houding van hun leider, Deniz Baykal, die kritiekloos iedere (mondelinge of schriftelijke) tussenkomst van de militairen steunde, isoleerde de CHP voor een groot stuk van hun basis. Immers, de bloedige staatsgreep van 1980 was voor velen onder hen een ramp, ook zij wilden verandering. Maar de CHP stelde zich op als partij die nu volledig de militaire kaart trok en de sociaal democratische kantjes van de partij werden (bijna) nooit bovengehaald. Dit verstevigde de polarisering in de maatschappij tussen een ‘democratisch’ en een ‘autoritair seculier’ kamp. Bovendien was het economisch succes van de Turkse economie (een gestage groei, een beperkte inflatie) iets wat velen voor het eerst sinds jaren als ‘stabiliteit’ zagen.
De eerste periode van het AK-partij bestuur kan gezien worden als een ‘pragmatische opstelling’, proberen geen potten te breken en tegelijk binnen de staatsstructuren stap na stap haar machtspositie te realiseren en te consolideren.
Tweede verkiezingsoverwinning: een geschenk van de Kemalisten!
Sezer, een secularist pur sang, was president tijdens de eerste ambtsperiode van de AK-partij. De president kan via een veto wetten tegenhouden en Ahmet Sezer gebruikte zijn macht.
Maar toen de ambtstermijn van de president ten einde liep maakte de CHP een cruciale fout. Normaal wordt de president aangewezen door het parlement en omdat slechts twee partijen waren vertegenwoordigd speelde de CHP het spel van het grondwettelijk hof. De kandidaat, aangewezen door de AK-partij, was haar vroegere minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül. Deze man, een duidelijke vertegenwoordiger van de Fetullah Gülen beweging, staat bekend als gematigd en open. Door de boycot van de CHP in het parlement zat er voor de AK-partij niets anders op dan nieuwe verkiezingen uit te schrijven.
Tegelijk werd door de gerechtelijke macht een proces ingespannen om de AK-partij te verbieden omwille van haar ‘religieuze opstelling’. Tevoren waren onder impuls van de CHP massale betogingen gehouden langsheen de Egeïsche kust om te protesteren tegen de ondermijning van het seculiere karakter van de Turkse staat door de AK-partij. Ook de militairen lieten – als toetje op de taart – nog eens weten dat zij Gül niet wensten als toekomstige president.
De AK-partij werd in een ‘underdog-positie’ gedreven en de kiezers speelden – heel terecht overigens – het spelletje van de CHP niet mee. Resultaat, de AK-partij haalde bijna 47 % van de stemmen, haar beste verkiezingsresultaat tot dan toe. De CHP strandde op bijna 21% (een groei van nauwelijks 1,5 %) en de ultra nationalistische MHP haalde dit keer de kiesdrempel met bijna 14 % van de stemmen.
Uitzonderlijk was dat de kandidaten van de DTP (Koerdische partij) via onafhankelijke kandidaten (om de 10% grens te ontwijken) in kiesdistricten 26 vertegenwoordigers haalden. Ondanks haar enorme vooruitgang in stemmen, verloor de AK-partij zetels (van 365 tot 311). Dit heeft natuurlijk alles te maken met de ondemocratische kiesdrempel van 10%.
Het probleem van onafhankelijke (baðamsýz) kandidaten is dat je als partij geconfronteerd wordt met een lijst waarop alle onafhankelijke kandidaten staan. Door het analfabetisme (wijdverspreid in het Koerdische gebied) stelt men slechts een beperkt aantal kandidaten voor om de stemmen niet te verdelen. Het is echter de enige uitweg om de 10% grens te ontwijken! Maar tegelijk geeft het niet de werkelijke krachtsverhoudingen weer. In sommige Koerdische gebieden had de DTP meer zetels kunnen bekomen maar omdat ze ervoor kozen slechts een beperkt aantal kandidaten in te dienen, gingen deze zetels naar de AK-partij!
Abdullah Gül werd president en de AK-partij beschikte terug over een comfortabele meerderheid in het parlement.
Dit keer moest de AK-partij iets meer doen voor haar conservatief-islamitische achterban en in het parlement werd een wetsvoorstel dat toeliet (onder een bepaalde vorm) de hoofddoek te dragen voor studenten aan de universiteit, goedgekeurd door AKP-MHP en DTP. De CHP wendde zich weer naar het grondwettelijk hof en het wetsvoorstel werd ongedaan gemaakt.
Ergenekon: de diepe staat
Zelfs ten tijde van het Ottomaanse Rijk bestonden er schimmige, illegale organisatie die werkten als een staat binnen de staat. Net zoals in West-Europa bestonden er in de zestiger en zeventiger jaren schimmige (toendertijd anti-communistische) organisaties die ongestraft illegale activiteiten uitvoerden. Ook in Turkije bestond ‘Gladio’ wiens leider, Kenan Evren, in 1980 de staatsgreep uitvoerde.
Na de val van de ‘communistische staten’ werd in vele West-Europese landen deze organisatie ontbonden. Maar in Turkije bleef zij bestaan. De strijd had zich nu verschoven. Niet de communisten waren de grootste vijand, maar de Koerden.
Toen in 2007 de Kemalisten probeerden de AK-partij te ondermijnen (via een verbod door het grondwettelijke hof) ging het Ergenekon-proces van start. De staat binnen de staat, bestaande uit militairen, officieren, Jitem, leiders van schimmige organisaties, kreeg het dit keer te verduren.
Dit keer was het de politie die ingreep, in opdracht van lokale procureurs. De CHP zag hierin een complot van de AK-partij terwijl diezelfde AK-partij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht benadrukte.
Een goede verstaander begrijpt echter heel duidelijk de achtergronden. De strijd om de controle over het staatsapparaat tussen de Kemalistische elite en de conservatief islamitische burgerij uit centraal Anatolië was in volle gang.
De AK-partij kroop uit haar coulissen en besliste dit keer voor eens en voorgoed komaf te maken met de Kemalistische dominantie.
Het leger liet van zich horen. Militairen konden enkel berecht worden voor militaire rechtbanken. Een weekblad (Nokta) en de krant Taraf (liberaal) lekten ‘complotten om een staatsgreep te plegen’. De militairen zouden in hun midden coupplegers hebben. Het ene complot na het andere zag het levenslicht.
Je kreeg in Turkije de ‘believers’ en de ‘non believers’. De ‘believers’, de AK-partij op kop, stelden dat het noodzakelijk was de coupplegers te veroordelen en het leger terug te dringen naar zijn oorspronkelijke staat, namelijk de defensie van het land. De ‘non believers’, de CHP op kop, zagen hierin een complot van de AK-partij om onder het mom van Ergenekon, politiek kritische stemmen de mond te snoeren.
Enkele jaren na de start van het Ergenekon-dossier blijkt dat het juridische dossier steeds meer met haken en ogen aaneenhangt. Dit is spijtig omdat bijna met zekerheid kan gesteld worden dat Ergenekon inderdaad een gevaarlijke organisatie is die in een democratische rechtsvorm moet bestreden worden.
De Koerdische kwestie
In de verkiezingen van 2007 haalde de AK-partij in verschillende Koerdische gebieden een absolute meerderheid. Behoudens de kandidaten van de DTP (Koerdische Partij) haalden de andere partijen slechts een paar procent van de stemmen.
De AK-partij – het moet gezegd, de regeringspartij – ging van start met het ‘Koerdische initiatief’. Bedoeling was een oplossing te vinden voor de Koerdische kwestie.
Wie de Turkse pers kent, weet dat journalisten zichzelf censureren. De militaire grondwet van 1982 heeft niets met democratie te maken. Maar dit keer was er in de Turkse pers een ontlading van democratische standpunten over de Koerdische kwestie. Het mag gezegd, in deze periode hebben verschillende opiniemakers hun hoofd uitgestoken. Lang heeft het echter niet geduurd. De militairen trokken aan de teugels en de AK-partij stelde binnen de normen te blijven die door de militairen waren uitgezet!
De fout hiervoor ligt niet enkel binnen de AK-partij. Zowel de ultranationalistische MHP als de Kemalistische CHP stelden zich, zelfs nog voor de discussie uitbrak, op het standpunt van de militairen. Sommige AK-parlementairen uit het Koerdische gebied probeerden nog hun partij onder druk te zetten, maar ze kregen het deksel op de neus.
Het Turkse nationalisme is wijdverbreid. Zelfs binnen de linkerzijde. Het is even nefast als het Koerdisch nationalisme dat de dictatoriale trekjes van het Turkse nationalisme heeft overgenomen maar dan vanuit een ander gezichtspunt. En dit keer koos de AK-partij eieren voor haar geld. De militairen waren nog te sterk aanwezig binnen het maatschappelijk bestel om er direct de confrontatie mee aan te gaan. Het ‘Koerdisch initiatief’ werd het ‘democratisch initiatief’. Dit keer werden ook de Alevieten betrokken bij het proces. Deze heterodoxe stroming van de islam is heel progressief. Ongeveer 15 tot 20% van de bevolking noemt zich Alevi. Maar ze zijn niet erkend als minderheid, net zoals de Koerden niet als minderheid erkend zijn.
Het was een tactische zet van de AK-partij. Door te praten over de Alevieten hoopten zij de voormalige hegemonie van de linkerzijde op de Alevieten te doorbreken. De moord op de Alevieten in (de enige provincie waar de Alevieten de meerderheid hebben, namelijk Tunceli of in het zaza Dersim) 1937-38 bestempelde Erdogan als ‘genocide’. De CHP, die altijd zonder problemen de stemmen kreeg van de Alevieten, hoorde plots bij monde van een van haar parlementairen, dat de ‘oplossing’ die voor Dersim werd gevonden, moest uitgebreid worden. Met andere woorden, de CHP bij monde van Oynur Oymen, keurde een volkerenmoord goed. Het zorgde voor veel beroering binnen de CHP en de Alevieten waren razend.
Maar de AK-partij mag dan al de kern van de Alevieten begrijpen, zij willen een soort sunni-alevi organisatie oprichten. Alle gesprekken die hieromtrent werden georganiseerd, resulteerden in een aan de staat gelieerde Alevisme, wat terecht door de meerderheid van de Alevieten werd verworpen.
Toch zat de AK-partij in een zetel. De CHP verstootte een deel van haar achterban en verschillende secties van lokale partijen waar de Alevieten in de meerderheid waren keerden zich af van de CHP.
De sociaal-economische strijd
Een ‘volkspartij’ kan geen keuzes maken omdat zij nooit kan opteren voor de werkende klasse. Dit is – en was – de grote zwakte van de AK-partij. In de ‘democratische opening’ herkenden velen zich, niet in het minst de vakbonden. Zij eisten ook hun democratische rechten op.
De Tekel-werkers, steeds een strijdbare sectie binnen het Turkse proletariaat, moesten in het kader van privatiseringen hun privilegies opgeven. En dat leidde tot enorme confrontaties. Ondanks de collaborerende vakbondsleiding ontwikkelden zij organen van autonome macht. Hun staking stak andere sectoren in Turkije aan. En dit keer toonde de AK-partij haar ware gezicht. Brutaal politieoptreden, verbod op manifestaties. Het waterkanon, traangas, onderdrukking van rechtmatige eisen! Dit is het andere gezicht van de AK-partij.
In de strijd van de Tekel-werkers speelde het nationalisme een onbetekenende rol. Koerdische en Turkse arbeiders en arbeidsters kozen voor de arbeidersstrijd. Maar er was geen enkele politieke partij die erin slaagde het verzet te kanaliseren.
De strijd van de Tekel werkers had echter haar effecten op de gemeenteraadsverkiezingen. Dit keer verloor de AK-partij fors (ze viel terug op 39%) en ook in het Koerdische gebied gingen vele gemeentebesturen over in handen van de DTP.
Laat ons bij deze niet vergeten dat de AK-partij alle kanalen had opengezet om via ‘steun aan arme gebieden’ haar positie te verstevigen. In Dersim bijvoorbeeld kreeg een groot deel van de bevolking ijskasten en wasmachines (allemaal met staatssteun) maar de AK-partij besefte niet dat de bevolking daar zelfs niet over elektriciteit beschikte!!!
Controle over het staatsapparaat
Hoewel de AK-partij in 2009 reeds verschillende ministeries controleerde, lokale besturen, politie en gerechtelijke macht, bleef het leger nog steeds een belangrijke factor.
Een volgende fase zette zich in. De AK-partij zou de grondwet veranderen. Alles werd gezet op een campagne om de ‘militaire grondwet’ te veranderen. Het was een strategische zet in de politieke campagne van de AK-partij.
De CHP – niet beseffend dat zij aan de verliezende hand was – trok weer de kaart van een obstinate rejectie om de grondwet te veranderen. Het waren de laatste stuiptrekkingen van Baykal. Want er is een meerderheid in Turkije om – heel terecht – komaf te maken met de militaire grondwet.
De AK-partij won – met 58 % van de stemmen – in een referendum de meerderheid. Hiervoor werden zij tenvolle gesteund door Europa en de VS. Maar in het Koerdische gebied werd overwegend boycot gevoerd die trouwens heel goed werd opgevolgd. De bevolking van Hakkari (één van de armste streken van Turkije) werd er later het slachtoffer van. 91% nam deel aan de boycot. Achteraf moesten zij allemaal een boete betalen! Dat is democratie op zijn AK-partij!
Intussen raakten de militairen steeds in een moeilijker positie. De connecties met ‘mogelijke staatsgrepen’ plaatsten hun in een onmogelijke positie en in tegenstelling tot 1980 waar de staatsgreep ten volle gesteund werd door de VS, koos de internationale gemeenschap voor een democratische oplossing, zonder staatsgreep!
Presidentieel regime
Nu de AK-partij bijna volledig het staatsapparaat controleert, kan de eerste minister zijn vreugde niet meer op. Zonder nog te wachten op de volgende verkiezingen lanceert hij het idee van een presidentieel regime. De kieslijsten van de AK-partij zijn gezuiverd. 70% van de Koerdische kandidaten zijn geweerd van de kieslijsten en ook de tegenstanders van een presidentieel regime zijn afgevoerd.
Het zal na de verkiezingen leidden tot een conflict tussen Erdogan (Naksibancý) en Gül (Fetullah Gülen). Om een twee derde meerderheid te verkrijgen moet de MHP onder de kiesdrempel worden gehouden, daarom trekt eerste minister Erdogan nu volop de nationalistische kaart. Maar het zou wel eens totaal tegengesteld kunnen uitwerken want momenteel is er geen meerderheid binnen de AK-partij die voorstander is van een presidentieel regime.
CHP
In 2010 kwam een eind aan Baykals alleenheerschappij over de CHP. Een seks-tape werd hem fataal en hij nam ontslag als partijleider. Zijn opvolger, Kemal Kilicdaroglu, is afkomstig uit Dersim en Alevi. In tegenstelling tot Baykal besefte hij dat de CHP dringend van koers moest veranderen. Hij verzette zich frontaal tegen de corruptie en koos voor een sociaal democratische koers. In verschillende etappes nam hij de controle over het partijapparaat over. Een beetje zoals de AK-partij deed met de Turkse staatsinstellingen.
Tijdens de verkiezingscampagne werden zijn standpunten duidelijker. Hij koos voor een oplossing voor de Koerdische kwestie, democratisering van de grondwet en oplossing voor de sociale problemen binnen de Turkse maatschappij. Dit keer voelde de AK-partij een democratische tegenwind.
Op zijn rechterflank verloor hij echter steun aan de ultranationalistische vleugel die zich kristalliseert binnen de MHP. Maar voor het eerst is de CHP terug in het Koerdische gebied.
Kilicdaroðlu maakt echter een paar fundamenteel strategische fouten. Enerzijds plaatst hij personen van ‘de oude rechterzijde’ op zijn lijsten, anderzijds sommige personages uit het Ergenekon-gebeuren. Dit zal de CHP niet in dank worden afgenomen! De verkiezingen zullen hier trouwens uitsluitsel over geven.
De MHP
De Milliyet Halk Partisi werd indertijd opgericht door Arpeslan Turkeþ, een van de coupplegers van 1960. De partij staat bekend als verzamelpunt van extreem-rechts (de grijze wolven) en heeft een heel dubieus verleden.
Heel toevallig duiken juist voor de verkiezingen ook van deze partij seks-videos op. Het meest krasse is dat de eerste minister nog voor het uitbrengen ervan hierop allusie maakte. Terwijl het hier duidelijk om politieke chantage gaat.
Maar ondanks alle inspanningen van Erdogan zal de MHP waarschijnlijk de kiesdrempel van 10 % overschrijden. En in dat geval zal de AK-partij niet beschikken over een twee derde meerderheid in het parlement. Kiezers kiezen nu eenmaal liever voor het origineel dan voor de kopie.
De BDP
De Koerden proberen met de weinige democratische middelen die de Turkse staat hen biedt, hun strijd te ondersteunen. Maar zelfs tijdens de ‘Koerdische opening’ ging het leger in de aanval tegen de PKK, werden burgemeesters opgesloten, werd de partij (vroegere DTP) verboden. De AK-partij, die vroeger nog op een stuk legitimiteit kon rekenen bij de Koerden, heeft het nu verkorven. Het monsterproces tegen de KCK (een koepelorganisatie van diverse Koerdische organisaties) waar weerom het gebruik van de Koerdische taal wordt verboden is een stap te ver geweest. De duizenden gevangenen die beschuldigd worden van terrorisme, de mislukte Koerdische opening, de honderden kinderen die zijn opgesloten in gevangenissen, het zijn vragen waarmee de toekomstige regering zal geconfronteerd worden.
Op nationaal vlak proberen de Koerden linkse allianties aan te gaan via steun aan linkse kandidaten uit kleinere partijen. Of dit zal lukken, blijft de vraag. Maar de poging op zich is een goede zaak. Feit is alleszins dat met uitzondering van eerste minister Erdogan, alle partijen pleiten voor een verlaging van de kiesdrempel. Zelfs president Gül steunt dit.
Het Ergenekon dossier: democratische vrijheden
Wie Turkije volgt, kan niet omheen het Ergenokon dossier. Europa, in de eerste fase de grote steunpilaar van de AK-partij, begint zich vragen te stellen over de persvrijheid. Er zitten nu meer journalisten in Turkse gevangenissen dan bv. in de Chinese volksrepubliek. Sommigen zitten al vier jaar vast zonder dat er één concrete aanklacht werd geformuleerd.
Bij de laatste arrestaties van journalisten ging het om journalisten die mede geholpen hebben het Ergenekon-dossier te openen. Maar van zodra een journalist durft te schrijven over de controle door de Fetullah Gülen beweging op de politie, van zodra een rechter de achtergronden van de Fetullah Gülen beweging wenst te onderzoeken, grijpt de volgende dag al een huiszoeking plaats en worden betrokkenen aangewezen als onderdeel van de diepe staat. Ahmet Sýk, een linkse journalist, wordt als terrorist aanzien omwille van zijn boek over ‘het leger van de imam’. Zelfs voor het werd gepubliceerd, werd het boek van de computers gehaald en vernietigd! Het doet meer en meer de wenkbrauwen fronsen bij hen die vroeger zonder reserve de AK-partij verdedigden.
De steun van de intelligentsia brokkelt af. In het Koerdische gebied zijn er collectieve ontslagen van AK-partij leden (zelfs burgemeesters) die overstappen naar de BDP.
Het strikte alcoholbeleid van de AK-partij, hun bedoeling om vanaf 22 augustus het nu reeds gecensureerde internet nog verder te censureren, de voortdurende aanvallen op de oppositionele pers en kritische journalisten, het doet de AK-partij geen goed. En terecht.
Door haar samenstelling kan ze niet anders dan op bepaalde momenten keuzes maken en op dat moment valt haar masker.
In de figuur van premier Erdogan mag de AK-partij dan al een populist hebben die nog steeds een grote steun geniet binnen grote lagen van de bevolking, de vraag is of dit zal blijven als de AK-partij verlies lijdt.
Erdogan mag dan al grootse projecten uittekenen voor de toekomst van Turkije, zijn populistische aanpak slaat soms minder aan dan hijzelf verwachtte. In Turkije is er bv. een grote meerderheid van de bevolking die gekant is tegen kerncentrales, hierop antwoordde Erdogan dat hij het niet begreep. Alles houdt gevaar in, zo stelde hij, als je op gas kookt kan dat ook ontploffen. Dus daarom is er ook geen probleem met kernenergie.
Buitenlandse politiek
Door zijn stellingnames inzake buitenlandse politiek is premier Erdogan één van de meest populaire politici in het Midden-Oosten. Turkije werpt zich op als ‘onafhankelijk’ bemiddelaar in het deze regio. Het land onderhoudt goede contacten met Iran, Syrië en andere buurlanden. De kritische houding van Erdogan tegenover Israël, het zenden van de mavi marmara om de blokkade tegen Gaza te doorbreken, het geeft hem een enorm krediet. Zelfs de heel kritische Noam Chomsky steunt de buitenlandse politiek van Turkije.
Maar laat ons niet vergeten dat Turkije enorme economische belangen heeft in het Midden-Oosten. Het land is de grootste bouwheer in onder andere Syrië, Libië en Irak. Ook hier zijn het economische achtergronden die leidden tot een – op het eerste zicht – progressieve buitenlandse politiek.
Anderszijds legt dit de AK-partij geen windeieren. Vele moslims in Turkije steunen deze buitenlandse politiek waarin hun land na de val van het Ottomaanse Rijk terug invloed wint.
BESLUIT
Met deze achtergronden is het misschien iets makkelijker de toekomstige verkiezingsuitslagen in Turkije te duiden. Deze grijpen plaats op 12 juni.
Hierbij besteden we aandacht aan:
- de uitslagen van de BDP in het Koerdische gebied
- de uitslagen in de ‘arbeiderssteden’ van Turkije
- de uitslagen van radicaal-links
Eerdere artikels over Turkije
- Turkse zomer… begin van Koerdische lente? (augustus 2009)
- Het Koerdisch (of Democratisch) initiatief lijkt niet alleen begraven, het is dood (december 2009)
- Tekel-arbeiders staan niet alleen… Algemene staking in Turkije (februari 2010)
- Turkije. 13 jaar na een staatsgreep (maart 2010)
- 12 September 2010 – 30th anniversary of the military coup (september 2010)