Nachtwinkeluitbater: “Waarom worden wij niet gecompenseerd?”

De gezondheidscrisis leidt tot maatregelen die het dagelijkse leven beperken. Sommigen ondervinden daar meer hinder van dan anderen. Neem nu de nachtwinkeliers die sinds vorige week om 22u moeten sluiten. Een nachtwinkel die ’s nachts niet open mag zijn, is eigenlijk een contradictie. Het feit dat de winkel tot 22u mag openen, wordt echter als excuus gebruikt om de winkeliers niet te compenseren.

We spraken met een nachtwinkelier in een Antwerpse randgemeente. Hij deed er alles aan om zijn winkel zo veilig mogelijk te maken. Voor hij naar België kwam, was hij actief in de medische sector. Hij vindt het vreselijk om te zien hoe het virus zoveel slachtoffers maakt in België en krijgt het aan mensen in zijn thuisland amper uitgelegd dat dit in een zogenaamd ontwikkeld land gebeurt. “Er zijn zelfs geen ernstige richtlijnen over welke mondmaskers en handgels nuttig zijn,” merkt hij op. Het hele systeem kraakt door dit virus.

De precaire situatie van de nachtwinkeliers zorgt voor ongenoegen. “Hoe moeten we rondkomen als we tot 70% van onze omzet verliezen?” De winkels moeten om 22u sluiten waardoor ze eigenlijk maar enkele uren kunnen draaien, supermarkten zijn immers tot 20u en op vrijdag zelfs tot 21u open. Het laat slechts enkele uren over waarop de nachtwinkels een beetje omzet kunnen maken. Van 1 tot 2 uur omzet kunnen we niet eens onze vaste kosten betalen. Die lopen allemaal door: huur van de winkel, elektriciteit, bancontact-abonnement … We kunnen toch moeilijk onze frigo’s om 22u uitzetten? Veel omzet in de eerste uren is beperkt tot sigaretten, waar we sowieso al heel weinig op verdienen. De inkomsten van alcohol worden vooral na 23u behaald, maar die zijn we nu kwijt.”

Is het een optie om de winkel dan maar volledig dicht te houden? “We krijgen geen compensatie als we dat doen. Er wordt ons dan gezegd dat we vrijwillig sluiten. We zijn niet verplicht om te sluiten voor 22u. Dat we het grootste deel van onze omzet kwijt zijn, is blijkbaar geen argument. Dit is uiteraard discriminerend. Een grote groep nachtwinkeliers heeft zich verenigd om deze discriminatie juridisch aan te klagen.” Nachtwinkeliers vormen een beroepsgroep die niet altijd graag gezien wordt door het establishment, voor wie nachtwinkels ‘imago-verlagend’ zouden zijn. Nochtans is het bijzonder hard werken om een hele nacht lang een winkel open te houden en overdag nog eens de aankopen en organisatie van de winkel te regelen.

Werkenden die het moeilijk hebben, moeten een compensatie krijgen om het hoofd boven water te houden, of ze nu in loondienst werken of als kleine zelfstandige of freelance zoals velen in de cultuursector. De steun mag zich niet beperken tot de grote bedrijven die sowieso meer marge hebben. Bovendien moeten de mogelijkheden tot steun uitgebreid worden voor wie noodgedwongen gedeeltelijk moet sluiten. Onder nachtwinkeliers is er ongetwijfeld een grote bereidheid om bij te dragen aan de strijd tegen het virus, maar als ze tegelijk ook nog eens geconfronteerd worden met een strijd voor hun eigen overleven, dan zakt de moed in de schoenen.