Patroons willen soepele ontslagregeling op kosten van de gemeenschap

In aanloop naar de verkiezingen legden de bediendenbonden van ABVV en ACV de partijen enkele vragen voor over de geplande harmonisering van het statuut van arbeiders en bedienden. Die staat al een tijdje op de agenda. Ons land is immers het enige dat dit archaïsche onderscheid nog hanteert. Het is in strijd met de Europese richtlijnen en de Internationale Arbeidsorganisatie. In het interprofessioneel akkoord van 2000-2001 werd daarom overeen gekomen om binnen de zes jaar een definitie voor de harmonisering van beide statuten vast te leggen, maar sindsdien stonden de patroons op de rem.

Door Eric Byl

Patronale middens verwijten de vakbonden graag conservatisme. Ze houden te veel vast aan verworvenheden en zijn onvoldoende “modern”. Als het de patroons echter uitkomt, klampen ze zich vast aan definities uit de 19de eeuw. Al tientallen jaren weigeren ze de discussie aan te gaan over het wegwerken van het onderscheid tussen arbeiders en bedienden, in die mate zelfs dat het ACV er vorig jaar mee dreigde de zaak voor de rechter te brengen. De inzet ligt voor de hand.

Betreffende ontslagregeling behoort de Belgische arbeider tot de minst beschermde van Europa. Na 20 jaar dienst heeft een werkman recht op nauwelijks 28 dagen opzeg of vergoeding, bij een hogere bediende loopt dat op tot 20 maand.

De bankencrisis heeft het patronaat aan het denken gezet. Het vermogen om arbeiders op kosten van de gemeenschap te parkeren in economische werkloosheid heeft haar veel kosten en moeite bespaard. Samen met het inzicht dat men uiteindelijk toch iets moet doen, deed dit het patronaat het geweer van schouder veranderen. “Onafhankelijke” denktanks als Itinera aanvaarden voortaan het toekomstige éénheidsstatuut, maar dan wel op voorwaarde dat het “beter en moderner” is.

Terloops misbruikt de aartsreactionaire Marc De Vos, directeur van Itinera, schaamteloos de tijdelijke werknemers, jongeren en “gemarginaliseerde” (sic) allochtonen, want zij worden het “hardst” getroffen en vloeien af met “nul-komma-nul ontslagbescherming.” Niet dat De Vos hen een betere ontslagbescherming aanbiedt, integendeel, met dit voorbeeld wil hij enkel de arbeiders en bedienden die wel een ontslagbescherming genieten, aanzetten om hun eisen te matigen.

Wat is dat dan, dat “beter en moderner” statuut? In hun verklaring “Laat ons ondernemen” van 25 januari, lichtten de patroonsorganisaties een tipje van de sluier. Ze wensen een opzeggingstermijn van enkele weken per vijf dienstjaren. Voor bedienden is dit vier tot vijf keer korter, zes keer in vergelijking met de door arbeidsrechtbanken doorgaans gehanteerde formule Claeys. Hoewel het onderscheid tussen arbeiders en bedienden is verdwenen omdat de meeste arbeiders vandaag eveneens intellectuele arbeid verrichten, wil het patronaat naar een eenheidsstatuut dat gemodelleerd is op dat van “handwerklieden”.

Bovendien wil het patronaat de kosten afwentelen op de sociale zekerheid door de ontslagpremie vrij te stellen van belastingen en bijdragen. Voor een gemiddelde bediende zou dat de gemeenschap 20.000 € kosten. Tenslotte wil het patronaat de ontslagen werknemers “activeren”. Kortom: het wil goed betaalde banen op kosten van de gemeenschap liquideren en diezelfde werknemers via activering verplichten om het even welke zware en slecht betaalde baan te aanvaarden.

Als de voorstellen van het patronaat het halen, staat dit garant voor een kaalslag in de bedrijven. Een goede ontslagbescherming die de patroon ook geld kost, is zowat de enige beperking op de patronale willekeur.


Voor de antwoorden van de partijen op de vragen van de bediendenbonden: http://www.jecontractingevaar.be Het antwoord van LSP vind je daar helaas niet, daarvoor moet je hier zijn: http://www.socialisme.be/lsp/archief/2010/05/26/statuut.html BBTK ging niet in op de vraag waarom ons antwoord niet gepubliceerd werd. LBC-NVK beloofde dit recht te zetten.