Wij willen hun crisis niet betalen!

In de VS, GB, Eurozone en Japan samen werd in 2009 en 2010 voor maar liefst 3870 miljard € uit de staatskassen gehaald om het financiële en economische systeem recht te houden. Hoewel op die manier een wereldwijde depressie (voorlopig) werd vermeden, kocht men er geen nieuwe periode van stabiele groei mee. Integendeel. Het beetje groei was zeer fragiel en zeer afhankelijk van overheidsstimulansen.

Artikel uit het juninummer van De Linkse Socialist, geschreven door Els Deschoemacker

Daarbij werd de schuldenput van de banken slechts gevuld door het maken van nieuwe schulden, die van de overheden. Het mag duidelijk zijn dat voor de regeringen het gemakkelijke deel nu wel achter de rug ligt. De staatskassen zijn geplunderd, massale schulden werden opnieuw opgebouwd, maar dezelfde crisis staat nog steeds onopgelost voor de deur.

Ook in België groeide de overheidsschuld pijlsnel. “In twee jaar ging kwarteeuw sanering verloren,” kopte De Standaard. “Het geld is op, we moeten nu zwaar ingrijpen”, waarschuwde econoom Geert Noels. Zowat alle partijen beamen deze vaststelling. Diegenen die dachten dat het neoliberalisme (saneren van de staat ten koste van overheidsbescherming) achter de rug lag en we een periode tegemoet zouden gaan van keynesianisme (het stimuleren van de vraag door o.a. de creatie van overheidstewerkstelling en degelijke uitkeringen) zijn eraan voor de moeite. We kregen keynesianisme voor de kapitalistische klasse, wat nu betaald zal worden door een zeer hard neoliberalisme voor de werkende bevolking.

“Geen paniek”, sust Leterme nog in de verschillende debatten. De “socialist” Frank Vandenbroucke is scherper: “We zullen de komende jaren een zeer grote inspanning moeten doen. En we zullen dat niet alleen aan Carlos Britto (AB InBev topman) kunnen vragen. De door de Hoge Raad voor Financiën voorgeschreven besparingsinspanning van 5% van het bbp is een record. En het ergste is dat ze niet zal volstaan. Ze vangt slechts 80% van de vergrijzingskosten op, en dat in de onrealistische veronderstelling dat de hele beschikbare marge naar pensioenen en gezondheidszorg kan vloeien”.

De ene partij is al voorzichtiger dan de andere. Maar eigenlijk kunnen we ons de moeite besparen de verschillend partijprogramma’s te bestuderen. We kunnen beter afgaan op de ervaring die we hebben opgedaan met 30 jaar neoliberaal beleid. Gelijk welke regering we krijgen: één van nationale eenheid, één zonder liberalen en met socialisten of omgekeerd, éen aangevuld met Vlaams-nationalisten of Franstalige communautaristen, met of zonder groenen,… allemaal zullen ze de komende inspanningen (22 miljard € volgens het Planbureau) grotendeels bij ons komen zoeken.

De crisis van het kapitalisme laat zeer weinig ruimte. De kapitalisten voeren een oorlog met de werkende klasse om hun winsten te herstellen. Voorlopig kan schrik overheersen of het idee dat inleveringen nodig zijn om op termijn terug te keren naar de vroegere sociale verworvenheden.

De realiteit kan dat soort ideeën snel doorkruisen. We gaan naar jarenlange ‘snoeiharde’ besparingen, weliswaar met een verschillend ritme in de verschillende landen, afhankelijk van de specifieke omstandigheden en krachtsverhoudingen. Aan de zwakke groei (in ons land amper 0,2%) kan een snel einde komen. Een nieuwe recessie is een waarschijnlijk scenario.

Bestaat er dan geen alternatief op dit systeem van miserie, werkloosheid en armoede voor de meerderheid van de mensheid? Toch wel. De nieuwe generaties zullen de oude lessen van klassenstrijd opnieuw moeten leren. Het zal tijd, strijd en ervaring vergen, maar de ideeën van het wetenschappelijk socialisme zullen schoksgewijs terug ingang vinden.