Superministerraad om te beslissen dat er in de toekomst beslissingen zullen volgen. Ook bij Leterme 1 staat de perceptie centraal
Er was een superministerraad nodig om te beslissen dat over thema’s die reeds op voorhand waren vastgelegd effectief beslissingen zullen worden genomen tegen de zomer. Inhoudelijk werd zo goed als niets overeengekomen op de superministerraad. Deze diende enkel om het beeld te creëren van een regering die de zaken zal in handen nemen. De PS ging verder op dit elan en dreigt ermee de regering te verlaten indien wat reeds werd overeengekomen in het regeerakkoord niet wordt bevestigd op 15 juli.
Voor de PS is het belangrijk om de perceptie van een links imago af en toe hoog te houden en dus werd de boodschap verpakt als een dreigement om de regering te verlaten indien er geen “concrete sociale maatregelen” worden genomen. Het venijn zit meestal in de details: hetgeen wordt geëist, is immers beperkt tot hetgeen waarover reeds een akkoord bestaat. Woordenkramerij dus om het beeld en de perceptie bij te schaven. Intussen heeft PS-minister Magnette minder problemen met een dubieus akkoord met de energiesector.
De methode van de PS is deze van heel de regering. Na de vroegere kritieken van CD&V’ers op de paarse perceptie van Verhofstadt, staat bij hen nu evenzeer de perceptie centraal. Daartoe werd zelfs een “superministerraad” gehouden om eigenlijk over niets te beslissen en vooral met de media te spreken over de thema’s waarover beslissingen zullen worden genomen.
Het is overigens opvallend dat de retoriek van Leterme aan het veranderen is. Hij verklaarde aan RTL-radio dat het communautaire probleem niet unilateraal kan worden opgelost, “de forcing voeren in het parlement is geen oplossing”. Daarmee gaat hij in tegen het standpunt van zijn partij om de splitsing van BHV te laten stemmen in het parlement. Bart De Wever zal tevreden zijn met deze nieuwe bocht bij de aanvoerder van zijn kartelpartner.
De regering zou onder aanvoeren van Leterme tegen 15 juli zowel op communautair vlak als op sociaal-economisch vlak tot akkoorden willen komen. Dat geeft de regering nog zo’n 50 dagen om tot oplossingen te komen voor problemen die intussen bijna een jaar de politieke agenda domineren. Intussen is een grote meerderheid van de bevolking het aanhoudende geruzie rond BHV beu. Er zijn immers prangender problemen, denk maar aan de koopkracht.
Tegen 15 juli zou er ook een akkoord moeten zijn over een reeks sociaal-economische thema’s. De liberalen eisen lastenverlagingen, de PS wil “concrete sociale maatregelen” waarover reeds een akkoord bestond: maatregelen rond de energieprijzen en een dertiende maand kinderbijslag. De inhoud van de “concrete maatregelen” staat niet in verhouding tot de ruchtbaarheid die de PS eraan geeft en het volume waarmee de dreigementen worden geuit. Ook dit is enkel en alleen een aspect van perceptie. Er moet een “links” imago worden gecreëerd als antwoord op eventuele kritiek. Op 1 mei stelde Anne Demelenne (de nummer twee van het ABVV) immers nog dat het standpunt “zonder ons zou het erger geweest zijn” niet zal volstaan.
Deze regering stelt de perceptie centraal om de zelf gecreëerde communautaire problemen te beantwoorden, of beter gezegd uit te stellen tot na de verkiezingen van 2009. Op sociaal vlak valt niets te verwachten, de hoofdeconome van het kabinet Leterme vatte dat als volgt samen: “Op korte termijn is het vooral de afweging van koopkracht versus concurrentiekracht die zal meespelen.” De enige reactie van de PS daarop is om steeds harder te roepen rond enkele beperkte maatregelen waarover reeds een akkoord bestond. Intussen zal de afweging gemaakt worden om de “concurrentiekracht” van de topmanagers en de aandeelhouders te beschermen ten koste van onze koopkracht.