Burgeroorlog op volle toeren in Sri Lanka

In januari besliste de regering van Sri Lanka om alle registers open te trekken in de oorlog tegen de Tamiltijgers (LTTE). In tegenstelling tot wat de Sinhalese nationalistische president, Mahinda Rajapakse, beweert, was de eenzijdige terugtrekking uit het vredesakkoord niet het resultaat van aanvallen door de LTTE. Het was een politieke beslissing die geïnspireerd was door de communalistische JVP (Volksbevrijdingsfront) en JHU (chauvinistisch-boeddhistische partij) die de president steunen in het parlement.

Siritunga Jayasuriya, United Socialist Party (CWI, Sri Lanka). Foto’s vanop een betoging tegen de mediacensuur

[box type=”shadow” align=”alignright” width=”100″]

Foto’s

[/box]

In december waren er discussies over de begroting in Sri Lanka. De JVP en JHU waren bereid de regering te blijven steunen op voorwaarde dat deze zich terugtrok uit het vredesakkoord met de Tamils. De Tamils vormen een minderheid in Sri Lanka en wonen vooral in het noorden en oosten van het land. De legerleiding kondigde bij monde van Sarath Fonseka aan dat het als doel heeft om de LTTE volledig van de kaart te vegen tegen juni 2008.

De door Sinhalezen gedomineerde regering van Rajapakse was te ambitieus met die doelstelling. De Tamil Tijgers zullen niet zomaar verdwijnen zonder bloedvergieten in heel het land. De bevolking van de hoofdstad Colombo en andere regio’s in het zuiden van het land zagen dit reeds op de nationale onafhankelijkheidsdag (4 februari). Bovendien beschikt de LTTE nog steeds over middelen om oorlog te voeren in het noorden, aanslagen te plegen in het oosten en zelfmoordaanslagen in het zuiden van Sri Lanka.

Volgens rapporten van de Verenigde Naties zijn er meer dan een miljoen vluchtelingen in Sri Lanka. In de oostelijke provincie alleen leven meer dan 220.000 mensen die gevlucht zijn tussen april 2006 en maart 2007 nog steeds in tijdelijke opvangkampen. De regering is niet in staat om de oorlogsslachtoffers bij te staan of de vluchtelingen onderdak te bieden.

De Sinhalese nationalistische krachten en de regeringsgezinde media steunden de beslissing van de regering om het vredesakkoord op te zeggen. Dat akkoord hield vijf jaar en tien maanden stand. Rajapakse stelde aan de buitenlandse media dat de buitenlandse druk sterk was toegenomen na het einde van het vredesakkoord. Hij stelde dat hij had opgeroepen aan het APRC (All Party Representative Committee) om met een voorstel te komen.

Deze koepel van partijen kwam met een document van 3,5 bladzijden met als titel: "Acties die moeten ondernomen worden door de president om eerst de relevante grondwettelijke bepalingen door te voeren als eerste stap". Het betekent concreet dat voorgesteld wordt om eerst overal provinciale raden te installeren. Dat werd zogenaamd doorgevoerd met het 13de Amendement van 1987, als onderdeel van een akkoord tussen Rajiv Ghandi en JR Jatawardene. Het werd echter nooit in de praktijk omgezet. In de meeste regio’s zijn er provinciale raden, maar niet in het noord-oosten waar de Tamils wonen.

Deze maatregel staat al 20 jaar in de grondwet en krijgt de steun van de kleine "linkse" partijen zoals de voormalige trotskistische LSSP of de "communistische" partij. De Tamil National Alliance (TNA) verwierp deze maatregel omdat het geen fundamentele oplossing brengt. Opvallend was overigens dat in het overleg van de koepel van alle partijen de belangrijkste oppositiepartij UNP niet vertegenwoordigd was en ook de regeringspartij JVP bleef afwezig.

Het debat zal verdergaan, maar wij denken dat Rajapakse niet bereid is om het 13de Amendement effectief te realiseren. Hij wil het enkel gebruiken als propagandistisch element tegenover de westerse regeringen en tegenover India.

De oppositiekrachten worden steeds meer geïntimideerd door de regering die geen verzet wil tegen haar openlijke oorlog tegen de LTTE in het noorden. De belangrijkste oppositiepartij – het burgerlijke UNP – toont waar de Sinhalese kapitalisten voor staan. De partij verliet haar positie over de nationale kwestie en vermijdt nu om ook maar iets te doen tegen de oorlogsplannen van de regering. De oppositie werd maar heel even wakker toen het posters liet aanbrengen tegen de stijgende levensduurte. Maar van verzet tegen de oorlog of de schendingen van de mensenrechten is absoluut geen sprake.

De toenemende inflatie bereikt recordhoogtes in Sri Lanka. Nu gaat het om 21% per jaar volgens de Centrale Bank. Dat is een conservatieve inschatting van een orgaan dat niet onafhankelijk is, maar onder de controle van Rajapakse staat. De regering schuift alle schuld af op de wereldmarkt. Een kopje thee kostte twee jaar geleden 5 Roepees, nu is het meer dan 20. Een kokosnoot, een belangrijk ingrediënt in Sri Lanka, kostte 12 Roepees en nu 40 tot 45.

Ondanks die achtergrond, blijft het stil bij de vakbondsleiders. De meeste vakbondsleiders komen uit de Sinhalese bevolking. De nationalistische druk is een belangrijk obstakel voor de klassenstrijd. De vakbondsleiders zwijgen over de oorlog omwille van de doodsbedreigingen en de doodseskaders van de regering. De moorden en ontvoeringen in Colombo nemen opnieuw toe. De afgelopen twee maanden was er een sterke toename van het aantal moorden. Zo werden toegetakelde lijken gevonden in Anuradhapura. Volgens een medisch onderzoek werden alle slachtoffers daar getroffen door kogels in het hoofd.

Naast de zowat dagelijkse ontvoeringen en moorden op Tamils, zijn er ook heel wat aanvallen op journalisten. Wie iets durft te schrijven over de oorlog wordt opgezocht door gewapende groepen. Vorig jaar werden er 14 journalisten omgebracht. Op 14 februari was er een protestbetoging daartegen van de arbeiders uit de mediasector. Ook de USP steunde deze betoging.

De belangrijkste vakbonden blijven de regering steunen. Het gaat om vakbondsleiders die deel uitmaken van de traditionele "linkerzijde". De socialisten en militante vakbonden, zoals bij de leraars en in de gezondheidszorg, komen op voor gezamenlijke vakbondsacties. Jammer genoeg is er geen enkele overkoepeling meer van vakbonden, ook al werken sommige bonden wel samen.

Wij brengen de noodzaak naar voor van een algemene arbeidersraad die democratisch discussieert en beslist over de acties die nodig zijn om loonsverhogingen te eisen en onze rechten te verdedigen.

In de oorlogsgebieden is de situatie verschrikkelijk. De inflatie en de afwezigheid van essentiële middelen (medicijnen, voedsel,…) in de oorlogszone is immens. Zowat 600.000 inwoners van het schiereiland Jaffna zijn van de rest van het land afgesloten sinds de enige verbindingsweg, de A9 autoweg, werd afgesloten in augustus 2006 omwille van veiligheidsredenen. In Jaffna zijn de prijzen voor goederen en diensten 100 tot 300% duurder dan in de rest van het land. En dat zal er niet op verbeteren als de oorlog verder wordt gezet.

De regering zet alles in voor de oorlog en hoopt publiekelijk dat de LTTE zal uitgeroeid zijn tegen augustus. Dat perspectief was niet realistisch en de legerleider, Sarath Fonseka, moest de doelstellingen wat bijschaven. President Rajapakse stelde uiteindelijk dat het wellicht één tot anderhalf jaar zou duren vooraleer de LTTE volledig zou worden verslagen.

In een interview met de Daily Mirror stelde presidentieel adviseur Basil Rajapakse (de broer van de president): "Dit conflict duurt al drie decennia, het is geen nieuw fenomeen. Waarom zou deze regering er niet mee verder kunnen gaan?". Het opdrijven van de oorlog krijgt amper internationale media-aandacht. Geen enkele regionale macht wil iets doen om een oorlogssituatie in het land te vermijden. De meeste internationale krachten wachten op het resultaat van de huidige etnische oorlog vooraleer ze positie zullen innemen.

Op dit cruciale ogenblik komt het er voor socialisten op aan om de arbeidersbeweging te organiseren tegen de nationalistische druk en oorlogsvoering van de regering, maar ook tegen de aanslagen op onschuldigen door de LTTE. Wij staan voor onafhankelijke klasse-actie van de vakbonden. Enkel de arbeidersklasse kan de oorlog tegen houden.