CAP: lessen trekken uit de uitslag
Met 21.252 stemmen voor de senaat (0,32%) – 8.277 of 0,33% voor het Frans kiescollege en 12.938 (0,32%) voor het Nederlands kiescollege – en 20.083 voor de kamer (0,30%) haalt CAP nauwelijks meer dan LSP in de Europese verkiezingen van 2004 (Toen behaalde LSP in Vlaanderen 14.166 stemmen (0,35%) en in Wallonië 5.675 of 0,23%).
Dat is minder dan verhoopt, zeker afgaand op de goede kiescampagne en de respons die we kregen, daar waar we in staat waren ons project uit te leggen. In Vlaanderen behaalde PvdA+ voor de senaat drie maal zoveel, nl. 34.768. In Wallonië behaalden zowel PTB+ met 20.039 stemmen als de PC met 19.632 stemmen meer dan het dubbele van CAP. Dat CAP in Peer 5,32% behaalt met oud SP.a-burgemeester Jules D’Oultremont illustreert het potentieel, maar we zijn er niet in geslaagd dat elders mee te laten spelen. Hoe denken we dat te kunnen verklaren en hoe moet het nu verder?
Uiteraard is er de vaststelling dat zowel PC als PvdA al decennia meedraaien, terwijl het CAP pas bestaat en bij grote delen van de kiezers een totale onbekende is. We weten wat dat betekent, bij haar eerste deelname aan de senaatsverkiezingen in Vlaanderen in 2003 moest LSP tegen hetzelfde fenomeen opboksen en haalden we 8.337 stemmen, een jaar later waren dat er in de Europese 14.166. Bovendien werd CAP – voor de PC en de PvdA was dat niet veel beter – volledig geweerd uit de media. In een tijdperk waaarin verkiezingen vooral via de media worden gestreden en de klassieke folders en aanplakborden de uitslag slechts marginaal beïnvloeden, is dat een grote handicap. CAP had met een budget van 20.000 euro wellicht het laagste budget van alle partijen.
Voorts werd teveel tijd verspild aan discussies die te lang aansleepten en onze kansen om CAP in te planten, op te bouwen en te profileren ondermijnden. CAP had er van bij het begin voor gekozen een nationale formatie te zijn, waarin iedereen die bereid is zich te verzetten tegen het neoliberalisme welkom is en zijn/haar eigen identiteit kan behouden. Dat was de basis waarop LSP zich in het CAP engageerde. Langs franstalige kant ontstond echter uit een oproep in La Libre Belgique “Une Autre Gauche”. Dat vertrok van een totaal andere visie: een confederaal model, met 2 verschillende leidingen, en een stel regeltjes die het recht op de eigen identiteit aan banden legden. Het duurde echter tot februari 2007 vooraleer hierover duidelijkheid werd gecreëerd. In december nog beweerden sommigen dat CAP mislukt was, de interne moeilijkheden werden door concurrenten aangegrepen om CAP voor te stellen als een ruzie makende bende, de franstalige CAP als een MAS+, etc… Zoals we weten scoren partijen die verscheurd worden door intern getwist doorgaans slecht, zeker als ze in de ogen van de meeste kiezers nog niet eens bestaan.
De drie initiatiefnemers, Georges Debunne, Lode Van Outrive, maar vooral Jef Sleeckx, hebben een sleutelrol gespeeld in het op getouw zetten van CAP en we zijn hen daar dankbaar voor. Helaas was geen van de drie bereid bij de verkiezingen, voor Jef wegens begrijpelijke familiale redenen, deel te nemen namens CAP, iets waarvan veel CAP-leden, inclusief LSP, nochtans waren uitgegaan. Had Jef deelgenomen, dan waren we wellicht, zoals de PvdA, uitgenodigd voor “Doe-de-stemtest” en hadden de media veel meer aandacht besteed aan CAP. Dat zou een forse hulp geweest zijn om ons project en de naam CAP te populariseren. Het is trouwens om die reden, de weigering van Jef om kandidaat te zijn in de verkiezingen, dat de PvdA eind vorig jaar weigerde in te gaan op een voorstel voor een kartel PvdA-CAP in Antwerpen. Alsof dat niet volstond, pleitte een kleine minderheid in CAP voor het voorstel van Groen! om als CAP-kandidaten een rode band te vormen op de Groen!-lijsten, een voorstel dat met ruime meerderheid (90%) door CAP werd afgewezen, maar tegelijk bijdroeg aan de voortdurende onduidelijkheid, ook al omdat enkelen die beslissing naast zich neerlegden en toch kandidaat waren voor Groen!, iets waarvoor de pers het vermelden van CAP wel de moeite waard vond.
Sommigen pleitten ervoor niet aan deze federale verkiezingen deel te nemen, maar integendeel te wachten tot de regionale en Europese verkiezingen in 2009. Samen met de meerderheid van CAP vond LSP dat geen goed idee. Nu al ligt het generatiepact anderhalf jaar achter de rug, de situatie is meer dan rijp voor een nieuwe, brede arbeiderspartij. Het ongenoegen in de maatschappij over het neo-liberale beleid is enorm, dat hebben we gezien in talloze spontane stakingen en wordt verkiezing na verkiezing bevestigd door de grote stemverschuivingen, al is dat helaas door onze afwezigheid in de media en onze beperkte financiële middelen nog niet in de richting die wij wensen. Bovendien zal de komende regering het neoliberale beleid nog verstrakken, de openbare diensten fors aanpakken en mogelijk het stakingsrecht onder meer via de invoering van een minimumdienst in sommige bedrijven en sectoren verder aan banden leggen. Zorgen dat de naam en het project van CAP tegen dan gekend is, was van cruciaal belang. Als we pas in 2009 voor het eerst zouden deelnemen zouden we hopeloos achterop lopen op de feiten.
Iedere syndicalist kan in geuren en kleuren beschrijven hoe éénheid gesmeed wordt in actie en zelden bekomen wordt door abstracte discussie. De meerderheid van CAP was ervan overtuigd dat we geen potten zouden breken in deze verkiezingen, al hadden de meesten, ook LSP, op een iets betere uitslag gerekend. Dat weegt echter niet op tegen de kameraadschap en de vlotte samenwerking die in de loop van de campagne tot stand kwam tussen mensen die nochtans uit zeer verschillende hoeken komen: ex-SP’ers, ex-Agalev’ers, LSP’ers, politieke onafhankelijken, ACV’ers en ABVV’ers etc… We hebben geen denderende uitslag behaald en evenmin wat we gehoopt hadden, maar we hebben in de loop van de campagne een hechtere éénheid gesmeed en CAP, hoe bescheiden ook, op de politieke kaart gezet.
Tenslotte wensen we enkele tekortkomingen in de campagne aan te halen. We vinden dat het tijd wordt om de oeverloze discussies achter ons te laten. Dat betekent niet dat we geen discussies meer willen aangaan met groepen die een ander project voorstaan, maar deze discussies mogen de opbouw van CAP niet opnieuw maandenlang verlammen. Voorts denken we dat onze verkiezingsaffiche “Een andere politiek is mogelijk” te vaag was, waardoor veel mogelijke kiezers niet echt wisten waar ze het Comité voor een Andere Politiek konden situeren. In die zin waren de affiches van PC en die van PvdA veel duidelijker. Het ontbrak ons eveneens aan een duidelijk thema: ‘genoeg ingeleverd’ of ‘tegen ongelijkheid’ of iets dergelijks had ons beter gepositioneerd ter linkerzijde. Tenslotte hebben we steeds weer de noodzaak benadrukt van een kort en bondig tienpunten-programma, waarvan de essentie als het ware bij één oogopslag kon worden opgenomen. Helaas bleef het bij het zeer goede, maar voor verkiezingen veel te uitgebreide programma op de website.
De Linkse Socialistische Partij is niet tevreden met de uitslag van CAP, wel met het verloop van de campagne en de hechte groep die daarin gesmeed werd. De nood aan een nieuwe, brede arbeiderspartij zal zich echter telkens opnieuw stellen. Om daarop in te spelen heeft CAP de eerste fundamenten gelegd. Daarop moeten we nu verder bouwen. We hopen dat in de toekomst meer groepen en individuen hun weg naar CAP zullen vinden en CAP met evenveel ijver zal blijven tussen komen in sociale conflicten als ze eerder deed aan De Post, Volkswagen en Opel. CAP zal misschien nooit “de nieuwe arbeiderspartij” worden, maar een marathon loopt men pas als men beetje bij beetje heeft opgebouwd. CAP is daartoe de eerste aanzet en terwijl CAP zichzelf opbouwt zullen we steeds open staan om samen te werken te fusioneren of zelfs aan te sluiten bij groepen die met ons die nieuwe partij willen opbouwen.