Traditionele politici proberen EU en globalisering te verdedigen
Dit weekend bracht De Morgen een dubbelinterview met Karel Van Miert en Guy Verhofstadt over de Europese Unie naar aanleiding van 50 jaar EU. Enkele pagina’s verder mocht Karel De Gucht in deze regeringskrant een uitgebreid pleidooi houden ter verdediging van de globalisering. Opvallend is dat De Gucht er nog het meest kritisch uit lijkt te komen. In een waarschuwing voor “links populisme” roept hij de topmanagers en aandeelhouders op om ook wat te “matigen”…
Van Miert (SP.a) verdedigt het neoliberale Europa
In het dubbelinterview met Van Miert en Verhofstadt in De Morgen van dit weekend valt op dat beiden het zowat over alles eens zijn. Uiteraard werd enkel over Europa gesproken, maar daar worden toch ook heel wat beslissingen genomen. Denk maar aan de vele liberaliseringen die vanuit Europa door ons strot worden gejaagd.
De liberaal Verhofstadt en de EU-liberaal Van Miert (SP.a) zitten echter op één lijn. Het deed de journalist zelfs aan Van Miert vragen of hij op 10 juni wel voor de SP.a zal stemmen… Natuurlijk zal Van Miert voor de SP.a stemmen, maar de verschillen tussen liberalen en sociaal-liberalen zijn blijkbaar bijzonder klein geworden.
In het interview stelt Van Miert dat het probleem van de EU uiteindelijk bij ons ligt. De liberaliseringen vormen op zich geen probleem. Neen, het is de "publieke opinie" die het probleem vormt. Van Miert: "We zitten dieper in de problemen dan we soms willen toegeven. Voor het eerst is er een probleem met de publieke opinie. Vroeger kon je dat omzeilen. Je deed wat aan diplomatie, schreef een verdrag en alles werd opgelapt. Die tijd is voorbij: de bevolking is niet meer mee."
Om zeker te zijn dat hij duidelijk is, voegt hij er een voorbeeld aan toe: "Neem nu de Bolkesteinrichtlijn. Ik ben daar voor en ik kan dat sociaal en economisch verklaren. Maar als de mensen er geen trek in hebben, moet je er niet mee doorgaan. Beter is dat je het aanpakt in fasen, zoals we eigenlijk altijd gedaan hebben. De liberalisering van de telecom hebben we er ook niet in één ruk doorgejaagd."
Tegen de Bolkesteinrichtlijn (de liberalisering van de dienstensector) was er heel wat protest van onder meer de vakbonden. Ook een aantal partijgenoten van Van Miert namen deel aan protestbetogingen tegen die richtlijn, maar Van Miert meent dat de kern van die richtlijn er toch moet komen. Onder druk van de “publieke opinie” moet het voor hem dan maar gefaseerd doorgevoerd worden. Het resultaat is echter hetzelfde. Kijk maar naar de telecomsector. Als Belgacom vandaag ruim 10.000 werknemers minder telt dan voor de liberaliseringen en er nog eens 1.500 op straat wil zetten, dan is het resultaat van die liberalisering bijzonder voelbaar en concreet. Van Miert wil nu hetzelfde in andere sectoren.
Daartoe is er volgens hem nood aan een doeltreffend Europees optreden. Van Miert wil meer van het zelfde neoliberale Europa en vestigt daarbij heel wat hoop in de conservatieve Duitse kanselier Angela Merkel. Hij stelt dat Merkel een minder nationalistische houding heeft dan Schröder (nochtans een sociaal-democratische “kameraad” van Van Miert). Ook Verhofstadt vindt de christen-democratische Merkel blijkbaar wel sympathiek. Het doet bij hem de hoop terug opleven dat het tot een Europese Grondwet zou komen. Eerder werden het project van Europese Grondwet weggestemd met referenda in Nederland en Frankrijk. Maar Verhofstadt blijft dromen, ook al zal enige ijdelheid daarbij niet vreemd zijn. Het idee om een verdrag te krijgen met de naam “Grondwet” kwam van de regering-Verhofstadt tijdens de Europese top in Brussel in 2001…
De Gucht: “Grote winnaars van globalisering zijn aandeelhouders van multinationals”
Terwijl Van Miert en Verhofstadt dromen van een EU zonder “publieke opinie” en zonder verzet tegen de liberaliseringsplannen, vindt de liberale minister Karel De Gucht dat er daartoe ook concrete stappen zullen moeten komen. Het verzet van de publieke opinie tegenover de globalisering moet gecounterd worden met een positief signaal van de aandeelhouders en topmanagers dat ook zij bereid zijn om te “matigen”.
Dat stelt De Gucht in een opvallend en uitgebreid standpunt dat hij schreef voor De Morgen. Daarin geeft hij alvast toe dat de aandeelhouders van de multinationals de “grote winnaars” van de globalisering zijn. De Gucht zegt dat niet om die aandeelhouders te bekritiseren of om uit te halen tegen de globalisering. Neen, hij haalt het aan in een stuk dat de verdediging opneemt van de globalisering.
Volgens De Gucht is er ongenoegen en wantrouwen onder de bevolking en is er het gevaar van “populisme” uit vakbondshoek of ter linkerzijde. Dat komt deels omdat gewone arbeiders moeten inleveren terwijl topmanagers “fenomenale salarissen” innen. De Gucht: “De grote winnaars van de moderne wereldeconomie zijn de aandeelhouders en het leidinggevende kader van internationale ondernemingen. (…) De salarissen van bedrijfsleiders en andere directeurs van multinationale ondernemingen zijn fenomenaal, zeker in de VS.”
Om dat punt duidelijk te maken, verwijst De Gucht naar de loonspanning tussen topmanagers en arbeiders: “Twintig jaar geleden was het totale vergoedingspakket van een topmanager ongeveer veertigmaal het loon van een gemiddelde werknemer. Vandaag is het gestegen tot 110-maal. Bij ons in Europa is die spanning veel kleiner, maar de jongste vijftien jaar is zij ook hier sterk toegenomen. Het meest controversieel zijn de uitermate riante opstappremies.” De Gucht heeft daar geen fundamenteel probleem mee, maar het leidt er volgens hem toe dat de arbeiders die moeten besparen een wantrouwen ontwikkelen tegenover die globalisering. Als de verdeling van de rijkdom zo evident is, kan het natuurlijk niemand verbazen dat er vragen worden gesteld…
De Gucht erkent dat “gewone arbeiders en bedienden op het hart wordt gedrukt dat ze hun looneisen moeten matigen, willen de bedrijfsvestigingen waarin ze werken concurrentieel blijven.” Dat wordt niet zomaar aanvaard als er tegelijk megawinsten en superlonen voor topmanagers zijn. Nochtans heeft De Gucht geen probleem met de druk op onze lonen, “vanuit een zuivere economische analyse onderschrijf ik dat pleidooi” [over loonmatiging]. Maar dat “matigingspleidooi is politiek niet altijd makkelijk te verkopen tegen de achtergrond van vorstelijke salarissen aan de top en het nog nooit zo hoge aandeel van de bedrijfswinsten in het totale inkomen van onze economie. De laatste jaren zijn de reële lonen veel minder snel gestegen dan de productiviteit.”
Vandaar zijn oproep: “De top van het westerse bedrijfsleven moet goed beseffen dat zij ook beter wat matigt om populistische tendensen niet in de kaart te spelen. Men mag nooit uit het oog verliezen dat een markteconomie haar morele en politieke legitimiteit ontleent aan de veronderstelling dat inkomen grosso modo overeenstemt met de bijdrage aan de economie. Die legitimiteit moet gevrijwaard blijven.”
Het is opvallend dat de traditionele politici de verdediging van het kapitalisme moeten opnemen. De ene politicus doet dat al iets doordachter dan de andere, maar wij onthouden toch vooral het feit dat een dergelijke verdediging betekent dat het kapitalisme niet zomaar aanvaard wordt en dat er wel degelijk een ruimte is voor een kritiek op dit systeem. Dat is natuurlijk zo verrassend tegen de achtergrond van massale aanvallen op onze levensstandaard op een ogenblik dat er recordwinsten worden geboekt… De paarse politici hebben daar geen antwoord op. Integendeel, ze pleiten voor meer van dezelfde politiek. Wij denken dat er daartegenover nood zal zijn aan een andere politiek.