Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel?
Na de branden in een aantal krotwoningen in Parijs die aan meer dan 60 mensen het leven hebben gekost lijkt het er op dat dit probleem in Vlaanderen ook opnieuw op wat meer belangstelling kan rekenen. Wat echter nogmaals blijkt is dat er ondanks alle beloftes om aan dit probleem iets te doen er nog steeds geen fundamentele stappen vooruit zijn genomen om hieraan een einde te maken. Er is een Vlaamse wooninspectie die kan optreden tegen verkrotting (en dit ook doet) maar er zijn lang niet voldoende inspecteurs om alle woningen te controleren en de procedures zijn niet zo eenvoudig.
Karel Mortier
Daarnaast is het vaak zo dat er voor mensen die in een krot wonen geen alternatief is om die mensen op te vangen als een woning onbewoonbaar werd verklaard. Veel mensen hebben schrik om contact op te nemen met de inspectie omdat ze bang zijn dat ze straks op straat staan. Veel stadsdiensten aarzelen ook om op te treden omdat ze dan ook voor de nodige opvang moeten zorgen voor die mensen, wat niet overal en altijd even evident is.
Het helpt ook niet dat de Vlaamse regering, onder druk van de vastgoedlobby, vlak voor de verkiezingen de leegtandsheffingen, die een belangrijk instrument waren in de strijd tegen de leegstand en de verkrotting zo goed als heeft geschrapt. Er zijn immers zoveel achterpoortjes in de nieuwe regels ingebouwd dat je niet echt meer van een werkbaar instrument kan spreken, voor zover dat in het verleden al het geval was. Een aantal steden en gemeenten zoals Leuven hebben die taak dan overgenomen, al was het maar om de extra inkomsten, maar van een gecoördineerde strijd tegen de leegstand en verkrotting op Vlaamse niveau is op die manier geen sprake. Als er dan al eens iets gedaan wordt, zoals in Gent, dan verplaatst men meestal het probleem. Een ander probleem is immers dat het woningbestand in Vlaanderen vrij oud is waardoor als er één woning wordt opgeknapt er onmiddellijk een nieuw krot in de plaats komt. Het aantal woningen van slechte kwaliteit blijft dan ook gelijk.
De cel Woonbeleid van de stad Gent kwam na een onderzoek naar de kwaliteit van de woningen in een aantal wijken met cijfers voor de dag waaruit zou blijken dat meer dan 70% van de woningen in de Brugse Poort en het Rabot ongeschikt of niet meer bewoonbaar zou zijn. In Dampoort zou dat iets meer dan de helft zijn. De stad haastte zich om te zeggen dat het allemaal niet zo erg is als het lijkt en dat men meestal mits een aantal kleine herstellingen de ergste problemen aan de woningen kan verhelpen.
Marleen Goeffers van de cel Woonbeleid stelde dat het uiterlijk van de woning niets zegt over de kwaliteit van de woning. Een woning die er van buiten slecht uit ziet kan van binnen best in orde zijn en omgekeerd. Dit zal dan wel zo zijn maar deze retoriek staat in schril contrast met deze van datzelfde stadsbestuur op het moment dat ze hun stadsvernieuwingsprojecten in de Brugse Poort en Rabot door de strot van de wijkbewoners duwden.
In publicaties van het stadsbestuur was er altijd sprake van ‘krotten’ die men wilde afbraken om ‘zuurstrof’ te brengen in deze wijken. Nu is het allemaal niet zo erg en volstaan meestal aantal kleine herstellingen van de eigenaars om het probleem op te lossen. Een woning is blijkbaar maar een krot wanneer het stadsbestuur er een park wil aanleggen. Op een moment dat zuurstof in de stadskas belangrijker is dan die in de wijken steekt het echter niet meer zo nauw.
Iemand als Mia Doornaert stelde naar aanleiding van die branden zowaar dat er een schrijnend tekort is aan sociale woningen, in Parijs. In Vlaanderen en niet in het minst in Brussel is de situatie echter zeker niet beter. Moeten we wachten op ongelukken vooraleer men ook hier in actie schiet?