Eindeloopbaandebat. Het uur van de waarheid nadert: actieplan nodig!
De komende dagen zal de regering naar voor komen met haar voorstellen inzake het brugpensioen. Daartoe baseert de regering zich op een nota van minister Freya Van den Bossche waarin de grote lijnen van de aanval op het brugpensioen reeds naar voor komen. Wij gaan na waarover het eindeloopbaandebat gaat en hoe hierop moet worden gereageerd.
Anja Deschoemacker
Waarover gaat het eindeloopbaandebat?
Dit debat gaat over datgene wat de Belgische burgerij al sinds de jaren ’80 wil, maar waar ze niet echt in slaagt: de sociale zekerheid afbreken. De sociale zekerheid werd verworven na de tweede wereldoorlog om door arbeidersstrijd steeds uitgebreid te worden tot midden jaren ‘70. Vanaf eind jaren ’70 komt het door het inzetten van een periode van depressie onder druk te staan.
Wat zijn de voorstellen van de regering?
Eerste vraag zou moeten zijn: is er wel nog een regering? Minister van Werk Freya Van den Bossche (SP.a) produceerde “Actief ouder worden”. In deze nota staan voorstellen die zowel voor de vakbonden als voor de PS onaanvaardbaar zijn, zoals de feitelijke afschaffing van het brugpensioen, het malussysteem voor pensioenen (een boete van 4% op je pensioen per jaar dat je vervroegd uittreedt),… De nota is dan ook geen regeringsnota maar een verzameling van voorstellen, samengebracht door la Freya en Verhofstadt.
De algemene raad van het ACV stemde hierop 13 breek- en knelpunten, waaronder niet weinig voorstellen uit de nota. Als de regering niet met een andere basisonderhandelingsnota komt of in die nieuwe nota die breekpunten opnieuw opneemt, dan beslist het ACV op 20 september om niet te onderhandelen, maar te beginnen met de mobilisatie. Daarbij wordt verwezen naar de enorme stakingsbeweging in 1977, die de regering deed vallen.
Er kwam een ander voorstel, evenmin een regeringsvoorstel, maar een persoonlijk werkstuk van de Minister van Sociale Zaken Rudy Demotte (PS). In tegenstelling tot “Actief ouder worden” wordt deze nota toegejuicht door het ACV en welwillend ontvangen door het ABVV. De nota-Demotte gaat lijnrecht in tegen de voorstellen van VLD, MR et SP.a: alternatieve financiering door hogere BTW-ontvangsten, wat vooral de armsten het hardst zou raken. Het Planbureau – gevolgd door de Nationale Bank en de NAR – stelt bovendien dat dit de economie zou belasten.
In een notendop stelt Demotte een zeer forse lastenverlaging voor, maar niet lineair. Demotte wil de lasten op de laagste lonen (en op die van de 50-plussers) verlagen, die op de hoogste lonen verhogen. Bovendien wil hij alle inkomsten belasten, ook de roerende en onroerende inkomsten. Onderdeel van het voorstel is ook de zogenaamde “robottaks”. In tegenstelling tot alle andere partijen stelt Demotte voor om de uitkeringen te koppelen aan de welvaartstijging.
Wat zijn de internationale tendenzen?
In alle Europese landen zijn grote aanvallen gebeurd op het pensioenstelsel. Geprobeerd wordt om “de activiteitsgraad van oudere werknemers” op te trekken, lees de pensioenleeftijd te verhogen. In België ligt die activiteitsgraad laag, vooral omwille van de hoogproductieve economie met een haast ondraaglijke werkdruk, die werkenden zeer snel verslijt.
Het spreekt vanzelf dat de Belgische burgerij niet wil onderdoen voor haar collega’s in het buitenland. Maar feit is dat de Belgische pensioenen al hervormd zijn, niet in één klap, maar op basis van de salamibesparingen van de laatste 20 jaar. De loopbaanvereiste voor een volledig pensioen is 45 jaar (sinds 1997 ook voor vrouwen). Dat behoort bij de hoogste in Europa, terwijl de pensioenuitkeringen bij de laagste in Europa zijn (meer dan 60% van de gepensioneerden ontvangt minder dan 1000 euro/maand).
Zijn de pensioenen onbetaalbaar?
Welneen! Waar in 1980 5,4% van het bruto binnenlands product (bbp) werd besteed aan pensioenen, is dat vandaag 5,2%. De tekorten in de sociale zekerheid zijn verwaarloosbaar vergeleken met de totale geproduceerde rijkdom: in 2003 een tekort van 0,5% van het bbp, in 2004 0,1%. Ten tweede wordt er over de laatste vijf jaar bekeken nog steeds een overschot geboekt (in 2000 een overschot van 0,6% van het bbp, in 2001 van 0,7% en in 2002 van 0,3%). Bovendien geeft de overheid, ondanks een forse stijging van de werkloosheid en de kosten van de gezondheidszorg, nog steeds slechts 16,7% van het bbp uit aan sociale zekerheid, tegenover 16,2% in 1980.
Wat te doen?
LSP zal, met alle middelen die tot haar beschikking staan, meevechten in het syndicale gevecht tegen de afbraak van onze verworven rechten. Onze syndicale militanten zullen binnen de twee grote vakbonden de noodzaak aan een actieplan verdedigen. Enkel door het opbouwen van een krachtsverhouding door betogingen, acties, stakingen en algemene stakingen zullen we erin slagen het onderste uit de kan te halen, onze verworven rechten te behouden en uit te breiden met een absoluut noodzakelijke verhoging en koppeling van de uitkeringen aan de welvaartsindex.
We zullen anderzijds niet de PS-voorstellen verdedigen. De PS – en de vakbondsleidingen – gaan fundamenteel akkoord met het argument van de “te hoge loonlasten”. Wij daarentegen denken dat de arbeidersklasse voldoende sterk is om de aanval op de globale lonen (inclusief sociale zekerheid) af te slaan, indien hiervoor binnen de vakbonden een strategie wordt uitgewerkt.
De sociale zekerheid is niet onbetaalbaar. Het toekomstige “tekort” wordt niet veroorzaakt door de vergrijzing, maar bewust georganiseerd door de continue daling van de overheidstussenkomst en van de zogenaamde patronale bijdragen. Het is daartegen dat we moeten ageren, zonder in onderhandelingen te stappen die de structuur zelf van de sociale zekerheid ondermijnen.