Hong Kong. Massale herdenking van Tienanmen is waarschuwing voor Chinese leiders
Op 4 juni werd de harde repressie tegen de tienduizenden betogers op het Chinese Tienanmen plein in 1989 herdacht. Op de herdenking, die enkel in Hong Kong op legale wijze mogelijk is, waren er maar liefst 150.000 mensen. Er was nochtans een verschrikkelijke regenbui waardoor het park onder water stroomde en de actie na 50 minuten werd afgeblazen.
Militanten van het CWI uit Hong Kong en China voerden de hele dag campagne aan de drie stands die we in het park hadden. We haalden daarbij meer dan 30.000 HK dollar (een kleine 3.000 euro) steun op voor onze socialistische strijd tegen de dictatuur.
Volgens de organisatoren waren er op de enige legale herdenking in China zowat 150.000 aanwezigen. De politie zag traditiegetrouw heel wat minder aanwezigen, het politiecijfer was 54.000. De opkomst en de vastberaden sfeer was indrukwekkend. Het was immers niet evident om in de gietende regen actie te voeren. De nieuwe leiders van de Chinese ‘Communistische’ Partij hebben heel wat redenen om bang te zijn van dit krachtige antwoord van een stad waar de strijd voor democratie wordt opgevoerd. Het protest vormde ook een uitdrukking van de groeiende antiregeringsgevoelens die een opmars kennen doorheen China.
Groeiende censuur en repressie
De herdenking van het gewelddadig neerslaan van de beweging in 1989 wordt streng gecensureerd op de sociale media in China. In de weken voor 4 juni wordt het toezicht op pro-democratische dissidenten opgevoerd. Onder de nieuwe leiding van Xi Jingping was de overheidsrepressie dit jaar nog uitdrukkelijker dan vorig jaar. Verwanten van de slachtoffers werden opnieuw onder huisarrest geplaatst en ook andere critici ondergingen dat lot. “We mogen al dagenlang niet buitenkomen… Het is erg lastig voor mij om zelfs met u te kunnen spreken”, verklaarde Zhao Baozhu, de schoonbroer van Tienanmen veteraan Li Wangyang, aan de South China Morning Post. Li werd tot 21 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens de poging om stakingen te organiseren in 1989. Toen hij ook in gevangenschap aan zijn standpunten vasthield, werd hij dood terug gevonden in de cel. Dat was op 6 juni vorig jaar. Enkele dagen eerder had hij een interview gegeven aan de televisie van Hong Kong.
Een jongere uit de provincie Fuijan die op de herdenking was en in beeld kwam bij de televisie van Hong Kong terwijl hij een bord vasthield met de slogan ‘Bedankt, Hong Kong’, werd bij zijn terugkeer thuis opgepakt. Ondanks de dreigementen en de repressie waren er naar schatting zowat 10.000 Chinezen vanop het vasteland naar Hong Kong afgezakt om mee te betogen.
De repressie in de aanloop naar 4 juni is een uitdrukking van de breder verspreide toename van staatsrepressie onder de nieuwe leiding. Deze leiding belooft de grootste golf van pro-kapitalistische structurele hervormingen sinds het bewind van Zhu Rongji 15 jaar geleden, maar iedere hoop op politieke openingen werd meteen de kop ingedrukt. Ding Zilin die aan het hoofd staat van de protestgroep ‘Moeders van Tienanmen’ en wiens zoon in 1989 omkwam, was een van de 100 ondertekenaars van een open brief aan Xi Jingping om aan te klagen dat Jingping zich verzette tegen democratisering. De brief had als titel ‘Hoop verdwijnt, wanhoop komt dichterbij’. In de brief werd gesteld dat het regime ‘grote stappen achteruit’ zet in de richting van meer autoritaire controle.
Angst voor revolutie
Deze toename van repressie onder Xi bevestigt onze eerdere waarschuwingen en maakt duidelijk dat de hoop van sommigen op een verandering onder de nieuwe leiding verkeerd was, binnen de heersende elite is er immers een consensus. De elite blijft vasthouden aan de politiek die door Deng Xiaoping werd uitgezet – Deng was overigens diegene die bevel gaf tot het bloedbad van 1989. Die politiek bestaat uit een door de staat gecontroleerde kapitalistische economische ontwikkeling en markthervormingen die hand in hand gaan met een onverminderde autoritaire controle.
In de eerste maanden van het bewind van Xi was er een toename van de nationalistische retoriek en waren er enkele symbolische maatregelen tegen corruptie. Beide elementen dienen enkel om de controle van Xi te consolideren. Hij verwijst in woorden regelmatig naar Mao, maar doet dit enkel om het CCP-bewind te verdedigen en zeker niet om het ‘linkse’ economische beleid van Mao terug naar voor te schuiven. Tegelijk heeft Xi een nieuw verbod opgelegd waardoor zeven thema’s niet langer mogen bediscussieerd worden aan de universiteiten. Het gaat onder meer over ‘persvrijheid’, ‘democratische rechten’ en opmerkelijk ook ‘de privileges van de kapitalistische klasse’. Het geeft aan hoe de ‘maoïstische orthodoxie’ op vlak van autoritair bewind wordt gebruikt om de macht van de superrijke elite in China te verdedigen.
De grotere greep van de ‘rode prinsen’ (afstammelingen van CCP-leiders) op de nieuwe leiding vormt een keerpunt in China. De heersende elite verwerpt zelfs beperkte democratische ‘hervormingen’ die haar enorme rijkdom zou bekend maken onder bredere lagen en die de deur zou openen voor massaal verzet. Het dilemma voor de Chinese dictatuur is evenwel dat het strakker aanhalen van de repressie de mogelijkheid van revolutionaire uitbarstingen versterkt. De opstanden die voor ons liggen, kunnen die van 1989 in de schaduw plaatsen.
Controverse in Hong Kong
De herdenking in Hong Kong leidde dit jaar tot meer controverse en discussie. Dat is een gevolg van de groeiende radicalisering en een diepere regeringscrisis, naast een toenemende desillusie in de weinig efficiënte burgerlijke ‘pan democraten’. Een krantencommentator omschreef die burgerlijke democraten als ”zonder ruggengraat”. De vijandigheid tegenover de CCP leidt steeds meer tot een opmars van een steun voor een eigen onafhankelijke staat van Hong Kong en zelfs tot een zeker racisme tegenover Chinezen van het vasteland.
De alliantie die de jaarlijkse herdenking organiseert, is een kleine niet verkozen groepering die net als de ‘pan democraten’ heel wat autoriteit heeft verloren. Er is al langer een proces van politieke aanpassing aan de Chinese dictatuur, waarbij de heerschappij van Peking als onvermijdelijk wordt gezien en de verwachtingen voor verandering hieraan aangepast worden. Dat bleek vorig jaar toen de organistoren beslisten om de eisen aan te passen en niet langer het einde van de partijheerschappij te eisen. In plaats daarvan was er de slogan “Houden van het land, houden van de mensen”. Dit kwam nu als een boomerang terug in het gezicht van de organisatoren. Ding Ziling van de Moeders van Tienanmen deed deze slogan als ‘onnozel’ af en sloot daarmee aan bij wat velen in China dachten. Een aantal leiders van de alliantie wilden de campagnegroep van Ding gebruiken om de voorstanders van autonomie voor Hong Kong te bestrijden omwille van hun oproep tot een boycot van de actie wegens de slogan.
Vier dagen voor de actie moest Lee Cheuk-yan, de voorzitter van de alliantie, aankondigen dat de slogan niet langer zou gebruikt worden. Hij wees daartoe op het standpunt van Ding en de Moeders van Tienanmen, maar de kritiek op de alliantie in Hong Kong en de dreiging van een boycot waren wellicht evenzeer van doorslaggevend belang. De hoge opkomst toont hoe sterk dit leeft onder brede lagen van de bevolking en hoe luid de roep naar een strijd voor democratische rechten weerklinkt. Tegelijk kreeg de autoriteit van de leiders van de alliantie een zware slag. Veel aanwezigen stelden dat ze Tienanmen wilden herdenken maar de alliantie niet steunen.
Voor democratische organisatorische structuren
Na de actie kondigde de alliantie aan dat de aanpak van volgend jaar – de 25ste herdenking van het bloedbad – grondig zal bekeken worden. Er is daarbij veel aandacht voor technische en organisatorische aspecten, maar niet voor de verkeerde politieke benadering van gematigde ‘pan democraten’ die geen perspectief voor confrontatie of massastrijd tegen de dictatuur naar voor schuiven.
Socialisten en de aanhangers van het CWI in China en Hong Kong hebben de bureaucratische aanpak van de jaarlijkse herdenking van Tienanmen al meermaals bekritiseerd. De afgelopen jaren heeft de organiserende alliantie de beperkingen verder opgevoerd. Deze alliantie wordt gedomineerd door de Democratische Partij die ironisch genoeg zelf weinig democratisch georganiseerd is. Het is een bewuste poging om de controle te behouden en de meer radicale krachten te stoppen. Eerder werd ook geprobeerd om andere protestbewegingen te beperken tot acties gecontroleerd door een ‘kleine kliek’.
Socialisten en wie voor echte democratische rechten opkomt, verzetten zich tegen dit top-down model bij de organisatie van de strijd. Het is een recept voor gemiste kansen en nederlagen. Om een geslaagde massastrijd te voeren, is er nood aan democratische structuren en moet de strijd zich baseren op de meest onderdrukte lagen van de bevolking, de arbeiders en jongeren. Deze benadering moet verbonden worden met een strategie van massa-actie en een bewuste poging om banden aan te gaan met de massastrijd in China tegen de CCP en het pro-kapitalistishe beleid. Enkel zo kan de dictatuur bestreden worden en zijn echte democratische veranderingen mogelijk.