Koning houdt populistische kersttoespraak

In zijn kersttoespraak riep koning Albert onder meer op tot het versterken van de competitiviteit van de ondernemingen door lastenverlagingen en loonmatiging. Terwijl de dotatie van het koningshuis volgend jaar met 300.000 euro toeneemt tot 11,5 miljoen euro – een stijging met 2,5% – zouden wij met z’n allen moeten inleveren op een levensstandaard die lang niet in de buurt van die van de koninklijke familie komt. Op een ogenblik dat alle media als konijnen naar de lichtbak van De Wever staren, was deze tegenspraak geen onderwerp van debat.

Neen, het feit dat Albert naar de jaren 1930 te verwees, werd door De Wever aangegrepen om een inperking van de rol van de koning te eisen. Albert stelde letterlijk: “In de verwarde tijden die we nu meemaken moeten we waakzaam blijven, en de populistische betoogtrant helder doorzien. Altijd zoeken ze naar zondebokken voor de crisis, ofwel zijn het de vreemdelingen ofwel landgenoten uit een ander landsdeel. Zulk betoog komt vandaag vaak voor in talrijke Europese landen, ook bij ons. De crisis van de jaren dertig en de populistische reacties die ze teweegbracht mogen niet worden vergeten. Men heeft gezien welke rampzalige gevolgen dat voor onze democratieën heeft betekend.”

Het fascisme van de jaren 1930 zouden wij niet meteen als ‘populisme’ omschrijven. Het ging om goed georganiseerde milities die met de steun van het grootkapitaal overgingen tot het breken van de arbeidersbeweging. Het fascisme genoot steun in het establishment, ook in de familie van Albert waren daar voorbeelden van te vinden met Leopold III die zijn sympathie niet onder stoelen of banken stak. Ook bij de voorlopers van Di Rupo en Tobback waren er figuren als De Man die verleid geraakten door de harde hand van het fascisme.

Maar de verwijzing naar de jaren 1930 ligt vandaag vooral gevoelig in Vlaams-nationalistische kringen (vlak na de verkiezingen van 2010 reageerde De Wever ook al in deze discussie, lees hier onze reactie daarop). De Wever reageerde nu met een opiniestuk waarin hij enerzijds stelde dat hij zich niet aangesproken voelde door de verwijzing, maar deze anderzijds wel aangrijpt om een inperking van de rol van de koning te eisen. Het belangrijkste argument zit evenwel niet in de kersttoespraak maar gaat terug op de regeringsonderhandelingen van 2010-2011: De Wever was toen maar gedurende 6% van de tijd aan zet terwijl de socialisten voor 74% van de tijd aan zet waren.

Opvallend in de hele discussie rond de kersttoespraak is dat enkel de verwijzing naar populisme als een ‘politieke uitspraak’ wordt gezien. De rest van de toespraak werd niet betwist. Nochtans was dat, net zoals de afgelopen jaren en in de buurlanden, eveneens een politieke toespraak waarin de koning de belangen van de burgerij en het establishment verdedigt. Met zijn oproep tot loonmatiging en lastenverlagingen voor de bedrijven sluit Albert overigens nauw aan bij wat de N-VA op dat vlak naar voor brengt. Ook roept de koning op tot besparingen, want een sluitende begroting vindt hij belangrijk en besparingen zijn ‘moedig’. Bij sociale drama’s toont de koning ‘begrip’ voor de bitterheid en verbijstering van de slachtoffers, maar met zijn neoliberale recepten zullen er nog tal van drama’s volgen.

Terwijl wij moeten inleveren, krijgt de koning er volgend jaar 300.000 euro bij. De dotatie van het koningshuis stijgt tot meer dan 11,5 miljoen euro. Albert verklaarde met deze stijging de renovaties aan zijn residenties te betalen, uitgaven die anders door de regering worden gedragen. Als Albert naar het onderwijs verwijst, komt hij niet verder dan een verwijzing naar de luxeschool voor Eurocraten in Laken die hij uiteraard bezocht bij de opening. Kortom, een man die in alle luxe leeft en over 11,5 miljoen euro per jaar beschikt, roept de gewone werkenden op om in te leveren door loonmatiging en besparingen. Vanuit die positie klagen over populisme, komt wel bijzonder wereldvreemd over. Het geeft aan hoe ver de werelden van de 1% rijksten en de 99% armsten van elkaar verwijderd zijn. Het feit dat De Wever daar geen probleem mee heeft, maakt duidelijk waar hij en zijn partij staan in de tegenstelling tussen de 1% en de 99%. Het is niet aan onze kant.